Heraldiek en politiek. Bourgondische glazen in de Oude Kerk van Amsterdam

14 

Full text

(1)

mario damen

Heraldisch machtsvertoon. Bourgondische glazen

in de Oude kerk van Amsterdam

"

In de vijftiende eeuw begunstigden de Bourgondische hertogen talloze kerken

in de Nederlanden met gebrandschilderde glazen.áDeze donaties zijn te traceren in

de uitgaven voor schenkingen die zijn geregistreerd in de ¢nancie«le administratie van de vorst. Van de glazen zelf is er echter, openkele fragmenten na, geen enkel volledig bewaard gebleven. Wel zijn er diverse tekeningen overgeleverd van de glasramen. Zo heeft de antiquarische geschiedschrijver Arnoldus Buchelius (À"åã") een verzamel-album gemaakt waarin hij interieurs van kerken in de Nederlanden beschrijft. Op zijn vele reizen bezocht hij ook de Sint-Nicolaas of Oude Kerk te Amsterdam. De tekeningen die hij daar maakte wijzen eropdat de vorsten Filips de Goede (À"ãåæ) en Karel de Stoute (À"ãææ) enkele glazen geschonken hebben aan de oudste

Amster-damse parochiekerk. In dit artikel doe ik een poging om deze gebrandschilderde glazen te reconstrueren. Wat stond er precies op de glazen en waarom pro¢teerde

de Oude Kerk eigenlijk van de vorstelijke vrijgevigheid?

D

oor middel van een glasschenking drukten middeleeuwers hun

be-zorgdheid uit om het zielenheil van overleden dierbaren. Zij waren ervan overtuigd dat zij de band met overleden familieleden in stand konden houden door het plaatsen van een glasraam waarop zij en hun familie samen met hun overleden voorouders en naasten werden afgebeeld. Illustratief is een tekening die Buchelius maakte van het glasraam dat Filips de Goede in "ããñ aan de Utrechtse Domkerk schonk (afb. "). Van links naar rechts zien we in geknielde houding Filips de Goede, zijn zoon Karel de Stoute en zijn echtgenote Isabella van Portugal. Van Filips en Isabella zijn de wapenschilden afgebeeld. Achter Isabella zijn waarschijnlijk de eerder overleden zoontjes Antoon en Joost van het

hertogelijke paar getekend.âBuchelius laat ons in het ongewisse over de

reli-gieuze voorstelling op het glas. Een dergelijk glasraam was typisch voor de laat-middeleeuwse memoriecultuur waarin niet alleen de verbondenheid van ver-schillende generaties getoond werd maar ook tot gebed voor de gestorvenen werd opgeroepen. Aan de andere kant was een gebrandschilderd glas een ideaal me-dium waarmee de vorst zijn positie en die van de dynastie onder de aandacht van een groot publiek kon brengen. Het was dus niet alleen een expressie van de vorstelijke vroomheid maar diende tevens als middel tot representatie en ter

be-vordering van de legitimiteit van de dynastie.ã

Doorgaans vonden donaties voor glasramen plaats op verzoek van de kerk-meesters of leidinggevenden van de kloosters. Zij waren voortdurend op zoek naar sponsorendie een steentje kondenbijdragen aan de bouw van nieuwekerken

(2)

of de verbouwing van bestaande. Ook moest er wel eens een glas worden vervan-gen omdat het door ouderdom `vergaen' of `versleten' was of was ingegooid door een stelletje belhamels. Een hevige storm of een uitslaande brand waren eveneens een bedreiging voor het kwetsbare glaswerk. Vanwege het ontbreken van struc-turele fondsen moest er een beroep worden gedaan op kapitaalkrachtige lieden: de vorst, de hoge adel en geestelijkheid en de toplaag van de burgerij. Ook stadsbesturen, gilden en broederschappen schonken wel eens glazen waarmee

dan vaak een aparte kapel werd ingericht.ä

De schenkingen werden nauwkeurig bijgehouden in de ¢nancie«le admini-stratie van de vorst. Deze was echter uitgespreid over vele lagen en is lang niet altijd compleet overgeleverd. Een analyse van de beschikbare rekeningen over de Bourgondische periode leverden in ieder geval geen glasschenkingen aan de

Oude Kerk op.åWe zijn daarom aangewezen op de tekeningen in het album van

Buchelius.Bijzijn`rondgang'doordeOudeKerkvermeldthij:`Achterhetchoor staen noch in een glas dese wapenen', gevolgd door zeventien wapenschilden

(afb. á).æBuchelius bezat genoeg kennis van de heraldiek van het Hollandse

gra-venhuis om in de combinatie van de bovenste vier wapens de persoon van Filips de Goede te herkennen. Hij doet dat hier echter niet, mogelijk in verwarring ge-bracht door de `fouten' die in verschillende wapenschilden waren gemaakt (zie hierna). Op de volgende pagina vermeldt hij: `In een glas staen dese wapenen,

Amstelodamum ñá-å [áòòä] ã

" Tekening van een gedeelte van een glasraam in de Utrechts domkerk (ca."å"ä). Van links naar rechts zien we Filips de Goede, Karel de Stoute en Isabella van Portugal. Filips en Isabella zijn te identi¢ceren aan de hand van hun wapenschilden. Achter Isabella zijn

(3)

cartieren van hertoge Caerl van Bourgoigne' (afb. â).ðBuchelius meende in dit

glas de kwartieren, hier de overgrootouders, van hertog Karel de Stoute te her-kennen. Kortom, als we afgaan opde tekeningen moeten we voorlopig conclu-deren dat er ooit twee `Bourgondische' glazen in de Oude Kerk te bewonconclu-deren waren: het ene van Filips de Goede en het andere van zijn zoon Karel de Stoute.

ä Amstelodamum ñá-å [áòòä]

(4)

Filips de Goede wist het graafschap Holland in "ãââ de¢nitief toe te voegen aan de vorstendommen die hij reeds in zijn bezit had: de hertogdommen Bourgondie« en Brabant,de graafschappen Franche-Comte¨, Vlaanderen,Artesie«, Picardie«, Namen en Henegouwen. Zijn zoon Karel de Stoute slaagde erin deze personele unie nog verder uit te breiden.

Dat de Bourgondie«rs de kerk hebben begunstigd wekt geen verbazing want de band tussen de Oude Kerk en het Hollandse gravenhuis was al oud. Zo was de kerk in de dertiende eeuw gebouwd op het grondgebied van de Heren van Amstel dat later in handen van de graaf zou overgaan. De benoemingsrechten van de pastoor schonk de graaf in de veertiende eeuw aan het door hem opgerichte Hofkapittel te Den Haag. Bovendien moet de stichting van het oudste bij-altaar in de kerk,dat van Sint-Catharina,waarschijnlijk op naam van de graaf worden

geschreven.ñ

situering in de kerk Het tijdstip van de schenking en de plaats van de glazen in de kerk is aan de hand van de bouwgeschiedenis van de kerk te recon-strueren. Tussen "ããä en "ãää werd er namelijk een nieuw koor met kooromgang gebouwd (¢g. "). Vermoedelijk is er toen een beroep op Filips de Goede gedaan om een bijdrage te leveren. De Bourgondische hertog was slechts sporadisch in zijn meest noordelijke gewesten te vinden en in dit geval juist aan het begin en aan het eind van de bouwperiode. Er was meestal een direct verband tussen het itine-rarium van de vorst en zijn glasschenkingen; juist wanneer hij persoonlijk bena-derd werd,was hij geneigd zijn generositeit te tonen ook al werd hij bij tijd en

wijle bedolven onder de verzoekschriften."ò

Amstelodamum ñá-å [áòòä] å

(5)

Op "ñ november "ããä deed hij Amsterdam aan om een einde te maken aan de partijtwisten tussen Hoeken en Kabeljauwen die hier en in andere Hollandse

steden de kop hadden opgestoken.""Was het op deze dag van Sint Elizabeth, de

naampatrones van zijn vrouw Isabella van Portugal, dat het kerkbestuur hem be-naderde voor een glasschenking? Mogelijk was Filips ontvankelijk voor dit ver-zoek omdat de Oude Kerk een beetje in de verdrukking was geraakt door de op-komst van de Nieuwe Kerk waaraan met name Hoeksgezinde patricie«rsfamilies

als Eggert en Hollant hun naam en kapitaal hadden verbonden."áFilips liet de

Hoeken in "ããä dus niet alleen in politieke zin in het stof bijten, hij bezorgde ze ook nog eens een symbolische nederlaag door een schenking aan de oude

eerbied-waardige concurrent van de Nieuwe Kerk."â

Het is echter ook mogelijk dat de vorst pas aan het einde van de bouwperiode is benaderd. Filips verbleef namelijk vanaf november "ãää gedurende langere tijd in Den Haag, bij tijd en wijle in gezelschap van zijn zoon Karel, vanwege de

diplomatieke en militaire verovering van de Utrechtse bisschopszetel."ãEen

ver-zoek om een glasraam zou door deze langdurige nabijheid van de vorst zeker een kans op succes moeten hebben gehad. Tegelijkertijd werden bovendien de Rid-derzaal en de Hofkapel op het Binnenhof grondig verbouwd. Het Hofkapittel, dat over het collatierecht van de Oude Kerk beschikte, heeft mogelijk een rol

ge-speeld als bemiddelaar voor de glasschenking."ä

Een glas `achter het choor', dus in de kooromgang, zou een passende bijdrage van de vorst zijn geweest aan de vergroting van de Oude Kerk. De nieuwe

koor-omgang bood plaats aan vijf glazen van â,ðä meter breed."åAls het glas van Filips

hier is aangebracht, ligt het voor de hand dat het om het middelste en meest

pro-minente glas ging."æZo zou Karel de Stoute jaren later ook het middelste glas van

een kooromgang schenken namelijk in de Sint-Gommaruskerk te Enkhuizen `zeer heerlic ende costelic (....) gemaect' door glazenier Maarten Bertelmeus-zoon."ð

En daarmee zijn we aanbeland bij het tweede Bourgondische glas, dat van Karel de Stoute. Rond "ãåò werd op initiatief van het belangrijkste handboog-schuttergilde een nieuwe kapel tegen de zuidgevel van de Oude Kerk aange-bouwd, de (eerste) Sint-Sebastiaanskapel (¢g. "). Voor de ¢nanciering van een glasraam in de kapel vonden de schutters in de edelman Frank van Borselen een

ideale mecenas."ñDe hertog werd pas in "ãåð schriftelijk verzocht om een

bij-drage te leveren. Tot nu toe wordt in de literatuur aangenomen dat Karel

rea-geerde met een glasschenking.áòHet ging de schutters toen echter niet om een

bouwsubsidie maar om de ¢nanciering van de eredienst in de kapel.á"

Karel verbleef in juli "ãåð in Holland in verband met zijn huldigingsreis en hij

deed op de áãste van die maand de stad Amsterdam aan.ááDit was een tournee

van een nieuwe vorst langs de belangrijkste steden in zijn gebied, waarbij hij zich door zijn onderdanen liet erkennen als de legitieme troonopvolger. Het was een geschikt moment om de vorst persoonlijk te benaderen met het verzoek om een schenking. De nieuwe heerser was op zulke momenten doorgaans in een gulle bui, en door middel van het uitdelen van nieuwe privileges en geschenken toonde hij zich een vrijgevig vorst die oog had voor de noden van zijn onderdanen. Zo

(6)

schonk hij tijdens zijn inhuldiging te Haarlem op áâ juli "ãåð een glas aan de kerk

van het Groot Begijnhof.áâEn daar bleef het niet bij: in de jaren "ãåð-"ãåñ

schonk hij aan nog eens acht andere geestelijke instellingen geld voor de installa-tie van nieuwe gebrandschilderde ramen. Van een schenking aan de Oude Kerk

ontbreekt echter ieder spoor.áã

MogelijkheeftKarellateralsnogeenglasaandeSebastiaanskapelgeschonken, ter vervanging van of naast het glas van Frank van Borselen. In ieder geval droeg hij net als zijn vader Filips de schutterijen in de steden van de Nederlanden een warm hart toe wat tot uiting kwam in jaarlijkse geldelijke giften en deelname aan

schutterswedstrijden.áäDaar komt nog bij dat Sint Joris en Sint Sebastiaan tot

Karels favoriete heiligen behoorden.áåOver vorstelijke belangstelling hadden

de schutters dus geen klagen. Dat bleek ook nog in "ä"á-"å toen de oude Sebastiaanskapel gesloopt en vervangen werd door een groter exemplaar. Hierin werden verschillende houten schotels aangebracht met de wapenschilden en emblemen van het Bourgondisch-Habsburgse huis. Mogelijk werden de kosten van deze decoratieve elementen betaald door landvoogdes Margareta van

Oostenrijk en keizer Maximiliaan.áæHet is zelfs denkbaar dat zij in het kader

van deze bouwcampagne ook een glasraam hebben geschonken. Hun belangstel-ling voor genealogie en heraldiek staat buiten kijf en deze werd ook in

gebrand-schilderde glazen tot uiting gebracht.áðOf daarin alleen de kwartierstaat van

Karel de Stoute werd afgebeeld, valt echter te betwijfelen.áñ

Al met al staat het allerminst vast dat het `Karelglas' in de Sebastiaanskapel te bewonderen was. Ik vermoed dat het deel uitmaakte van een serie glazen in de kooromgang. De beschrijving van de zeventiende-eeuwse chroniqueur Filip von Zesen doet namelijk vermoeden dat de glazen van Filips en Karel dicht bij elkaar waren geplaatst. Deze zag ongeveer vijftig jaar na Buchelius in de drie vensters recht achter het koor `de verbeelding van bijna de gehele Bourgondische

stam'.âòHelaas vermeldt Von Zesen geen nadere details en geeft Buchelius maar

ten dele weer wat er op de glasramen heeft gestaan; hij was vooral gefascineerd door de heraldische voorstellingen in de kerken. Lang niet altijd is hij op de hoog-te van of ge|ënhoog-teresseerd in de personages en bijbelse taferelen die in de kerken hoog-te zien waren; hij beperkt zich tot een tekening van wapenschilden zonder verdere

toelichting.â"Toch bieden de wapenschilden die hij op de glazen ontwaard heeft

interessante informatie over de schenkers en, indirect, over de andere afbeeldin-gen op de drie Bourgondische glazen.

de heraldische voorstelling Het gebruik en het afbeelden van wapen-schilden in de publieke ruimte was wijdverbreid in de Middeleeuwen. De Bour-gondische vorsten waren echte meesters in visuele communicatie en gebruikten heraldische voorstellingen tijdens evenementen als huwelijksfeesten en stede-lijke inhuldigingen en op diverse beelddragers als wandtapijten, gedecoreerde handschriften, monumentale sculpturen en gebrandschilderde glazen. De heral-dische tekens waren bestemd voor een breed publieken dienden niet alleen om de schenkers of hoofdrolspelers te identi¢ceren maar ook om de kracht van de

dy-nastie en de omvang van haar territoriale bezittingen te tonen.âá

(7)

In de tekening die Buchelius maakte van het glas van Filips de Goede is dit duidelijk terug te zien. Hij tekende zeventien wapenschilden (afb. á) en plaatste ze in twee kolommen van acht met daar tussenin het zeventiende. Het getal zeventien is niet willekeurig gekozen en is herkenbaar op vele andere beelddra-gers vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw. Het heeft een symbolische, bijbelse connotatie en werd gebruikt om de veelheid aan bezittingenvan de

Bour-gondische hertogen te verheerlijken.ââ

De bovenste vier wapens in de tekening stellen de kwartieren of grootouders

van de vorst voor (¢g. á): links Filips de Stouteâãen Margareta van Male (een

zwarte leeuw op een gouden veld), en rechts Albrecht van Beieren en Margareta van Brieg (een zwarte adelaar met een wassenaar van zilver op een gouden veld). De schilden symboliseren op welke wijze het Bourgondische landencomplex ge-stalte heeft gekregen, namelijk via het zogenoemde dubbelhuwelijk van "âðä waarbij de erfgenamen van het Bourgondische en Beierse huis elkaars zusters huwden. Dit huwelijk legde de basis voor de toekomstige integratie van beide landencomplexen in de Nederlanden. De heraldische symbolen van de architec-ten van het dubbelhuwelijk, Filips de Stoute en Albrecht van Beieren, zijn hier met hun partners in glas, op beter gezegd op papier, vereeuwigd.

In de aanbiedingsminiatuur uit de Girart de Roussillon, uit het midden van de vijftiende eeuw, zien we deze vier wapenschilden terug in de zetel van hertog Filips de Goede. De twee mannelijke hangen bovenin de zetel terwijl de twee

vrouwelijke half verscholen gaan achter de rug van de hertog (afb. ã).âäHet valt

op dat deze wapens licht afwijken van die in de Oude Kerk. Buchelius heeft in het wapen van Filips de Stoute in het eerste en vierde kwartier Nieuw Bourgondie« getekend (gouden lelies op een blauw veld met een blokzoom), in het tweede kwartier Oud Bourgondie« (geschuinbalkt van goud en blauw met een rode schildzoom) en in het derde kwartier Brabant (een gouden leeuw op een zwart veld). Brabant behoorde echter pas sinds "ãâò tot het Bourgondische landen-complex en Filips de Stoute voerde de Brabantse leeuw dan ook niet in zijn wa-pen. In het derde kwartier behoort daarom ook Oud Bourgondie« te staan.

In het wapen van Albrecht van Beieren zit eveneens een opvallende fout. Als met dit schild een lid van de Beierse dynastie moest worden aangeduid dan had

ñ Amstelodamum ñá-å [áòòä]

(8)

het tweede en derde kwartier gevierendeeld moeten zijn met twee rode en twee zwarte leeuwen in goud, voor respectievelijk Holland en Henegouwen. In plaats daarvan is er hier een gouden, Brabantse, leeuw getekend. Het is uitgesloten dat deze heraldische fouten ten tijde van de vervaardiging van de glazen zijn ge-maakt. Uit de ¢nancie«le administratie van de vorst valt namelijk af te leiden dat de wapenschilden volgens de heraldische regels moesten worden uitgevoerd en

hier werd strikt op toegezien.âåHet moest in ieder geval duidelijk zijn wie het glas

geschonken had en die zekerheid kon alleen worden gegeven door middel van de exacte weergave van het wapenschild en/of devies.

Moeten de `fouten' dan toegeschreven worden aan Buchelius? Vanuit zijn woonplaats Utrecht reisde hij tijdens het Twaalfjarig Bestand kris kras door de Nederlanden op zoek naar genealogische en heraldische monumenten in kerken en kloosters. De notities die hij tijdens deze uitstapjes maakte, werkte hij thuis uit

in een verzamelalbum.âæEen kopieerfout is dan snel gemaakt. Maar misschien is

de verklaring veel eenvoudiger en zijn er in later tijd fouten gemaakt bij herstel-werkzaamheden aan de glazen. Rond "äåò werd bijvoorbeeld het koor verhoogd en is de overkapping van de kooromgang vervangen. De Bourgondische glazen hebben hier ongetwijfeld onder geleden. Mogelijk heeft de glazenier bij de res-tauratie toen enkele verkeerde wapens ingezet. De heraldische kenner Buchelius heeft deze fouten niet gecorrigeerd maar gewoon overgenomen wat hij zag.

De dertien wapenschilden onder het kwartierstaat-gedeelte (afb. á) represen-teren het Bourgondischelandencomplex zoals dat onder Filips de Goede na "ãâò gestalte kreeg. Het gaat om de paren Bourgondie«-Lotharingen,

Brabant-Lim-burg,Franche-Comte¨-Artesie«,âñHolland-Henegouwen,Namen-Zeeland,ãò

Sa-linsã"-Mechelen met daartussen nog Friesland.ãáDe volgorde was niet

wille-keurig gekozen door Buchelius en was waarschijnlijk zo in het glas te zien; eerst komen de vier hertogelijke titels, gevolgd door de zes grafelijke waardigheden om te eindigen met de twee heerlijkheden. Opvallend is dat het wapenschild van Vlaanderen ontbreekt, mogelijk omdat het al in de kwartierstaat was opgenomen. Dezelfdedertienschildenzijnook indewapenrandvan deaanbiedingsminiatuur van de Girart deRoussillon te vinden (afb. ã), hier wel aangevuld met Vlaanderen. Het wapen van de hertog zelf ontbreekt op de tekening. Was dat in de loop van de

Amstelodamum ñá-å [áòòä] "ò

(9)

tijd gesneuveld of heeft Buchelius het niet overgenomen? Als het een schenking van Filips de Goede is geweest dan moet zijn persoonlijke wapen vrijwel zeker aanwezig zijn geweest in het glas.

Dat wapenschild komen we wel tegen in de tekening van het `Karelglas' (afb. â). Hierop zijn acht wapenschilden te zien met rechtsboven het persoonlijke

wapen van Filips de Goede, dat identiek was aan dat van Karel de Stoute.ãâHet

"" Amstelodamum ñá-å [áòòä]

ã Boekpresentatie aan Filips de Goede met aan zijn linkerhand staand de jonge Karel de Stoute. Miniatuur van de meester van de Girart de Roussillon, kort na

(10)

gaat inderdaad om de kwartierstaat, de acht overgrootouders, van Karel de Stoute zoals Buchelius had opgemerkt. Toch zitten er (opnieuw) een aantal op-merkelijke fouten in. Het is allereerst ongewoon dat de kwartieren van de man-nelijke kant rechts staan en die van de vrouwelijke kant links. In de manman-nelijke

Amstelodamum ñá-å [áòòä] "á

ä Banier met het persoonlijke wapen van Karel de Stoute met de heraldische verbeelding van zijn vier overgrootouders van vaders kant (links) en zijn vier overgrootouders van moeders kant (onder). Op een banderol zijn devies: `Je lay enprijns' (= Ik heb het

ondernomen).Linksvanhet bannierstaat: `DitisKarel, hartogh van Bourgoenghen, was grave van Hollant ñ,ä jaer lanck'. Johan Huyssen van Kattendijke-kroniek,

(11)

rechterzijde is er voor gekozen om niet het wapen van de overgrootvader (Filips de Stoute) weer te geven maar dat van de vorst zelf. In die zin wijkt de tekening van Buchelius af van de heraldische kwartierstaat in de Kattendijke-kroniek

ver-vaardigd aan het einde van de vijftiende eeuw (afb. ä).ããHier wordt het wapen

van de vorst apart in een bannier weergegeven naast de afbeelding van het wapen van Filips de Stoute in de eigenlijke kwartierstaat

Een vergelijking tussen beide tekeningen levert nog enkele opvallende ver-schillen op. Buchelius heeft aan de (mannelijke) rechterzijde van de tekening de wapenschilden van Brieg en Vlaanderen niet ingekleurd. Verder zijn twee wa-pens, dat van Albrecht van Beieren en dat van John of Gaunt, sterk versimpeld weergeven; de Beierse ruiten hadden eigenlijk gevierendeeld moeten zijn met twee Hollandse en twee Henegouwse leeuwen, terwijl de drie gouden lelies op blauw (Frankrijk) gevierendeeld moesten worden met drie gouden leeuwen op rood (Engeland).

De twee wapens linksboven in de kwartierstaat zouden Karels overgroot-ouders van moeders kant moeten verbeelden: Peter i van Portugal en zijn

minna-res Teminna-resa Lourenµo (¢g. á).ãäHet was natuurlijk lastig voor tijdgenoten om een

dergelijke `onduidelijke' afkomst heraldisch weer te geven, als ze er al van op de hoogte waren. We zien dan ook dat zowel in het album van Buchelius als in de

Kattendijke-kroniek voor Lourenµo het wapen van Castilie«-Le¨on is gebruikt.ãå

De fouten (of simpli¢caties?) in de wapens op de tekening van Buchelius doen vermoeden dat de wapenglazen er waarschijnlijk een keer zijn uitgehaald (bij een verbouwing?), op foutieve wijze gerestaureerd, en in de verkeerde volgorde teruggezet.

het religieuze tafereel De heraldische informatie is niet eenduidig en schept eerder verwarring dan helderheid. Op basis van de aanvullende gegevens uit archivalia en kronieken wil ik echter concluderen dat het gaat om een serie van drie glazen in de kooromgang van de Oude Kerk geschonken door Filips de Goede samen met of later aangevuld door zijn zoon Karel de Stoute. De heraldi-sche kwartierstaten duiden er op dat het de heraldi-schenkers te doen is geweest om de voorouders in mannelijke en vrouwelijke lijn weer te geven. Uit de beschrijving van Von Zesen wordt niet duidelijk of ook de vorsten en hun echtgenotes zelf waren afgebeeld op het glas; ook in een heraldische verbeelding zou hij de `Bour-gondische stam' kunnen hebben herkend.

Zijn tijdgenoot Casparus Commelin deed aan het einde van de zeventiende eeuw wel een opvallende observatie. Die zag in het koor `geschilderde glasen soo konstig als men die elders weet aen te wijsen; deselve sijn seer out, daerin staen

afbeeldingenvanveeloudegravenengravinnen(...)'.ãæ

Mogelijkwerdendebeel-tenissen van de vorsten en hun echtgenotes tesamen met de heraldische kwartier-staten afgebeeld. Een glas met een dergelijk ambitieus iconogra¢sch programma is bij mijn weten alleen bekend uit de Sint-Romboutskerk te Mechelen. Dit glas werd in "ä"å geschonken door Maximiliaan en Karel v. In het omvangrijke glas-raam, waarvan helaas alleen het ontwerp bewaard is gebleven (afb. å) werden de stamboom en de bezittingen van het Habsburgse huis gesymboliseerd door

(12)

del van veertig portretten en tachtig wapenschilden, met boven in het timpaan

het Laatste Oordeel.ãð

Op de Bourgondische glazen in de Oude Kerk waren in ieder geval verschil-lende kwartierstaten te zien. Het gaat hier niet om een zogenoemde stamreeks waarbij alleen de voorouders in mannelijke lijn worden weergegeven. Vorstelijke stamreeksen zijn terug te vinden op verschillende beelddragers in kerken en kloosters in de Nederlanden. Zo bezat de abdij van Egmond, waar een aantal Hollandse graven begraven lagen, een dergelijke reeks. In het Haarlemse karme-lietenklooster werd rond "ãñâ in opdracht van Maximiliaan van Oostenrijk een seriebeschilderdepanelenaangebracht metdegravenvanHolland,vanDirk i tot

en met Maximiliaan zelf.ãñDeze zijn nog altijd te zien in het Haarlemse stadhuis.

Bij een kwartierstaat of een stamreeks kon een religieus tafereel worden

afge-beeld maar dat was niet strikt noodzakelijk.äòIn aanmerking genomen dat op de

drie glazen waarschijnlijk de gehele Beiers-Bourgondische dynastie stond afge-beeld,was er bovendienniet veel ruimte overvoor andere zaken.De afbeeldingen van het koor en de kooromgang op werken van Emanuel de Witte en Nicolaas

Amstelodamum ñá-å [áòòä] "ã

(13)

Listinghä"helpen ons niet verder want de glazen zijn slechts in de verte te zien.

Bijtelaar suggereerde, vanwege de talrijke ¢guren die zij ontwaarde, een

Hemel-vaart, een Laatste Oordeel of een Maria-voorstelling.äá

Hoewel de zeventiende-eeuwse afbeeldingen eigenlijk niet toelaten te specu-leren over het religieuze tafereel, komt een Maria-voorstelling het meest in aan-merking voor de Bourgondische glazen. Een glas met dit tafereel schonk Filips in "ãââ aan de Brusselse Zavelkerk en zou goed passen in de Oude Kerk waar een deel van het koor (het Vrouwenkoor) en een speciale kapel speciaal bestemd wa-ren voor de Mariaverering. Bovendien was in "ããñ in het meest oostelijke gedeel-te van de kooromgang, ofgedeel-tewel onder het centrale glas, een altaar gesticht gedeel-ter ere van Maria, Sint Antonius en Sint Mattheus. In Brussel werden Filips de Goede en zijn vrouw Isabella van Portugal bijgestaan door hun beschermheiligen Sint

Filippusäâen Sint Elizabeth en ook de heilige Antonius vond nog een plaatsje.

Filips betoonde met dit glas niet alleen zijn eerbied aan de Heilige Maagd maar

ook aan de franciscaanse heilige Antonius die hij bijzonder vereerde.äãEen

paral-lel met de Amsterdamse situatie, waar dezelfde heiligen werden vereerd, dringt zich op.

besluit De Oude Kerk heeft net als vele andere kerken in de Nederlanden gepro¢teerd van de vrijgevigheid van de Bourgondische hertogen. Tot nu toe waren de tekeningen van Buchelius niet gebruikt om dit te demonstreren. Deze maken een reconstructie van de datering van de schenking en de plaats van de Bourgondische glazen mogelijk, ook al blijven er nog vele vraagtekens betref-fende de preciezeafbeeldingen op deglazen. De glazenin de kooromgang werden vermoedelijk geschonken in het jaar "ãää-äå. In dat jaar bemoeide Filips zich actief met de Hollands-Utrechtse problematiek en organiseerde hij een kapit-telvergadering van de Orde van het Gulden Vlies in Den Haag. Bovendien er-kenden de Staten van Holland zijn zoon Karel als zijn legitieme opvolger. Ge-brandschilderde glazen waarop de Bourgondische dynastie in al zijn glorie was afgebeeld passen goed in de toenmalige politieke situatie. De glasschenking was niet alleen een vrome daad, maar was ook bedoeld om de dynastie en haar bezit-tingen te tonen aan een groot publiek dat de vorst niet of nauwelijks te zien kreeg. Op deze manier was hij tenminste nog aanwezig en werden de kerkgangers ge-stimuleerd om te bidden voor het zielenheil van hem en zijn (overleden) familie-leden. Een passend tafereel voor deze glazen was waarschijnlijk een Maria-voor-stelling.

Dat de kooromgang een Bourgondisch en genealogisch tintje had, wordt be-vestigd door de twee glazen die in het midden van de zeventiende eeuw werden ge|ënstalleerd aan weerszijden van de drie Bourgondische glazen. Op het ene glas werddekroningafgebeeldvanFilipsdeSchone,deachterkleinzoonvanFilipsde Goede. Het andere glas was ter herdenking van de Vrede van Munster. Koning Filips iv van Spanje werd erop afgebeeld met de halsketting van het Gulden

Vlies, de door Filips de Goede gestichte ridderorde.ääIn het glas met Filips de

Schone werd de verwerving van de koninklijke waardigheid door de Bourgon-disch-Habsburgse dynastie getoond. Deze vorst belichaamde de overgang van

(14)

het Bourgondische naar het Habsburgse huis en de kroning stond symbool voor de integratie van de Nederlanden en de Spaanse er£anden. De politiek van zijn zoon Karel en kleinzoon Filips ii leidde uiteindelijk tot een jarenlange oorlog die pasmet deVredevanMÏnsterin "åãðo¤cieelwerdbee«indigd.Indeglazenwerd naast de Bourgondisch-Habsburgse dynastie in een notendop de politieke ge-schiedenis van Holland verbeeld: de incorporatie in de Bourgondische personele unie, de samenvoeging met Spanje en het verwerven van de formele onafhanke-lijkheid van de koning door de Staten Generaal.

Amstelodamum ñá-å [áòòä] "å

Mario Damen ("ñåñ) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Leiden en de Universiteit van Santiago de Compostela (Spanje). Hij promoveerde in áòòò aan de Vrije Universiteit Amsterdam op De staat van dienst. De gewestelijke ambtenaren van Holland en Zeeland in de Bourgondische periode ("ãáä-"ãðá). Sinds dat jaar is hij verbonden aan het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden eerst als universitair docent, thans als onderzoeker in het project Burgundian nobility. " Ik wil Henk 't Jong hartelijk danken voor zijn

commen-taar op een eerdere versie van dit artikel en voor zijn nauwgezette beschrijvingen van de in dit artikel behan-delde wapenschilden. Ook heb ik gepro¢teerd van de kritische opmerkingen van Wim de Groot, Norbert Middelkoop en mijn collega's van de afdeling middel-eeuwse geschiedenis van de Universiteit Leiden. á Zie voor een compleet overzicht M. Damen,

`Vorste-lijke vensters. Glasraamschenkingen als instrument van devotie, memorie en representatie ("ã"ñ-"ä"ñ)', Jaarboek voor middeleeuwse geschiedenis ð (áòòä) ter perse.

â Utrecht, Het Utrechts Archief [Bibliotheek] ms. XXVII L " (oud sign.: "ðãòx [hiervoor suppl. äñâxx]): A. Buchelius, Monumenta passim in templis ac monaste-riis Trajectinae urbis atque agri inventa, f. ñv. Zie hier-over A. de Groot, `De gebrandschilderde glazen van de Dom in vroeger tijd', Domkerk. Bericht van de Stichting Vrienden van de Domkerk "ã-á (áòòá) p. â-"á: å-æ. Het rozet van ditzelfde raam, vermoedelijk het oudste bewaard gebleven `Bourgondische' glas in Nederland, wordt bewaard in het depot van het Centraal Museum. Zie daarover in hetzelfde nummer C.M.E. van Hessen, `Glas in lood in het museumdepot', p. á"-áã: áá. Met dank aan Bram van den Hoven van Genderen. ã T. van Bueren en W.C.M. WÏstefeld, Leven na de dood.

Gedenkenindelatemiddeleeuwen, Turnhout"ñññ,p.æò, ðá-ðå

ä L. Noordegraaf, `Mecenaat vo¨o¨r en na de Opstand. Gebrandschilderde glazen in Hollandse kerken gedu-rende de late Middeleeuwen en vroegmoderne tijd', Holland ââ (áòò"), p. "æ-âæ.

å Damen, `Vorstelijke vensters', bijlage met een overzicht van alle donaties voor gebrandschilderde glazen. Een analyse van de rekeningen op regionaal (rentmeester van Amstelland), gewestelijk (rentmeester-generaal van Holland) en bovengewestelijk (ontvanger-generaal van alle ¢nancie«n) niveau leverde niets op. Het pro-bleem is wel dat voor het cruciale jaar "ãää-"ãäå de rekening van de ontvanger-generaal ontbreekt en dat de rekeningen van Amstelland voor "ããñ niet bewaard zijn gebleven.

æ Utrecht, Universiteitsbibliotheek ms."åãð: A. Buche-lius, Inscriptiones monumentaque in templis et monasteriis Belgicis inventa, f. "áã.

ð Ibidem, f. "áä.

ñ M. Carasso-Kok, red., Geschiedenis van Amsterdam tot "äæð. Een stad uit het niets, Amsterdam áòòã, p. áäã-áåá.

"ò Damen, `Vorstelijke vensters'.

"" Carasso-Kok, Geschiedenis van Amsterdam, p. ááã-ááæ. Stadhouder Willem van Lalaing had tussen "ãã" en "ããã onder invloed van enkele raadsheren een pro-Hoeks beleid gevoerd bij de aanstelling van nieuwe schepenen in de grote Hollandse steden. Vanwege ¢nancie«le verplichtingen in verband met de beden en schadevergoedingen voor een kaping van een zoutkon-vooi door Amsterdamse schippers, moesten deze nieu-we bestuurders de accijnzen £ink verhogen. Dit leidde tot veel politieke en sociale onrust die stadhouder Van Lalaing zelf niet meer kon bedwingen. De hertog moest persoonlijk ingrijpen: hij ontsloeg de stadhouder en verzette persoonlijk de wet in de Hollandse steden. Zie hierover uitgebreid M. Damen, De staat van dienst. De gewestelijke ambtenaren van Holland en Zeeland in de Bourgondische periode ("ãáä-"ãðá), Hilversum áòòò, p. âåã-âæå.

"á Carasso-Kok, Geschiedenis van Amsterdam, p. âòá-âòâ. "â Mogelijk was er ook een vorstelijk glas aanwezig in de

Nieuwe Kerk want Buchelius vermeldt in zijn beschrijving op f. "áå: `In een glas aldaer staen noch de wapenen van Hollant, Henegou, Brabant.'

Figure

Updating...

References

Updating...

Download now (14 Page)
Related subjects :