Top PDF Leren in een digitale wereld: uitdagingen voor het onderwijs

Leren in een digitale wereld: uitdagingen voor het onderwijs

Leren in een digitale wereld: uitdagingen voor het onderwijs

Het zijn respectievelijk: motivatie, voorkennis, opvattingen over kennis en meningen (bv. Brand-Gruwel & Stadtler, 2011). Het eerste karakteristiek betreft de motivatie van de persoon om te leren door gebruik te maken van nieuwe technologie en de gedrevenheid om digitaal vaardig te worden. Uit een onderzoek van Beljaarts (2006) weten we dat leerlingen deze motivatie hebben, want 87% van de scholieren gebuikt het internet bij het zoeken naar informatie. Slechts 4% gebruikt hiervoor boeken uit de bibliotheek. Dit geeft aan dat leerlingen het leren via digitale media en nieuwe technologieën omarmen. Van deze groep leerlingen mogen we, gezien hun leeftijd, aannemen dat angst voor de computer geen rol speelt bij het leren in de digitale wereld. Voor oudere generaties kan dit anders zijn. Uit onderzoek blijkt dat naast ‘computer anxiety’ ook het zelfvertrouwen (self efficacy) in het gebruik van de computer om te leren en de verwachte inzet die nodig is om het gewenste leerresultaat te behalen mede bepaalt of men wil leren met behulp van digitale middelen (Richter, Naumann, & Groeben, 2010). Een tweede persoonlijke karakteristiek dat invloed heeft op het leerproces is de voorkennis en ervaring die de persoon heeft. Volgens de schematheorie (Chi, Glaser, & Rees, 1982) worden bij het leren nieuwe informatie-elementen gekoppeld aan reeds bestaande cognitieve schema’s in het hoofd van de persoon en worden schema’s zo verder verfijnd en meer complex. Het ontwikkelen van deze schema’s heeft natuurlijk niet alleen betrekking op de inhoud van de schoolse vakken, maar ook op de schema’s die men heeft rondom het gebruik van digitale toepassingen. Deze generieke kennis heeft te maken met weten welke toepassingen er zijn, weten hoe die benaderd kunnen worden, weten hoe ze op een juiste gebruikt kunnen
Show more

40 Read more

VHDL voor het voortgezet onderwijs: Een nieuwe lesmodule over hardware voor informatica

VHDL voor het voortgezet onderwijs: Een nieuwe lesmodule over hardware voor informatica

Informatica is een bijzonder vak. Dit geldt niet alleen voor de studie en het vakgebied, maar zeker ook voor het schoolvak in de tweede fase. Met een grote vari¨eteit aan leerlingen die besluiten om in de bovenbouw het vak te kiezen, ontstaat er een melange aan interesses en verwachtingen in de klas. Het examenprogramma van informatica voorziet in een breed scala aan onderwerpen om de leerlingen een gedegen basis in computerkennis en -vaardigheden te geven voor de huidige informatiemaatschappij. Dit is meer dan gewoon het leren omgaan met een tekstverwerker; het gaat om inzicht krijgen in het ontwerp van de machine, de software, protocollen, netwerken, et cetera. Hoewel het vak erg breed is, ontbreekt er ´e´en onderwerp: de hardware. Er wordt slechts oppervlakkig aandacht besteed aan de werking van de machine, in tegenstel- ling tot de hoeveelheid tijd en diepgang van bijvoorbeeld het onderdeel programme- ren. In dit project is een lesmodule ontwikkeld om de kennis van hardware te verbe- teren. De lesmodule is gericht op (eind) 5 en 6 vwo. Het doel is niet om alle details van de hardware te laten zien, leerlingen moeten een introductie krijgen op een andere wereld dan wat ze tot nu toe hebben gezien bij informatica.
Show more

84 Read more

Lezen en digitale media: Een perspectief op onderwijs

Lezen en digitale media: Een perspectief op onderwijs

een interventiestudie. Het zal een grote uitdaging worden, en wellicht dat we met digitale media de motivatie kunnen verhogen. Ik hoop u allen daar over een jaar of twee meer over te kunnen vertellen. Het vergroten van leesmotivatie is zoals gezegd niet eenvoudig. Ik wil u tot slot vertellen over een studie die net gestart is binnen de vakgroep Instructietechnologie aan de Universiteit Twente (Van der Graaf, De Jong & Segers, in prep). Dit onderzoek is gefinancierd door Stichting Lezen en Tech Your Future. We gaan onderzoek doen bij leerlingen in het VMBO. Digitale media biedt kinderen de unieke mogelijkheid om online experimenten uit te voeren. Daar waar een leerling vroeger af en toe een proefje mocht doen, kan dat nu, digitaal, oneindig vaak. En dat kan ontzettend leerzaam zijn. Zo kan een leerling natuurkundige principes ontdekken, experimenten uitvoeren die in de echte wereld toch wat gevaarlijker zouden zijn, etc. Het Go-Lab is zo’n online experimenteer omgeving (De Jong, Sotiriou, & Gillet, 2014). Het bevat vele applicaties van experimenten en daarom heen zijn lesmodules gebouwd die de leerlingen tekst en uitleg geven. Het probleem dat zich daarbij om de praktijk lijkt voor te doen zal niet geheel onverwacht zijn. De leerlingen lezen niet, ze gaan direct experimenteren. Dus niet eerst denken, dan doen. Een bekende uitspraak in deze context is van Sherlock Holmes: You see, but you do not observe. En daarmee bedoelt hij dat iemand zonder kennis van zaken de bewijsvoering niet kan interpreteren, zoals ook in onderzoek is aangetoond (zie bijvoorbeeld Eberbach &
Show more

27 Read more

Onderwijs en subjectiviteit. Aandacht voor subjectiviteit in het onderwijsadvies van de Onderwijsraad: een documentanalyse

Onderwijs en subjectiviteit. Aandacht voor subjectiviteit in het onderwijsadvies van de Onderwijsraad: een documentanalyse

De vierde deelvraag luidde: 'in hoeverre sluiten de voorstellen voor de implementatie van vorming in onderwijs in de rapporten van de Onderwijsraad aan bij de randvoorwaarden voor subjectificatie'. Uit de resultaten van de analyse kan de conclusie worden getrokken dat de Onderwijsraad veel belang hecht aan de externe gerichtheid van scholen. Het advies om scholen samenwerkingen aan te laten gaan met hun omgeving (waarbij de Onderwijsraad voornamelijk doelt op professionele omgevingen), sluit aan bij de randvoorwaarde pluraliteit. Hierdoor kunnen leerlingen in aanraking komen met nieuwe en andere leefwerelden. Dit voorstel sluit enigszins aan bij de randvoorwaarde pluraliteit. Het contact met anderen veroorzaakt dat de leerling bewust wordt van zijn of haar uniciteit en daar vanuit kan handelen. De specifieke gerichtheid hierbij op identificatie met de externe omgeving is echter niet te relateren aan subjectificatie, maar draait geheel om socialisatie. De Onderwijsraad benadrukt namelijk dat de ontmoeting met nieuwe leefwerelden de leerlingen moet helpen zich staande te houden in de (professionele) wereld. De leerling zal dus deel uit leren maken van een bestaande gemeenschap.
Show more

64 Read more

Lerarenkenmerken en de implementatie van het onderwijs in digitale geletterdheid in het VO

Lerarenkenmerken en de implementatie van het onderwijs in digitale geletterdheid in het VO

Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden is in een secundaire analyse gebruik gemaakt van de data van International Computer and Information Literacy Study (ICILS) 2013. Het doel van ICILS was om een overzicht van de computer- en informatievaardigheden van leerlingen uit het voortgezet onderwijs te krijgen en om erachter te komen welke rol de school bij het verkrijgen van deze vaardigheden heeft. Er is daarom zowel informatie over de digitale vaardigheden van leerlingen verzameld als over hun gebruik van en attitudes tegenover ICT. Voor de rol van de school is onder andere gekeken naar het gebruik van ICT in het onderwijs, hoeveel aandacht wordt besteed aan het leren van digitale geletterdheid en de digitale geletterdheid van leraren. De studie is in opdracht van de International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA) uitgevoerd door de Australian Council for Educational Research (ACER). Hierbij hebben in totaal 21 landen en staten deelgenomen, waaronder Nederland, Duitsland en Noorwegen. In Nederland is het onderzoek in opdracht van Kennisnet en NWO uitgevoerd door de vakgroep Onderzoeksmethodologie, Meetmethoden en Data-analyse (OMD) van de Faculteit Gedrags-, Management- & Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Twente in samenwerking met Kennisnet.
Show more

19 Read more

Een internationale vergelijking van digitale geletterdheid in het curriculum

Een internationale vergelijking van digitale geletterdheid in het curriculum

binnen het primair onderwijs. Scholen en leerkrachten van Engeland en Estland krijgen dus van de overheid doelen gesteld, die ze moeten behalen, maar mogen zelf kiezen of zij hiervoor een apart vak ontwerpen of dat zij het vakoverschrijdend integreren. Vlaanderen heeft een vakoverschrijdend thema ICT aan het nationaal curriculum toegevoegd. Hiervoor zijn acht eindtermen geformuleerd. Deze hebben betrekking op een positieve houding tegenover ICT; het doelmatig gebruik van ICT; het zelfstandig oefenen en leren in een ICT ondersteunende leeromgeving; het zoeken en verwerken van informatie; het presenteren van informatie; en het verantwoorde gebruik van ICT ter communicatie. Voor deze eindtermen is er geen resultaatverplichting, maar wel een inspanningsverplichting. Dit betekent dat het in Vlaanderen niet zoals in Engeland en Estland verplicht is om de ICT-eindtermen te behalen, maar dat leerkrachten er wel aandacht aan moeten besteden. In het nationaal curriculum van NRW is aangegeven dat media moet worden gebruikt voor het bevorderen van de mediacompetenties van de leerlingen. De Medienberatung NRW heeft hiervoor samen met de overheid een methode ontwikkeld, namelijk de Mediapas NRW. Dit heeft als doel de mediacompetenties van de leerlingen op een systematische manier te ontwikkelen. De focus ligt hierbij op het kunnen gebruiken van media; het doelgericht informatie zoeken; de vaardigheid om op een veilige manier online te communiceren en samen te werken; en mediaproducten te ontwerpen en te presenteren. Scholen en leerkrachten zijn niet verplicht om te werken met de Mediapas. In Nederland noemt de overheid helemaal geen doelen voor digitale geletterdheid, maar heeft SLO een aantal leerlijnen ontworpen voor de deelvaardigheden: ICT-basisvaardigheden, computational thinking, mediawijsheid en informatievaardigheden. Binnen deze leerlijnen worden duidelijke doelen genoemd. Binnen alle landen is het de bedoeling dat leerkrachten aan digitale geletterdheid werken. In geen van de vijf landen is het verplicht een apart vak te integreren.
Show more

24 Read more

Een gewelddadiger wereld. Het ontstaan van de ETA verklaard

Een gewelddadiger wereld. Het ontstaan van de ETA verklaard

De ETA bedreef aanvankelijk dezelfde activiteiten als de jeugdafdeling van de PNV. Die varieerden van het uitdelen van pamfletten tot het bekladden van muren. Langzamerhand gingen de etarras echter meer en omvangrijkere acties uitvoeren. Een eerste hoogtepunt daarin was de mislukte poging in 1961 om een trein met vooraanstaande Franquisten te doen ontsporen. Hierop volgde een omvangrijke arrestatiegolf waarbij de ETA nagenoeg werd opgerold. Het restant van de organisatie probeerde zich daarop te professionaliseren. Daartoe werd de organisatie opgedeeld in twee fronten. Het militaire front ging zich toeleggen op de training van de rekruten en het uitvoeren van steeds grootschaligere acties, terwijl het politieke front de ideologische koers uitstippelde. Ook was er een publicitair front, dat gerucht en duiding moest geven aan de acties. In Zuid-Frankrijk werden trainingskampen ingericht en op de internationale wapenmarkt werden wapens aangeschaft. Het plaatsen van explosieven ging vanaf halverwege de jaren zestig tot ETA’s repertoire behoren. 44 Ook besloot de leiding van de
Show more

21 Read more

Gedragsregels voor leden in het Parlement. Een zaak voor de partij of voor het parlement?

Gedragsregels voor leden in het Parlement. Een zaak voor de partij of voor het parlement?

De Vuistregels Integriteit formuleren, zij het op een weinig gestructureerde wijze, een aantal min of meer gangbare gedragsregels voor volksvertegenwoordigers en bestuur- ders. De strekking van deze regels is veelal zeer algemeen. 2 Op zichzelf behoeft het stellen van gedragsregels met een algemene strekking geen probleem te zijn, mits in een nader uitgewerkte toelichting of uitleg en in toepassingen betreffende casusposities in de praktijk duidelijk wordt wat deze algemene gedragsregels in concreto betekenen. Als het gaat om de Vuistregels integriteit ontbreekt echter zo’n kader met een nadere uitwerking en blijft onduidelijk welke gedragingen voor de verschillende categorieën ambtsdragers wel of niet acceptabel zijn in concrete ge- vallen. Wanneer is sprake van vermenging met oneigenlijke belangen? Welke neven- functies zijn concreet wel of niet toelaatbaar voor Tweede Kamerleden, en welke voor Eerste Kamerleden of voor gemeenteraads- leden? Welke reizen op kosten van derden kunnen wel of niet door de beugel? Welke diensten voor derden beïnvloeden wel of niet de functie-uitoefening? Bij gebrek aan een meer concrete normstelling, of aan een
Show more

14 Read more

Aanbevelingen voor een architectuur voor het
regionale zorgsysteem

Aanbevelingen voor een architectuur voor het regionale zorgsysteem

Met nauwelijks een idee te hebben hoe zwaar het misschien ging worden, begon ik met de instelling “Kiekn wat wot”. Het was af en toe hard werken, maar uiteindelijk kon ik op zoek naar een plek voor mijn afstudeeronderzoek. Door mijn bijbaan als alfahulp destijds, raakte ik geïnteresseerd in de gezondheidszorg en de mogelijkheden die daar lagen en ik besloot mijn aandacht dus hierop te gaan richten. Na een kleine zoektocht kwam ik terecht bij IZIT, een kleine organisatie die zich inzet voor de ICT in de Twentse Zorg. Ik viel met mijn neus in de boter, want nog maar net begonnen of ik maakte een seminar en verscheidene overleggen mee. Zo mocht ik al direct kennis maken met de enorme veranderingen die er nodig zijn en met welke complexiteit dit gepaard gaat.
Show more

84 Read more

Het Effect van Expanding Retrieval Practice op het Leren van Nieuwe Woordenschat in het Primair Onderwijs

Het Effect van Expanding Retrieval Practice op het Leren van Nieuwe Woordenschat in het Primair Onderwijs

20 Aanbevelingen Om leerachterstanden door een te geringe woordenschat te voorkomen is onderzoek naar de beste strategie voor het aanleren van woorden erg belangrijk (Biemiller & Boote, 2006; Goossens et al., 2014b; Van Hartingsveldt & Verhallen, 2006). Hoewel in dit onderzoek het voordeel voor expanding retrieval practice boven massed practice niet gevonden is, is in vele bestaande onderzoeken duidelijk geworden dat expanding retrieval practice superieur is aan massed practice (Cepeda et al., 2006; Dunlosky et al., 2013). Ondanks de positieve resultaten van expanding retrieval practice bij het leren van teksten en woorden en de empirische ondersteuning voor deze methode (Karpicke & Roediger, 2007; Karpicke & Roediger, 2010; Küpper-Tetzel, 2014) ontbreekt toch nog een consensus over welke spreiding tot de beste resultaten leidt (Karpicke & Roediger, 2007; Karpicke & Roediger, 2010). Het is ook nog niet duidelijk hoe de link tussen de theorie en praktijk gelegd moet worden, zodat men in de klas ook voordeel kan hebben van de leerstrategie expanding retrieval practice (Fritz et al., 2007; Küpper-Tetzel, 2014). Daarom is vervolgonderzoek naar het inzetten van expanding retrieval practice als leerstrategie, rekening houdend met de beperkingen van dit huidige onderzoek, op grotere schaal en zoveel mogelijk in de klassensetting aan te bevelen. Bij onderzoek op grotere schaal bij meerdere scholen en leeftijdsgroepen kunnen de resultaten gegeneraliseerd worden naar meerdere
Show more

41 Read more

Grip krijgen op complexiteit. Onderwijs voor het ‘moeras’.

Grip krijgen op complexiteit. Onderwijs voor het ‘moeras’.

aanpakken gaan leerlingen eerst zelf met de taak aan de slag, ontdekken vervolgens waar voor hen de moeilijkheden liggen waarna directe instructie volgt (Loibl et al., 2016; Kapur, 2016). In weer andere aanpakken gaan leerlingen ook meteen met de hele taak aan de slag maar krijgen vervolgens diverse vormen van hulp om de taak succesvol te volbrengen, zoals in de vorm van het opdelen van de taak in deeltaken, of het aanbieden van hints et cetera (Lazonder & Harmsen, 2016; Lijnse, 2015). Nu is dat wat leerlingen nodig hebben afhankelijk van hun eigen leerbehoeften. Idealiter zou deze hulp moeten worden aangeboden in de zone van nabije ontwikkeling (Belland, 2014; Corno, 2008; Kapur, 2016). Dat wil zeggen dat leerlingen en studenten met precies genoeg hulp, niet teveel en niet te wei- nig, in staat worden gesteld de taak wel succesvol te maken, waar ze zonder hulp niet in zouden slagen. Ook dit hulp-op- maat principe is niet nieuw. Het belang ervan wordt al lang onderkend (Corno, 2008; Belland, 2014). De docent die dit principe wil toepassen wordt echter geconfronteerd met twee praktische problemen: a) hoe bepaal je welke hulp iedere leer- ling/student nodig heeft? en b) hoe kan je ervoor zorgen dat alle leerlingen/studenten op het juiste moment de juiste hulp krijgen? (Janssen et al., 2015). De meeste hiervoor beschreven procedures worden door docenten als onpraktisch ervaren (Janssen et al., 2015). Zo is het bijvoorbeeld onwerkbaar om met grote groepen leerlingen en studenten die je niet vaak ziet eerst voor iedereen telkens de beginsituatie vast te stellen en vervolgens het betreffende onderwijs en opdrachten aan te pas- sen voor al deze verschillende leerbehoeften.
Show more

30 Read more

Het leren van letters tijdens het voorlezen van een alfabetboek.

Het leren van letters tijdens het voorlezen van een alfabetboek.

Actieve letterkennis taak: Er werd bij deze taak gebruik gemaakt van vijf stroken waar op één strook vier letters en op vier stroken vijf letters gedrukt stonden. Iedere letter van het alfabet stond één keer op één van de stroken, behalve de Q en X. De letters stonden gedrukt in het lettertype Times New Roman met een lettergrootte van 150. Er werd gebruik gemaakt van hoofdletters, omdat kinderen hier de voorkeur aan geven boven kleine letters (Treiman, Cohen, Mulqueeny, Kessler, & Schechtman, 2007). Een uitzondering hierop vormden de letters i en j, omdat kenmerkende gebieden van de i en j mogelijk de punten zijn boven de letter en deze verdwijnen bij een hoofdletter. Afname van deze taak verliep volgens een opgesteld protocol. Alle stroken lagen met de gedrukte zijde naar beneden. Door de onderzoeker werd gezegd: “Ik heb hier letters en jij mag de letters zeggen die je kent”. Terwijl de eerste strook (die met de eerste letter van de naam van het kind) met de gedrukte kant naar boven voor het kind werd gelegd zei de onderzoeker: “Zeg de letters die je kent”. Het kind wees de letters aan die het kende en benoemde deze. Indien het kind de letters wel aanwees maar niet benoemde, werd door de onderzoeker gevraagd: “Weet je ook hoe de letter heet?”. Het gaf niet als het kind het dan niet meer wist. Wanneer het kind daarna zelf geen letters meer aanwees, vroeg de onderzoeker: “Ken je er nog meer?”. Als het kind hierop met “ja” antwoordde, dan werd door de onderzoeker gezegd: “Wijs die dan maar aan en zeg maar hoe hij heet”. Als het kind aangaf geen letters meer te kennen van de
Show more

27 Read more

Het streven naar kwaliteit in scholen voor primair onderwijs

Het streven naar kwaliteit in scholen voor primair onderwijs

De scholen die aan dit deelproject van Streef hebben meegedaan verschillen op de gemeten leerkrachtvariabelen niet van de scholen die aan een van de andere deelprojecten hebben meegedaan, noch op de kenmerken van opbrengstgericht werken, noch op de kenmerken die meer specifiek betrekking hebben op de manier waarop men met (zeer) goede leerlingen omgaat. In de gesprekken met de scholen waarin ook hun motivatie voor dit deelproject besproken is werden uiteenlopende redenen genoemd. De meest genoemde reden is vanzelfsprekend de erkenning van het feit dat deze groep de laatste jaren onvoldoende aandacht heeft gekregen terwijl scholen wel een verplichting hebben en voelen om alle leerlingen tot hun recht te laten komen. Voor sommige scholen ligt de reden in het feit dat ze bij het aanpassen van het onderwijs aan deze groep leerlingen problemen tegenkomen; wat bieden we aan, waarom en hoe? Dit zijn dus scholen die zich er al wat langer bewust van zijn en al een start hebben gemaakt. Een deel van deze scholen heeft een plusgroep of participeert in een bovenschoolse plusgroep, maar erkent dat dat de eigen groepsleerkracht niet ontslaat van de noodzaak het onderwijs aan te passen aan deze leerlingen. De plusgroep staat op enkele scholen zelfs ter discussie vanwege de kosten en vanwege eerder genoemde reden dat de leerlingen toch het leeuwendeel van de tijd in de eigen groep doorbrengt en de groepsleerkracht uiteindelijk verantwoordelijk blijft voor het hele onderwijs aan de leerling. Andere scholen stonden echt nog aan het begin en wisten niet precies waar en hoe te beginnen. Tenslotte is er een school die aangeeft dat ze hoopt dat door het verhogen van de prestaties van de goede leerlingen het schoolgemiddelde omhoog gaat. Na zoveel jaar aandacht besteed te hebben aan de zwakkere leerlingen zit er daar geen verbetering meer in en bovendien zal een eventuele verbetering, waar heel veel moeite voor gedaan zal moeten worden, niet veel bijdragen aan een verhoging van het schoolgemiddelde.
Show more

52 Read more

Cooperative learning : over de effectiviteit van samenwerkend leren in het scheikunde onderwijs

Cooperative learning : over de effectiviteit van samenwerkend leren in het scheikunde onderwijs

- Hoe effectief is het gebruik van expertgroepen bij samenwerkend leren? - De leerlingen vonden het, over het algemeen, leuk om samen te werken in groepen. Door de zorgvuldige samenstelling van de stamgroepen en het werken met een expertgroepensysteem werden de meer introverte leerlingen ook gestimuleerd om actief mee te doen. Dit werd tijdens de observaties zichtbaar, leerlingen sneeuwden niet onder in de stamgroepen. Communicatieve vaardigheden werden hierbij zeker verbeterd. Dit komt overeen met datgene beschreven is door Dinan en Frydrychowski (1995), de auteurs stelden dat bij samenwerkend leren de communicatieve vaardigheden worden gepromoot tussen leerlingen met diverse achtergronden. In de expertgroepen en stamgroepen vroegen leerlingen elkaar om hulp en werd hulp geboden. Er kwam wel sterk naar voren dat de leerlingen weinig interesse in het onderwerp hadden en geen enkele nieuwsgierigheid hadden in het vakgebied, volgens Maceirassa et al. (2011) is dit essentieel om samenwerkend leren te laten slagen. De leerlingen zagen wel in dat samenwerkend leren een realistische manier van werken is om grote hoeveelheden informatie op een efficiënte manier te verwerken, Maceirassa et al. (2011) stellen dit ook vast. Veel van de leerlingen zagen het werken in expertgroepen/stamgroepen als iets waar ze nog niet klaar voor waren, één van de uitspraken hierbij was ‘Het is een interessante inhoud, maar de methode werkt totaal niet! Op de uni misschien wel, maar bij ons werkt dit niet, omdat het ons niet heel erg interesseert’. Deze uitspraak is ietwat verwarrend omdat eerst wordt gesteld dat de inhoud interessant is en hierna gezegd wordt dat het ze niet interesseert. Leerlingen hebben deze manier van leren nog niet eerder meegemaakt en waren gelijk in paniek omdat het afweek van de “normale” manier van les krijgen, een opmerking van een leerling hierbij is ‘Ik had liever nog meer klassikaal uitleg gehad’. Verder was er de opmerking dat er te weinig tijd was om de vragen te maken. Er waren drie lesuren ingepland voor 8 opgaven, in het stamgroep gedeelte. Wanneer we naar de eindtoets kijken; hier moesten 11 opgaven gemaakt worden van eenzelfde niveau en hierbij vonden de leerlingen het niveau acceptabele. De leerlingen kregen één lesuur voor het maken van de eindtoets en vonden dit voldoende tijd om rustig de vragen te maken. Ondanks dat de eindtoets, over het algemeen, niet heel goed gemaakt is was het eindresultaat van de module acceptabel. Het gemiddelde cijfer was hierbij 6,6 (met een uitschieter naar een 10) met een standaard deviatie van 1,4.
Show more

102 Read more

Kennis in het klein : een kennismanagement methode voor het MKB

Kennis in het klein : een kennismanagement methode voor het MKB

Vanzelfsprekend is het niet nodig of zelfs onmogelijk om continu alle aanwezige kennis paraat te hebben en toe te passen. Het management kan een rol spelen door hier een verdeling in te maken (Alavi & Leidner, 2001). Zo zou de cruciale of kritieke kennis die de basis vormen van de organisatie, door het management moeten worden geïntegreerd met de organisatie en zijn processen (Kaplan, 2010; Grundstein & Rosenthal-Sabroux, 2008). Deze kennis dient bij iedere deelnemer bekend te zijn en te worden toegepast ten bate van de efficiëntie en uniformiteit van de organisatie. Enkele cliënten kunnen een hoge service level eisen. In deze specifieke gevallen kan dan de toepassing van eerder opgedane kennis worden afgedwongen om dit level te behalen. Juist in deze gevallen is gebleken dat kennisborging een zeer positieve bijdrage kan leveren. Kennis benodigd voor het uitvoeren van opdrachten van een specifieke cliënt moet daarom voor desbetreffende projectmanager en zijn team situationeel beschikbaar zijn om te worden toegepast. De overige algemene kennis dient direct opvraagbaar te worden gemaakt, opdat deze kan worden toegepast door de verschillende individuen als nodig. Om kennis vanuit een vrijwillige basis te raadplegen en toe te passen is het van groot belang voor de organisatie dat de weg ernaar toe niet als belemmering wordt gezien. De afweging voor de kennisnemer zit tussen de moeite van het ad hoc aangaan van een probleem of het gemak waarmee een eerdere oplossing kan worden geraadpleegd.
Show more

65 Read more

Het productierijp maken van een prototype van een kiosk voor het invullen van een elektronische medische vragenlijst voor donors

Het productierijp maken van een prototype van een kiosk voor het invullen van een elektronische medische vragenlijst voor donors

Om het ontwerp van de kiosk geschikt te maken voor mobiele afnamelocaties zijn een aantal concepten ontworpen. De conceptschetsen hiervan staan op pagina 33. Het eerste concept voor de mobiele afnamelocaties (MAL) bestaat uit een tafelmodel van de kiosk, waarbij het plankje voor spullen tevens dient als afdekking voor de apparatuur bij het opbergen. Een nadeel hiervan is dat de kiosk in deze vormslecht stapelbaar en dus lastig op te bergen is. Het tweede concept integreert de functies van de kiosk in een behuizing voor de tablet. Dit is de meest compacte oplossing, maar dit concept is waarschijnlijk lastig te realiseren en bovendien lastig te bedienen voor de gebruiker. Het derde concept gebruikt de klep die de apparatuur afschermt als privacyscherm. Hierbij is het echter wel mogelijk om van de zijkant mee te kijken. Het vierde concept heeft dezelfde vorm als een kiosk voor vaste locaties, maar dan verdeeld in drie stapelbare delen. Dit ontwerp is het minst compact en daardoor lastig mee te nemen in de MAL.
Show more

226 Read more

Verf maken, je reinste tovenarij : Een studie over het gebruik van het context concept onderwijs in het algemeen en een onderzoek van onderwijs over het gebruik van een context  concept module in het scheikunde onderwijs op het Bonhoeffer college, locatie

Verf maken, je reinste tovenarij : Een studie over het gebruik van het context concept onderwijs in het algemeen en een onderzoek van onderwijs over het gebruik van een context concept module in het scheikunde onderwijs op het Bonhoeffer college, locatie Van der Waalslaan

11. Het bovenstaande geldt ook voor chemische industrieën. "Dop" en "pen" staan dan voor chemische grondstoffen. Welke bijvoorbeeld? 12. Wat je in deze module geleerd hebt is toepasbaar op alle chemische reacties. Reactie- vergelijkingen en berekeningen zijn daarbij zeer belangrijk. Van de volgende reacties zijn de vergelijkingen makkelijk zelf af te leiden. Bijvoorbeeld van het maken uit suiker van het door ons gebruikte pigment koolstof. Weeg ca 1 cm hoog suiker nauwkeurig af in een (oude) reageerbuis. Noteer de massa van de suiker: 13. Thermolyseer de suiker volledig. Steek de ontwijkende gassen aan. De kleur van de vlam is: 14. Verplaats (als de vlam bijna is uitgebrand) de knijper naar de onderkant van de reageerbuis (nadat deze even is afgekoeld) en stook de buis over de hele lengte schoon. Suiker heeft als molecuulformule C 12 H 22 O 11 . Hoe zie je aan deze
Show more

114 Read more

Het ontwerpen van een leerplan : een blauwdruk voor leerplanontwikkeling

Het ontwerpen van een leerplan : een blauwdruk voor leerplanontwikkeling

Een visie vormt bij zowel de theorie van Van den Akker (2003 als bij de theorie van Simons (1995; 2001) het eerste component van een leerplan. Een visie kan worden omschreven als “een ingebeelde voorstelling of een gedeeld beeld van de (meestal gewenste) toekomst” (Jenssen, 2010, p.346). Een visie moet “projecteren naar een punt in de tijd, ver genoeg van het heden, zodat de toekomst van de organisatie onvoorspelbaar is” (Zuckerman & Coile, 2000, p.298). Het hebben van een visie is belangrijk voor een organisatie om richting te kunnen geven in een concurrerende omgeving (El-Namaki, 1992; Stewart, 1993; Berker, 1990). Om gewenste resultaten te bereiken over een langere termijn is het daarom belangrijk om vanuit de basis van een visie te werk te gaan. Een visies op leren & ontwikkelen zijn in de loop der jaren door diverse auteurs samengesteld. De vier belangrijkste en meest gebruikte visies op leren & ontwikkelen; behaviorisme, cognitivisme, constructivisme en sociaalconstructivisme, kunnen worden toegepast op alle soorten van leren en op alle leeftijdscategorieën (Swanson & Holton, 2009). Ondanks deze overeenkomsten, zijn deze leertheorieën verschillend in het doel van leren en de manier waarop leren gedefinieerd wordt.
Show more

64 Read more

Het ontwikkelen van een interface voor een digitaal instrumentenpaneel

Het ontwikkelen van een interface voor een digitaal instrumentenpaneel

Om de interface, vanaf nu ook ID-control genoemd, te ontwerpen worden eerst enkele onderzoeken uitgevoerd om de wensen van de opdrachtgever en de gebruikers op papier te krijgen. Daarnaast wordt er onderzocht welke eisen er gesteld worden aan gebruikersinterfaces in auto’s aangezien de gebruiker van de interface in dit geval de bestuurder van de auto is. Dit brengt met zich mee dat de gebruiker, voor de eigen veiligheid, voornamelijk met het besturen van de auto bezig moet zijn. Er is tevens onderzocht welke personen de exclusieve sportauto’s kopen waar het instrumentenpaneel voor wordt ontwikkeld. Hieruit kwam naar voren dat het hierbij voornamelijk gaat om mannen van middelbare leeftijd met een riant inkomen. Dit type auto wordt door deze gebruikers eerder gekocht voor het imago dan de bijbehorende rijeigenschappen. Er is tevens een marktonderzoek geweest waarin vergelijkbare systemen en interfaces van meerdere autofabrikanten zijn geanalyseerd. Hieruit bleek dat er voor de interfaces in een auto drie veel gebruikte plaatsen zijn. Van deze drie locaties in het auto interieur, het stuur, het verticale gedeelte van het dashboard en de middenconsole tussen de voorstoelen zijn de laatste twee gekozen als mogelijke locaties van de ID-control. Tenslotte is er in de onderzoeksfase uitgezocht welke functies er door het uiteindelijke product bediend moeten worden en op welke manier deze functies in de bestaande grafische interface geïmplementeerd kunnen worden.
Show more

71 Read more

De ontwikkeling van een efficiënt, betrouwbaar en valide leerlingvolgsysteem voor taalvaardigheid in Engels in het voortgezet onderwijs

De ontwikkeling van een efficiënt, betrouwbaar en valide leerlingvolgsysteem voor taalvaardigheid in Engels in het voortgezet onderwijs

Er is een aantal beperkingen die de resultaten van dit onderzoek hebben kunnen beïnvloeden en die van belang zijn om aandacht aan te besteden in een volgend onderzoek. Alhoewel het gemakkelijker en minder tijdrovend is om alle data af te laten nemen door een docent, zitten hier een aantal knelpunten aan. De docent kan de instructies misschien niet goed uitleggen, waardoor er onbegrip ontstaat bij de leerlingen. Ook is het mogelijk dat de docent de tijd niet goed bijhoudt, waardoor leerlingen meer of juist minder tijd krijgen om de taak te volbrengen. Een oplossing hiervoor kan zijn om beter te controleren en verkeerd afgenomen data te verwijderen, zoals in dit onderzoek is gebeurd, maar het is altijd mogelijk dat deze controle niet voldoende is geweest. Een observator kan niet goed opletten, of de lat minder hoog leggen bij de beoordeling van de juistheid van instructies ten opzichte van andere observatoren. Het is dus van belang om de observatoren goed te trainen voorafgaand aan het onderzoek.
Show more

35 Read more

Show all 6836 documents...