Top PDF Opstaan of zittenblijven? : een kwalitatief onderzoek naar zittenblijven in het voortgezet onderwijs in Nederland

Opstaan of zittenblijven? : een kwalitatief onderzoek naar zittenblijven in het voortgezet onderwijs in Nederland

Opstaan of zittenblijven? : een kwalitatief onderzoek naar zittenblijven in het voortgezet onderwijs in Nederland

De tweede deelvraag die gesteld is, luidt: ‘Wat is het beleid van de school wat betreft zittenblijven?’. Alle bevraagde schoolleiders geven aan dat op hun school een bepaalde vorm van beleid is wat betreft zittenblijven. Zo bestaan op alle scholen overgangsregels of -normen (de benaming hiervoor verschilt per school) en wordt er door middel van tekorten of verliespunten gekeken of een leerling aan de eisen voor bevordering naar het volgend leerjaar voldoet (Verbeeten, 2015). Naast de overgangsregels en - normen voeren acht scholen actief beleid om zittenblijven tegen te gaan. Op twee scholen zijn ze er al wel mee bezig, maar zijn er nog geen concrete plannen gemaakt. Hier worden bijvoorbeeld de rendementen goed in de gaten gehouden en wordt er wel veel over gesproken, maar dat heeft nog niet in concrete acties geresulteerd. Op de overige acht scholen is het beleid al verder gevormd. Er zijn al in meer of mindere mate concrete plannen bedacht en soms ook al uitgevoerd. Twee van deze scholen hebben deelgenomen aan de zomerschool-pilot en zijn dus op die manier al bezig met het onderwerp zittenblijven. Op andere scholen wordt er meer individuele ondersteuning geboden gedurende het schooljaar en wordt er steeds beter gekeken naar wat beter is voor elk kind. Ook zijn op een aantal scholen de overgangsnormen onder de loep genomen en is besloten dat voortaan elke leerling een bespreekgeval is (mag zijn) en niemand meer louter op basis van cijfers blijft zitten. Er wordt gekeken naar wat voor die leerling het juiste vervolgtraject is. Een voorbeeld van een concrete actie binnen een beleid dat gericht is op het verminderen van zittenblijven, is het volgende: ‘Afgelopen schooljaar hadden wij op de havo een slagingspercentage van 96%, dat is zeer hoog landelijk gezien. En waarom is dat bijzonder interessant, omdat van die lichting die afgelopen jaar havo hier heeft gehaald, alle potentiële zittenblijvers in de vierde gewoon bevorderd zijn naar de vijfde en die hebben het dus allemaal gehaald’.
Show more

27 Read more

Personeel, organisatie en management in het voortgezet onderwijs

Personeel, organisatie en management in het voortgezet onderwijs

De grootte van scholen heeft invloed op de leerresultaten en de kwaliteit van het onderwijsleerproces. De schaalgrootte van een school wordt vaak geoperationaliseerd als het aantal leerlingen op een school (Boef-Van der Meulen, Bronneman-Helmers, Eggink & Herweijer, 1995). De Inspectie van het Onderwijs (2007) constateerde dat de opbrengsten op scholen met 100 tot 200 leerlingen vaak onder het verwachte niveau liggen. Op deze scholen worden de ontwikkelingen van leerlingen kinderen minder goed gevolgd, schieten de analyses van problemen vaker tekort en wordt de zorg voor de leerlingen minder planmatig uitgevoerd (Inspectie van het Onderwijs, 2007). Kleinere scholen zouden volgens Heijmans (2004) een veiliger en kwalitatief beter onderwijskundig en pedagogisch klimaat kunnen bieden dan grote scholen. Hierdoor zouden volgens haar kleine scholen een positief effect kunnen hebben op de prestaties van leerlingen. Het onderzoek naar scholen met 100 tot 200 leerlingen van de inspectie spreekt dit echter tegen. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat Heijmans mogelijk ook iets grotere scholen tot de kleinere scholen rekent.
Show more

18 Read more

Bevlogenheid en burnout in het voortgezet onderwijs: een studie naar bevlogenheid en burnout in het voortgezet onderwijs, uitgaande van LMX, copinggedrag en doelorientaties van docenten

Bevlogenheid en burnout in het voortgezet onderwijs: een studie naar bevlogenheid en burnout in het voortgezet onderwijs, uitgaande van LMX, copinggedrag en doelorientaties van docenten

Nederland heeft behoefte aan docenten die bevlogen in hun werk zijn. Uit onderzoek blijkt dat docenten gemiddeld hoog scoren op bevlogenheid in vergelijking met andere sectoren. Desondanks is de gemiddelde bevlogenheid van docenten in Nederland laag. Docenten geven aan dat zij hun werk - onder andere door een te hoge werkdruk, verminderd „engagement‟ en stress - weinig aantrekkelijk vinden. Uit onderzoek blijkt dat docenten behoren tot de top drie van beroepen die geconfronteerd worden met burnout (Van Horn, 2002). Het is van belang het wetenschappelijke inzicht ten aanzien van bevlogenheid en burnout te vergroten om in de praktijk het kwantitatief tekort aan kwalitatief goede docenten te verminderen. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: In welke mate hebben LMX 1 , het copinggedrag en doeloriëntaties een relatie met bevlogenheid en burnout en welke factoren zijn nog meer van invloed op bevlogenheid en burnout?. In het onderzoek zijn 30 respondenten geïnterviewd door middel van een open interview en een vragenlijst. De resultaten laten zien dat LMX positief gerelateerd is aan bevlogenheid. Er bestaat een niet significante negatieve relatie tussen LMX en burnout. Het copinggedrag laat een positieve relatie met bevlogenheid en een negatieve relatie met burnout zien. De bevlogenheid is het hoogste en de burnout het laagste als een docent een leerdoeloriëntatie heeft. De negatieve relatie met bevlogenheid en de positieve relatie met burnout zijn voor prestatiebewijs- en prestatievermijdende doeloriëntaties niet aangetoond. Kernwoorden: bevlogenheid, burnout, LMX, copinggedrag, doeloriëntaties.
Show more

55 Read more

Wetenschapsoriëntatie : een onderzoek naar de mate waarin wetenschapsoriëntatie in het voortgezet onderwijs voorkomt en praktijkvoorbeelden van andere scholen

Wetenschapsoriëntatie : een onderzoek naar de mate waarin wetenschapsoriëntatie in het voortgezet onderwijs voorkomt en praktijkvoorbeelden van andere scholen

Slechts de eerste module wordt afgesloten met een schriftelijke toets, terwijl de andere modules een vorm van projectwerk met zich meebrengen. De tweede module is gekozen, vanwege het nieuwe gebouw dat het CLV in gebruik zal nemen. In module twee is bewust gekozen voor ‘de nieuwe school’, omdat leerlingen zich daar direct bij betrokken voelen. Module drie laat de ruimte vrij aan leerlingen om de evolutie van een bepaald onderwerp na te trekken. Er is door een groep onlangs gekozen voor het onderwerp ‘Evolutie van het weerbericht’, waarbij daarover een film is gemaakt. Tijdens module vier moeten leerlingen een betoog schrijven over gezondheid en de limieten die de ethiek aan onderzoek in dat domein zou moeten stellen. Uiteindelijk wordt het programma afgesloten met een eigen onderzoek dat door de leerlingen zelf in elkaar wordt gezet en door de leraren wordt begeleid. Er is nog getracht om een dergelijk project ook in het HAVO te laten indalen, maar dat is nooit goed gelukt. Het idee is dan dat havisten minder behoefte hebben aan verbreding en eerder een stevige basis Nederlands en Engels moeten ontwikkelen. Deze twee talen worden op het CLV belangrijk geacht voor het creëren van kritische burgers, omdat taal aan de basis ligt van informatie. Om echt kritisch te zijn hebben leerlingen nog enige basiskennis nodig en moeten zij bekend zijn met vakjargon en diverse onderzoekmethoden.
Show more

50 Read more

To buy or not to buy: Een onderzoek naar toekomstig aankoopgedrag van leerlingen voortgezet onderwijs m.b.t. educatieve materialen.

To buy or not to buy: Een onderzoek naar toekomstig aankoopgedrag van leerlingen voortgezet onderwijs m.b.t. educatieve materialen.

Hoewel gedragsintenties binnen de Theory of Planned Behavior worden gezien als de primaire determinant van gedrag erkent het model dat normatieve invloeden (subjective norm) iemand ervan kunnen weerhouden om toe te geven aan intenties (Fishbein e.a., 2003). De normatieve invloed heeft te maken met de perceptie van sociale druk en wordt gevormd door iemands overtuiging dat individuen of groepen vinden dat diegene het gedrag wel of niet zou moeten vertonen (Fishbein & Ajzen, 1975). De totale hoeveelheid ervaren sociale druk noemt men “subjective norm” en wordt naast attitude gezien als de belangrijkste determinant van gedragsintentie (Fishbein & Ajzen, 1975). In Nederland kennen wij volgens Triandis en Suh (2002) een individualistische cultuur wat wil zeggen dat wij in hoge mate zelf bepalen wie wij zijn, in tegenstelling tot collectieve culturen als in Azië waarin men meer eigenschappen aan een groep toedicht dan aan zichzelf. De nadruk in onze cultuur ligt op zelfvertrouwen, onafhankelijkheid en uniekheid waardoor normatieve invloeden in die zin voor leerlingen in Nederland minder invloed zullen hebben op de gedragsintentie dan in collectieve culturen. Maar vrij van normatieve invloeden zijn wij zeker niet op jonge leeftijd.
Show more

74 Read more

Empowerment in de gezondheidszorg: een kwalitatief onderzoek naar het begrip empowerment omtrent het PGB

Empowerment in de gezondheidszorg: een kwalitatief onderzoek naar het begrip empowerment omtrent het PGB

29 Naast het Nederlandse systeem, spelen ook veranderingen binnen de keuzevrijheid van de burger een rol voor de onrust. In de afgelopen jaren is de keuzevrijheid van de burger steeds groter geworden. Dit werd onder andere door overheden ondersteund om hiermee marktwerking in diverse beleidssectoren zoals zorg, onderwijs en telecommunicatie te bevorderen. Consumenten hebben de mogelijkheid gekregen om tussen alternatieve, collectieve voorzieningen te kiezen. Keuzevrijheid heeft in de hervormingscontext van de invoering van marktwerking in verzorgingsstatelijke sectoren de betekenis van consumptiekeuze gekregen (Ossewaarde, 2010). De burgers zijn nu consumenten van publieke diensten en zijn steeds meer verantwoordelijk voor hun eigen behoeftevoorziening, terwijl beleidsmakers zich meer richt op het ordenen van het marktaanbod van collectieve voorzieningen (Ossewaarde, 2010). Hiernaast heeft de keuzevrijheid ook invloed op de bestuurlijke structuur gehad. Keuzevrijheid betekent hierbij dat de burger de mogelijkheid geboden krijgt om mee te beslissen over kwesties van het publieke domein (Ossewaarde, 2010). Hierbij worden keuzevrijheid en burgerparticipatie aan elkaar gekoppeld met het idee dat hierdoor de kloof tussen burger en overheid overbrugd kan worden door burgers zelf te laten kiezen tussen beleidsalternatieven en henzelf het gekozen alternatief te laten implementeren in hun eigen lokale gemeenschap (Ossewaarde, 2008; Schrijver, 2008). De burger wordt medeverantwoordelijk voor de uitkomsten van beleid. De gemeente/lokale overheid voert de regie over het geheel van beleidsprocessen. Het WMO is een voorbeeld voor de participatiewetgeving waarin burgers een actieve bestuurlijke rol krijgen. Zij mogen op lokaal niveau meebeslissen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de wet, maar leggen daarvoor ook verantwoording af aan het lokale bestuur (horizontale verantwoording) en niet aan het rijk (verticale verantwoording) (de Klerk, 2010). Hierdoor zal de samenwerking tussen overheid en burgers versterkt worden en zal er door de samenwerking meer probleemoplossend vermogen worden gegenereerd (Ossewaarde, 2010).
Show more

64 Read more

Informatieoverdrachten in het ontwikkelingstraject: een onderzoek naar hoe informatieoverdrachten in het
ontwikkelingstraject efficiënter kunnen verlopen, door toepassing van
een informatiemodel bij Trebbe Bouw Oost en Noord BV

Informatieoverdrachten in het ontwikkelingstraject: een onderzoek naar hoe informatieoverdrachten in het ontwikkelingstraject efficiënter kunnen verlopen, door toepassing van een informatiemodel bij Trebbe Bouw Oost en Noord BV

In de literatuur is aangegeven dat er verschillende tijdsplanningtechnieken zijn die ervoor kunnen zorgen dat de planning van een ontwerpfase op de juiste manier gebeurt. Een van deze technieken heeft ten grondslag gelegen aan het ontwerpen van het model dat in de volgende paragraaf wordt gevisualiseerd. In paragraaf 3.2.5 is als voorbeeld het Work Breakdown Structure toegepast op de processen bij Trebbe. Deze manier maakt het mogelijk om processen in kleinere delen uit te splitsen zodat er meer structuur ontstaat. Tezamen met het stage-gate model in paragraaf 2.3.1 heeft dit geleid tot een model waarbij de processen in fases, zoals die benoemd zijn in paragraaf 2.5.2, met harde overgangen worden vastgelegd. Gekozen is voor de fases van die genoemd zijn in de NEN 2574. Dit om het standaardiseren met andere bedrijven mogelijk te maken, de NEN 2574 is de in Nederland algemeen beschouwde norm die het merendeel van de bouwbedrijven toepast. Het toepassen van het stage-gate model zorgt ervoor dat er voor elke faseovergang gecontroleerd moet worden of aan de vooraf gesteld eisen in een checklist is voldaan. Dit gebeurt door een persoon die voor het proces verantwoordelijk is.
Show more

79 Read more

Ontwikkeling van een stabiele tafelset voor Estivomeubels

Ontwikkeling van een stabiele tafelset voor Estivomeubels

Probleemkind van het hele project is de tafel. Hoewel verscheidene proeven zijn gedaan voor het tafelblad blijven complicaties optreden. Het prototype of ware grootte vertoont gebreken in de vorm van het textiel dat bobbelt. Dit is te wijten aan de werking van het houten frame. Dit kan ondervangen worden door bijvoorbeeld een dynamische opspanning of het aanbrengen van de textiel als het houten frame gekrompen is. Echter de ontwikkeltijd zal hoog zijn voordat een productierijpe tafel geproduceerd kan worden. Daarom is Estivomeubels geadviseerd om niet verder te gaan met de ontwikkeling van de tafel en zich te richten op een lijn van stoelen met het opgespannen textielprincipe. Immers, verscheidene ideeën voor varianten zijn al aangeleverd in de ideeëngeneratie, waardoor de ontwikkelingstijd laag zal zijn.
Show more

106 Read more

Uitkomstmaten Cool 2B Fit : een studie naar de uitkomstmaten van een interventie tegen overgewicht bij kinderen

Uitkomstmaten Cool 2B Fit : een studie naar de uitkomstmaten van een interventie tegen overgewicht bij kinderen

Om de betrouwbaarheid van het onderzoek te vergroten is besloten om op een kwantitatieve manier te onderzoeken welke uitkomstmaten het meest belangrijk worden gevonden door de verschillende stakeholders. Er worden geen open vragen gesteld in de vragenlijst, maar er wordt gebruikgemaakt van een schaal van -9 tot +9 waarop de respondenten hun keuze kunnen invullen bij de paarsgewijze vergelijking tussen twee uitkomstmaten. Dit is volgens Babbie (2007) een meer betrouwbare manier van meten dan het stellen van open vragen, aangezien de interpretatie van de antwoorden door de onderzoekers (subjectiviteit) geen invloed heeft op het onderzoek. Tegen subjectiviteit is ook beschermd door respondenten zelf de vragen te laten lezen en invullen, aangezien de manier van interviewen door verschillende interviewers de respondenten kan beïnvloeden. In dit onderzoek is slechts bij enkele respondenten (kinderen) uitleg gegeven wanneer deze de vraag zelf niet begrepen. Er zijn enkele punten waarop de betrouwbaarheid van het onderzoek discutabel is. Ten eerste is er een mogelijkheid dat wanneer de vragenlijst eerder of later in de tijd was afgenomen, dat de respondenten een andere mening zouden geven. Ten tweede kan het zijn dat respondenten sommige vragen niet begrepen. Babbie (2007) stelt dat respondenten in dit geval antwoorden verzinnen. Dit betekent dat de respondenten waarschijnlijk een ander antwoord geven wanneer de test opnieuw afgenomen wordt. Er zijn enkele manieren om de betrouwbaarheid van een onderzoek te testen (70). De eerste manier is de Test-Retest methode. Door een vragenlijst meer dan één keer af te nemen bij respondenten, kunnen onderlinge verschillen (en dus de betrouwbaarheid) in kaart worden gebracht. Deze methode was vanwege de korte duur van dit onderzoek niet geschikt. De tweede manier is de Split-Half methode. Hierbij worden de vragen welke een bepaald aspect meten in tweeën gedeeld en vervolgens worden beide delen apart gebruikt om het aspect te meten. Wanneer beide delen hetzelfde antwoord geven is de test betrouwbaar. Deze methode is echter niet praktisch voor dit onderzoek. Wel zijn er meerdere vragen gebruikt om elk aspect te meten in de vragenlijst. De derde manier om betrouwbaarheid te garanderen is om bestaande (betrouwbare) methoden te gebruiken. Voor dit onderzoek waren echter nog geen vergelijkbare vragenlijsten beschikbaar, maar wellicht is dit wel het geval wanneer het vervolgonderzoek plaatsvindt.
Show more

45 Read more

Toekomstbestendige energienetten? Een onderzoek naar de waarborging van publieke belangen in het energienetwerkbeheer in Nederland

Toekomstbestendige energienetten? Een onderzoek naar de waarborging van publieke belangen in het energienetwerkbeheer in Nederland

onderhoud van de regionale distributienetwerken zijn er de twee landelijke netbeheerders voor elektriciteit en gas, respectievelijk Tennet Transmission System Operator (hierna: TenneT) en Gas Transport Services (hierna: GTS). TenneT is de beheerder van het landelijke hoogspanningsnetwerk en verbindt de regionale distributienetten en de Europese netten met elkaar. GTS is de beheerder van het landelijk hoofdtransportnet voor gas en heeft dezelfde taak op het gebied van gasdistributie. Naast de jaarverslagen van deze twee belangrijke spelers voor de energiesector in Nederland zullen de jaarverslagen van de vier grootste regionale netbeheerders worden geanalyseerd in dit onderzoek. Dit zijn Liander, Enexis, Stedin en Delta Netwerkbedrijf (DNWB). Alle vier deze netbeheerders beheren distributienetten van zowel elektriciteit als gas. Op de elektriciteitsmarkt beheren ze ruim 90 procent van de netten en op de gasmarkt zijn ze verantwoordelijk voor ruim 75 procent. Doordat ze zulke grote delen van de markt representeren zullen de uitkomsten van dit onderzoek een reëel beeld geven van de sector in Nederland. De jaarverslagen die zullen worden gebruikt voor de analyse zijn in alle gevallen de meest recent beschikbare. In de praktijk komt dit neer op de jaarverslagen over het jaar 2011. De energiesector is volop in beweging en documenten van slechts enkele jaren oud kunnen al een redelijk vertekend beeld van de situatie geven omdat er constant nieuwe innovaties aan de orde zijn en regulering aan verandering onderhevig is.
Show more

41 Read more

Een kwalitatief onderzoek naar het bevorderen van de goederenstromen binnen Royal Huisman Shipyards

Een kwalitatief onderzoek naar het bevorderen van de goederenstromen binnen Royal Huisman Shipyards

Daarnaast is er bij het plaatsen van de pallets gedacht aan de ‘golden zone opslag methode’. De pallets waar men het meest mee bezig is staan tussen heup en schouder hoogte zodat er eenvoudig gezocht kan worden in de pallets. De pallets met zware onderdelen zijn op de grond geplaatst om ze makkelijk toegankelijk te maken voor het gebruik van een palletwagen. In de theorie wordt gesteld dat 70 procent van de meest voorkomende artikelen in deze ‘golden zone’ dienen te staan. In het geval van RHS gaat het niet om producten maar om systemen. Wij hebben op basis van deze gegevens een selectie gemaakt van welke systemen in de stelling komen te staan, ook rekening houdend met gewicht en grote. Op deze manier zijn wij gekomen op 12 van de 20 systemen in de golden zone, wat neerkomt op 60 procent. Het hydrauliek systeem staat niet in de stelling omdat deze bij de hydrauliek staat, pneumatiek staat boven de golden zone omdat dit een vrij klein systeem is, en systemen als hoofdmotor en generatoren zijn simpelweg te groot voor de stelling. De oude en nieuwe indeling van de stelling is schematisch en werkelijk weergegeven in figuur 21 en 22.
Show more

69 Read more

Ideele arbeid : een kwalitatief onderzoek naar de invloed van het ideaal op de arbeidsmotivatie bij medewerkers van NGO’s

Ideele arbeid : een kwalitatief onderzoek naar de invloed van het ideaal op de arbeidsmotivatie bij medewerkers van NGO’s

Waar tegenwoordig het wereldburgerschap of kosmopolitanisme ingebed is in een soort vanzelfsprekendheid door de stand van de technologie, berustte dit in het verleden veel meer op een bewuste keuze, of beter, een concreet gevoel van verbondenheid met de burgers van de wereld. In die zin is vanuit de filosofie het kosmopolitanisme tegenover het ‘patriottisme’ gezet. Vanuit de klassieke filosofie werd niet gedacht in termen van kosmopolitanisme, men was trouw aan de eigen samenleving (de polis) en had binnen die samenleving zijn dienstbare taak. Men was loyaal aan de eigen (stads)staat. Binnen de filosofische benadering zijn loyaliteit en dienstbaarheid de kernbegrippen. Van nature heeft ieder mens een bijzondere band met de omgeving en samenleving waarin hij/zij is geboren, juist door de binding aan ouders, familie en leefomgeving. De binding met de gehele wereldbevolking is echter veel minder vanzelfsprekend. De mate waarin men deze binding van belang acht is veel meer afhankelijk van persoonlijke gevoels- en geloofsargumenten. Onafhankelijk van het feit of de binding aan een samenleving berust op ‘ingeboren-zijn’ of op geloofs- en gevoelsargumenten brengt deze binding een plicht met zich mee. Men dient zich nuttig te maken voor de samenleving. Op deze manier ontstaat de echte ‘samen- leving’; door een ruil van taken en door zorg voor elkaar.
Show more

43 Read more

Freemium: Take it or leave it : een kwalitatief onderzoek naar de factoren die een rol spelen in het succes van het nieuwe marketinginstrument Freemium

Freemium: Take it or leave it : een kwalitatief onderzoek naar de factoren die een rol spelen in het succes van het nieuwe marketinginstrument Freemium

Je zal zo naar een aparte ruimte gaan waar Freemium hangt. Het is de bedoeling dat je Freemium zal gebruiken, op het apparaat zelf is uitgelegd hoe het werkt. Het doel van dit onderzoek is om te kijken hoe Freemium werkt, of het duidelijk is wat er gedaan moet worden en het ook daadwerkelijk werkt. Binnen in de ruimte hangt een camera, waarmee je wordt opgenomen. Hier hoef je je niks van aan te trekken, deze beelden blijven privé. Ik wil je vragen om tijdens het gebruik van Freemium hard op te denken….alles wat je denkt moet je zeggen…….BV: de poster vraagt om je bluetooth aan te zetten….je denkt: waar in mijn telefoon kan ik mijn bluetooth aanzetten, zeg dit dan hard op. Het is even wennen, maar erg belangrijk voor het onderzoek dit te doen. Nadat je Freemium hebt gebruikt, kan je naar buiten komen en mag je anoniem een vragenlijst invullen. Tijdens het gebruiken van Freemium kan je geen vragen stellen aan de
Show more

71 Read more

Excellente scholen in het basisonderwijs : onderzoek naar kenmerken die door de Inspectie van het Onderwijs gehanteerd kunnen worden om basisscholen met excellente kwaliteit te onderscheiden

Excellente scholen in het basisonderwijs : onderzoek naar kenmerken die door de Inspectie van het Onderwijs gehanteerd kunnen worden om basisscholen met excellente kwaliteit te onderscheiden

Betrokken ouders en omgeving is het laatste kenmerk van excellent basisonderwijs dat uit onderzoek naar voren kwam. De leraren antwoorden, zoals blijkt uit tabel 12, dat het personeel van de school er bewust zijn best voor doet om de ouders van de leerlingen bij de school te betrekken. Ook konden veruit de meeste leraren voor zichzelf meerdere manieren opnoemen waarop zij zelf probeerden ouders bij de school te betrekken. Daarnaast worden de ouders op beide scholen vertegenwoordigd door ouders die inspraak hebben op het beleid van de school. Hierover worden de ouders in de schoolgids ingelicht. Ook de schoolleiders gaven aan dat de ouders erg betrokken zijn en ook betrokken willen worden. Wat hier invloed op heeft is dat de scholen in vrij kleine gemeenschappen staan. Daardoor is er een sterk gemeenschapsgevoel en vooral bij school B (waar de school naast de slager de enige maatschappelijke voorziening is) heeft de school een maatschappelijke functie. Ondanks dat beide scholen de betrokkenheid van de ouders bevorderen en waarderen, verwachten ze verschillende soorten betrokkenheid. Bij school E worden de ouders betrokken bij bepaalde lessen en activiteiten, zoals begeleiding bij lezen en overblijven. School B wil juist dat de professionals, de leraren, de enigen zijn die deze taken in de toekomst op zich gaan nemen. Zij wijzen de ouders er in de schoolgids echter op dat zij samen met de school verantwoordelijk zijn voor goede opvoeding en ontwikkeling van de leerlingen en dat ze daarin moeten samenwerken. Het is gezien de betrokkenheid van de ouders niet vreemd dat de leraren menen dat er een vertrouwensrelatie met de ouders bestaat. Dat ouders goed geïnformeerd worden draagt hieraan volgens de schoolleiders bij. De documenten die de school verstrekt zijn duidelijk en de ouders worden met regelmaat en op meerdere wijzen ingelicht over recente gebeurtenissen, te ondernemen activiteiten, ouderavonden en
Show more

39 Read more

Lab on a Chip als practicum : In het voortgezet onderwijs

Lab on a Chip als practicum : In het voortgezet onderwijs

Op 9 juni 2009 werd bekend dat UT-hoogleraar Albert van den Berg de Spinozaprijs had gewon- nen voor zijn doorbraken in het begrip en de manipulatie van vloeistoffen in kanalen met een micro- of nanometerschaal. Hij past deze kennis onder andere toe in nieuwe apparatuur voor de gezondheidszorg (NWO, 2009). Albert van den Berg onderzoekt op zijn vakgroep ’BIOS, the Lab on a Chip group’ de mogelijkheid om kleine laboratoria op microscopische schaal te integreren. Hierin zit er dus een klein laboratorium op chip, vandaar de naam ’Lab on a Chip’. Albert van den Berg heeft aangegeven een substantieel deel van het gewonnen geldbedrag te besteden aan onderwijs. Vanuit het vak ’Schoolprakticum 2’ is naar voren gekomen dat de lerarenopleiding van ELAN een deel van invoering in het onderwijs op zich kon nemen. Na overleg met Albert van de Berg is geconcludeerd dat dit inderdaad een uitvoerbaar idee is. Dit is het eerste onderzoek in een verwachte serie van onderzoeken en opdrachten. De start van dit onderzoek was inventariseren welke methodes geschikt zouden zijn voor implementatie in het onderwijs.
Show more

38 Read more

Een casestudy naar het referendum in Huizen : een onderzoek naar het Huizer referendum van 10 juni 2004, op
basis van de Tijdelijke referendumwet, over de aanpassing van de verordening speelautomatenhallen 1998

Een casestudy naar het referendum in Huizen : een onderzoek naar het Huizer referendum van 10 juni 2004, op basis van de Tijdelijke referendumwet, over de aanpassing van de verordening speelautomatenhallen 1998

inblazen van de Graaf Wichman, de genoemde plannen die de gemeente met de Oude Haven had en het vertrek van het snookercentrum uit de Keucheniusstraat. 34 Een en ander werd uiteengezet in de publiekssamenvatting ‘referendum wijziging speelautomatenverordening Huizen’, ter beschikking gesteld door de gemeente. In de samenvatting is te lezen dat de centrale overweging voor aanpassing van de verordening 1998 de situatie was waarin de Graaf Wichman, het plaatselijk uitgaanscentrum (hierna: centrum) van dhr. Van Eijl 35 , verkeerde. De behoeften van verschillende groeperingen konden niet in het centrum worden bevredigd. Vooral de belangrijkste onderdelen van het centrum draaiden al een tijd slecht en op de korte termijn zou dit naar verwacht niet beter worden. 36 Eén van de onderdelen van het centrum was de kelder met 22 behendigheidsautomaten. 37 In art. 2 lid 2 van de verordening 1998 stond dat de burgemeester enkel vergunning kon verlenen voor een speelautomatenhal met behendigheidsautomaten. In art. 1 lid D1 wordt zo’n automaat omschreven als ‘een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen’. 38
Show more

56 Read more

VHDL voor het voortgezet onderwijs: Een nieuwe lesmodule over hardware voor informatica

VHDL voor het voortgezet onderwijs: Een nieuwe lesmodule over hardware voor informatica

De module laat leerlingen kennismaken met een nieuw onderwerp. Zodoende komen verschillende onderwerpen kort aan bod. Dit heeft een aantal nadelen. Ten eerste, het aanleren van een nieuwe programmeertaal kost veel tijd en oefening. Deze tijd is niet beschikbaar, dus het behaalde eindniveau wat betreft VHDL is relatief laag. Daarbij is het lastig te toetsen in hoeverre men het begrepen heeft. Een cijfer koppelen aan de prestatie is daarom niet eenvoudig. Ten tweede, leerlingen moeten zelfstandig aan het werk met VHDL en moeten zelf (gedeeltelijk) uitzoeken hoe het allemaal werkt. In de praktijk blijkt dat het begeleiden van deze groep leerlingen voor de docent een stuk zwaarder is dan normaal; er is geen boek dat ze stap voor stap door de stof heen helpt, maar de belangrijkste informatiebron is de docent. Ten derde, er is relatief weinig tijd en er wordt verwacht van de leerlingen dat ze zelf met de stof aan de slag gaan. Hiervoor is een sterke motivatie nodig vanuit de leerlingen. Als die er niet (iedere les) is, dan zal de lesmodule niet goed uit de verf komen; met alleen uitleg en presentaties van de docent blijft het geheel waarschijnlijk onduidelijk.
Show more

84 Read more

Een kwalitatief onderzoek naar cliëntervaringen met welbevindentherapie na een traumabehandeling

Een kwalitatief onderzoek naar cliëntervaringen met welbevindentherapie na een traumabehandeling

Welbevindentherapie is ontwikkeld om positieve geestelijke gezondheid in mensen te verhogen. Hierdoor zullen zij gelukkiger worden en minder vatbaar zijn voor terugval na een psychiatrische behandeling. Er is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd onder deelnemers die een WBT hebben gevolgd na een traumabehandeling om zicht te krijgen op hoe zij de therapie hebben ervaren. Dit kan helpen bij het verklaren van resultaten uit kwantitatief effectonderzoek en kan mogelijke verbeteringen identificeren. Op basis van de analyses van vijf interviews kan hoofdzakelijk gezegd worden dat cliënten de therapie elk heel verschillend hebben ervaren. De deelnemers zijn overwegend positief, één is uitgesproken positief en één is uitgesproken negatief. In de interviews valt steeds op dat voor de meeste deelnemers één of twee thema’s er duidelijk uitspringen en een belangrijke rol innemen in hun verhaal, terwijl deze thema’s bij andere deelnemers helemaal niet aan de orde komen. Van de vijf interviews zijn er geen twee vergelijkbaar. Het merendeel van de thema’s kan ingedeeld worden in één van vier categorieën: Waargenomen nut en effecten, praktische invulling en uitvoering, tekstuele inhoud en oefeningen.
Show more

36 Read more

Tracking: de juiste keuze?: een onderzoek naar de invloed van tracking in het onderwijssysteem op het behalen van een diploma in het hoger onderwijs door tweede generatie immigranten

Tracking: de juiste keuze?: een onderzoek naar de invloed van tracking in het onderwijssysteem op het behalen van een diploma in het hoger onderwijs door tweede generatie immigranten

31 validiteit door een aantal controlevariabelen toe te voegen. Er wordt bekeken of deze variabelen eventueel ook van invloed zijn op het relatieve aantal immigranten met een hoger onderwijsopleiding in een land, eventueel in combinatie met tracking. In dit onderzoek zullen twee van deze variabelen worden opgenomen. De belangrijkste hiervan is de hoeveelheid hulpbronnen die in een land wordt toebedeeld aan onderwijs (Heus & Dronkers, 2010, pp. 265, 266). Dit zou bepalend kunnen zijn voor het succes of falen van tweede generatie immigranten in het onderwijs. Onderwijssucces wordt bepaald door de tijd die eraan besteed wordt, door zowel docenten als leerlingen (onderwijstijd en leertijd). Deze tijd is afhankelijk van de mate van investering in het onderwijs. Overheden investeren geld om docenten op te leiden, lerarentekorten tegen te gaan en moderne technologieën te implementeren in het onderwijs. Juist immigrantenkinderen, die over het algemeen thuis minder hulpbronnen ter beschikking hebben, zouden hiervan kunnen profiteren. Hun schoolprestaties leunen sterker op de hulpbronnen die landen investeren in het onderwijs. Om deze variabele te onderzoeken zullen, voor zover mogelijk, gegevens van de Wereldbank worden gebruikt. Dit zijn gegevens over de percentuele uitgaven aan onderwijs in 1980 als percentage van het Gross National Income (GNI). Er is gekozen voor gegevens van de Wereldbank, omdat via deze bron voor alle landen (behalve Rusland) een percentage beschikbaar is, dat op eenzelfde manier berekend is. Via de OECD en UNESCO zijn over onderwijsuitgaven in de jaren ’80 geen gegevens beschikbaar. Daarnaast is de mate van standaardisatie in het onderwijssysteem van belang. Volgens Heus en Dronkers (2010) en Bishop (1997) kan standaardisatie in het onderwijs zorgen voor betere prestaties. Standaardisatie verwijst naar de mate waarin een onderwijsstelsel externe
Show more

89 Read more

Systematiek in het ontwerpproces : een onderzoek naar de mate van systematisch werken door aannemers in de asfaltwegenbouwsector

Systematiek in het ontwerpproces : een onderzoek naar de mate van systematisch werken door aannemers in de asfaltwegenbouwsector

Uit de interviews komt naar voren dat bij zes van de elf aannemers er uitvoeringskennis in het ontwerpproces wordt gebruikt. Het integreren van de uitvoeringskennis in het ontwerpproces kan, met name bij de uitvoering, voordeel opleveren. Om te onderzoeken of er uitvoeringskennis in het ontwerpproces is geïntegreerd, is er gevraagd naar de disciplines in het ontwerpteam. Hierbij is expliciet doorgevraagd naar de uitvoeringskennis. Van de zes aannemers, die wel uitvoeringskennis in het ontwerpproces integreerden, gaven er drie aan dat zij gebruik maken van uitvoeringsspecialisten. De overige drie aannemers implementeerden de uitvoeringskennis door middel van werkvoorbereiders die een voorgeschiedenis hebben in de uitvoering. Daarnaast kwam uit de interviews naar voren dat er weinig optimalisatie ten aanzien van de uitvoering plaats vindt en als dit al gebeurd dat dit dan pas op het einde van het proces plaats vindt. Verwacht wordt dat de kosten hiervoor als te hoog worden ervaren, aangezien er (nog) geen zekerheid is of de opdracht aan het bedrijf wordt gegund. Het is aannemelijk dat deze optimalisaties plaats vinden nadat het project is gegund, maar dit is binnen het onderzoek niet verder onderzocht. Aangezien zes van de elf aannemers uitvoeringskennis in het ontwerpproces integreren, kunnen er geen harde uitspraken worden gedaan over de hypothese. De hypothese kan op basis van de resultaten niet worden verworpen of worden bevestigd.
Show more

98 Read more

Show all 10000 documents...