Top PDF Preventie van overgewicht: Jong geleerd is oud gedaan?!

Preventie van overgewicht: Jong geleerd is oud gedaan?!

Preventie van overgewicht: Jong geleerd is oud gedaan?!

Er zijn vier onderzoeksgroepen: onderzoeksgroep 1 heeft de placemat ontvangen en de kinderen uit deze groep hebben de les van de beweegpiet meegemaakt, onderzoeksgroep 2 heeft alleen de placemat gehad, onderzoeksgroep 3 heeft alleen les van de beweegpiet meegemaakt en onderzoeksgroep 4 heeft geen placemat en geen les van de beweegpiet gehad. Eerst moet getest worden of de samenstelling (wat betreft geslacht, leeftijd, etc.) van deze groepen gelijk is. Het bereik en de beoordeling van het project zal geanalyseerd worden met behulp van frequentietabellen. Om effecten vast te kunnen stellen, moet getoetst worden of er verschillen zijn tussen de onderzoeksgroepen. Dit wordt gedaan met behulp van een Univariate Variantieanalyse en de Chikwadraattoets. Eerst zal bekeken worden of er verschillen zijn met betrekking tot kennis en attitude van de kinderen. Daarna zal onderzocht worden of er verschillen zijn met betrekking tot kennis en intentie van de ouders. Om onderzoeksvraag 1 (Welke gedragsdeterminanten zijn van invloed op het eet- en beweeggedrag van kinderen?) te kunnen beantwoorden, wordt eerst onderzocht of er significante correlaties zijn tussen de determinanten. Hierbij zal ook de invloed van de determinanten van de ouders op het gedrag van de kinderen bekeken worden. Als blijkt dat er significante verbanden zijn, zal er een regressieanalyse uitgevoerd worden om de richting en sterkte van deze verbanden vast te kunnen stellen. Uiteindelijk zal bekeken worden of er verschillen zijn voor de demografische variabelen (bijvoorbeeld: hebben oudere kinderen meer kennis dan jongere kinderen?).
Show more

160 Read more

Oud, dik en gelukkig? : een onderzoek naar de relatie tussen overgewicht en het welzijn van ouderen en de preventie van overgewicht in Twente

Oud, dik en gelukkig? : een onderzoek naar de relatie tussen overgewicht en het welzijn van ouderen en de preventie van overgewicht in Twente

De gevonden resultaten geven een aanleiding voor de verschuiving van het afkappunt van BMI voor ouderen. Veel onderzoeksuitkomsten wijken sterk af bij een BMI van 30 en hoger en de resultaten van overgewicht en een normaal gewicht verschillen in veel gevallen gering van elkaar. De gebruikte methode om bewijzen voor een verschuiving van het afkappunt aan te dragen, namelijk aan de hand van de verschillende beperkingen en gevolgen, is, voor zover bekend, nog niet eerder gedaan. In de meeste onderzoeken betreffende BMI afkappunten voor ouderen is gebruik gemaakt van de indicator mortaliteitsrisico om nieuwe afkappunten aan te dragen (Beck & Ovesen, 1998; Chau, 2008). Hoewel de resultaten hiervan variëren is een overeenkomende conclusie veelal dat de ‘optimale’ BMI voor ouderen, voor een langer leven, hoger moet zijn dan nu is voorgesteld door de WHO. Een BMI van 23 voor vrouwen, en voor mannen een BMI van 24 (Cornoni-Huntley, Harris, & Everett, 1991). Beck en Ovesen (1998) gaan tevens mee in de conclusie dat de geschikte BMI range voor ouderen van 24 tot 29 reikt. In ons onderzoek wordt deze stelling bekrachtigd, de resultaten laten zien dat in de meeste gevallen de negatieve gevolgen van overgewicht pas aanwezig zijn bij ouderen bij een BMI van groter dan 30.
Show more

61 Read more

Uitkomstmaten Cool 2B Fit : een studie naar de uitkomstmaten van een interventie tegen overgewicht bij kinderen

Uitkomstmaten Cool 2B Fit : een studie naar de uitkomstmaten van een interventie tegen overgewicht bij kinderen

Het opnemen van lichamelijke activiteit in de leefstijl is niet makkelijk voor personen met overgewicht vanwege een lage mate van bewegingstolerantie en een lage mate van plezier in het bewegen (39). Een belangrijk obstakel dat daarom overwonnen moet worden om op een gezonde leefstijl over te gaan is de houding ten opzicht van lichamelijke activiteit. Sport of lichamelijke activiteit is een van de belangrijkste aspecten van obesitas preventie. De voornaamste reden is dat beweging het energie verbruik vergroot en zodoende een negatieve energie balans kan creëren, wat in combinatie met gezonde voeding tot gewichtsverlies kan leiden (40). Eerder is al uitgelegd waarom de belevenis van lichamelijke activiteiten een belangrijk aspect is. Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de houding tegenover lichamelijke activiteit onder jongeren met een normaal gewicht en overgewicht. In een studie waar twee groepen adolescenten, normaal gewicht en overgewicht, met elkaar vergeleken worden komt naar voren dat kinderen met een normaal gewicht vaker meedoen met sport activiteiten dan kinderen met overgewicht (41). Er is geen significant verschil tussen beide groepen als het gaat om lichamelijke activiteit in de vrije tijd van beide groepen kinderen. Kinderen met een normaal gewicht komen minder obstakels tegen dan kinderen met overgewicht. Deze barrières doen zich voor als lichamelijke klachten, menen niet goed te zijn in de activiteit, onzeker zijn over het voorkomen of het niet leuk vinden. Naarmate de grens van ernstig overgewicht nadert, neemt de frequentie van deze obstakels ook toe. Participatie aan sport activiteiten wordt met name beïnvloed door het voordeel „plezier‟ en de barrière „het niet leuk vinden‟. Deze studie toont dus aan dat kinderen met overgewicht minder participeren aan sport activiteiten en een minder positieve houding hebben tegenover lichamelijke activiteit. De aanbeveling die gedaan wordt is dan ook dat interventies tegen overgewicht bij kinderen mede gericht moeten zijn op het vergroten van het draagvlak door activiteiten leuker, plezieriger en aantrekkelijker te maken (41).
Show more

45 Read more

Mineralenvoorziening van geiten

Mineralenvoorziening van geiten

Calcium is in de eerste plaats nodig voor de botvorming: vrijwel de gehele voorraad calcium is dan ook vastgelegd in het skelet. Calcium speelt verder een belangrijke rol bij de bloedstolling, het samentrekken van spieren en in verschillende celfuncties. Calciumtekorten alleen leiden niet snel tot ziekteverschijnselen, in combinatie met vitamine D tekorten kunnen ze bij geiten leiden tot afwijkingen aan de botten. Onder normale omstandigheden zijn de bloedwaarden zeer constant. Tot na enkele weken na het aflammeren kan melkziekte voorkomen omdat calcium niet snel genoeg uit het skelet gemobiliseerd kan worden. De ziekte kan snel tot de dood leiden (sudden death). Deze aandoening komt weliswaar niet vaak voor maar kan voorkomen worden door tijdens de droogstand de hoeveelheid calcium te beperken en de calciumstofwisseling actief te houden. Op bedrijven met een ruime calciumvoorziening in de droogstand zijn veel baarmoederontsteking geconstateerd. Het is een soort sluimerende melkziekte waardoor het samentrekken van de baarmoeder te wensen overlaat wat snelheid en intensiteit betreft. Ziektekiemen hebben dan langer de tijd om de baarmoeder binnen te komen met een grotere kans op besmetting. Vooral bij grotere worpen is dat geconstateerd. Calciumovermaat heeft een ongunstige invloed op de benutting mangaan door planten.
Show more

61 Read more

Een kwalitatief onderzoek naar de preventie van eetstoornissen in de topsport

Een kwalitatief onderzoek naar de preventie van eetstoornissen in de topsport

De kenmerken die patiënten met een eetstoornis vaak vertonen zijn vooral perfectionisme, faalangst, een laag zelfbeeld, gebrekkige identiteitsontwikkeling en autonomie. Topsporters leven in een subcultuur leven waar ‘slank zijn’ als belangrijk en misschien zelfs als essentieel wordt gezien voor het succesvol uitoefenen van de sport. Bij de ene tak van topsport is er sprake van esthetische waarden, zoals in het turnen. In andere sporten is gewicht een rechtstreekse vijand waarvan zelfs deelname aan wedstrijden af kan hangen. Topjudoka Gella Vandecaveye won twee keer goud op de Olympische Spelen en worstelde met boulimia. De rode draad in haar carrière was, volgens eigen zeggen, de strijd met de weegschaal. Zij onderschrijft het gevaar van sporten waarin wordt gewerkt met gewichtsklassen: “Dwangmatig moeten afvallen voor die ene dag, die ene wedstrijd, telkens opnieuw, 10 jaar lang.”.
Show more

93 Read more

Mental health promotion door “voluit leven” : een gerandomiseerde, gecontroleerde studie naar het effect van acceptance and commitment therapy and mindfulness op angstklachten

Mental health promotion door “voluit leven” : een gerandomiseerde, gecontroleerde studie naar het effect van acceptance and commitment therapy and mindfulness op angstklachten

Ter afsluiting van de Master Mental Health Promotion heb ik een afstudeeropdracht uitgevoerd aan de Universiteit Twente over de nieuwe online cursus “Voluit Leven” gebaseerd op Accetance and Commitment Therapy (ACT) en Mindfulness. Deze cursus leert: dat vechten tegen klachten als angst, pijn, teleurstelling en verdriet niet werkt; dat leed onlosmakelijk verbonden is met het leven; dat wanneer mensen leren dit te aanvaarden de strijd hiertegen stopt. Op deze manier leren mensen welke waarden echt belangrijk zijn en hierna te leven. Voor mij was deze afstudeeropdracht een unieke manier om ACT en Mindfulness te leren kennen. Het afnemen van de interviews, de begeleiding, het analyseren van de data en het schrijven van de masterthese was een uitdaging en het was niet altijd even makkelijk. Maar terugblikkend kan ik concluderen dat het een leerzame periode is geweest en dat ik het met plezier heb gedaan.
Show more

35 Read more

Nieuwe media in Twente. Een onderzoek naar factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van een regionaal nieuwe media kennisnetwerk

Nieuwe media in Twente. Een onderzoek naar factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van een regionaal nieuwe media kennisnetwerk

Er wordt een betrouwbaarheidsanalyse toegepast op alle items binnen de factor. De α=0,4969, wat erg laag is. Het is meteen duidelijk dat door het verwijderen van item 23 de α aanzienlijk wordt verhoogd tot α=0,6320. Derhalve wordt item 23 in de verdere analyse niet meegenomen. Op de overige items wordt een factoranalyse toegepast. Hieruit blijkt dat er nog drie factoren worden onderscheiden. Om tot slechts één factor te komen moeten er aanzienlijk wat items worden verwijderd. Dit kan op twee manieren. Wanneer item 16, 17 en 21 tot één factor behoren wordt hiermee 65% van de te verklaren variantie bepaald en de α=0,6999 (factor A). Wanneer item 18, 19 en 22 tot één factor worden gerekend wordt 63% van de variantie verklaard en de α=0,69 (factor B). Omdat dit niet veel van elkaar afwijkt wordt gekeken welke items het ‘belangrijkst’ zijn om te meten. Het blijkt dat factor A ingaat op de invloed die mensen hebben op de persoon, en hoe hij of zij gezien wordt door anderen. Factor B richt zich uitsluitend op de invloed van het bedrijf waar de persoon werkzaam is. Het lijkt dan ook verstandig de factor ‘sociale invloed’ te verdelen in twee deelfactoren. De constructie van de factoren vindt u in onderstaande tabel.
Show more

92 Read more

Preventie van vroegtijdige uitstroom 1e jaars bachelorstudenten werktuigbouwkunde aan de Universiteit van Twente

Preventie van vroegtijdige uitstroom 1e jaars bachelorstudenten werktuigbouwkunde aan de Universiteit van Twente

Om het responspercentage op de enquête zo hoog mogelijk te houden vanwege het geringe aantal mogelijke respondenten is er voor gekozen om de vragenlijst in te korten. Dit houdt in dat niet alle mogelijke factoren mee zijn genomen in het onderzoek. Om dit correct te doen is het artikel van (Willcoxson, Cotter, & Joy, 2011) als leidraad genomen en zijn daarom heen artikelen gezocht die de voorgestelde factoren konden valideren. Er zijn na dit validatie proces 3 factoren uitgevallen. Toch kan niet worden gegarandeerd dat een bepaalde factor juist een hele grote invloed heeft bij Werktuigbouwkunde en/of omdat dit de Universiteit van Twente is. Daarom is het in de toekomst van belang om deze factoren wel mee te nemen om er zeker van te zijn dat deze uitgesloten kunnen worden.
Show more

56 Read more

Een robuust en klimaatbestendig watersysteem binnen bemalingsgebied De Verbetering

Een robuust en klimaatbestendig watersysteem binnen bemalingsgebied De Verbetering

6.2.3 Alternatief 3 – Gemaal Van der Valk met 2 afvoerroutes & Gemaal De Verbetering Haalbaarheid: De benodigde aanpassingen van alternatief 3 bestaan uit het aanpassen van bestaande kunstwerken, één watergang en een nieuwe watergang met stuw en gemaal realiseren. Voor het realiseren van het gemaal is het op orde krijgen van vergunningen de grootste bottleneck. Het gemaal staat tussen een Van der Valk hotel en de A7, hierdoor hangt de haalbaarheid van het alternatief flink af van de mate van medewerking van de gemeente en eigenaar van het hotel. Voor de nieuwe watergang en stuw hoeven geen gebouwen gesloopt te worden, wat de haalbaarheid ten goede komt. Toekomstgerichtheid: Doordat de duiker onder de A7 geen deel meer uitmaakt van het watersysteem zijn er geen grote te verwachten kostenposten vlak na 2050. Hierdoor zijn na 2050 alleen kleine aanpassingen nodig om het watersysteem in stand te houden. Echter, door een beperkt aantal dwarsprofielen van de Eelderwoldersloot 1-watergang is het nog onduidelijk of die na 2050 vergroot moet worden.
Show more

95 Read more

Wereldburgerschapsvorming bij maatschappijleer : het ontwerpen van een prototype analyse instrument

Wereldburgerschapsvorming bij maatschappijleer : het ontwerpen van een prototype analyse instrument

Ten eerste zijn bij dit onderzoek maar twee docenten geïnterviewd. Beide hebben zij al vele jaren ervaring en dus ook een duidelijke kijk op het vak. Toch zijn twee docenten niet genoeg om concrete en statistisch aangetoonde uitspraken te doen over de validiteit, betrouwbaarheid en generaliseerbaarheid van het analyse-instrument. Binnen dit onderzoek is gepoogd om een aantal conclusies te trekken over deze resultaten, maar hiermee moet dus wel uiterst voorzichtig omgegaan worden. Daarnaast is het instrument alleen getoetst bij ervaren docenten. Mogelijk hebben startende docenten meer moeite met het begrijpen van sommige vragen en onderliggende categorieën, omdat ze de vaktermen nog niet goed genoeg beheersen. Hierbij geldt dan ook dat het kenmerk van het duidelijk maken van de bedoeling van de vragen extra zwaar weegt. Vervolgonderzoek zou zich dan ook kunnen richten op het breder toetsen van het hier gemaakte analyse-instrument zodat er meer ondersteuning gevonden kan worden voor de benoemde kenmerken van het analyse-instrument. Ten tweede is er bij dit analyse-instrument niet gekeken naar het onderscheid tussen havo en vwo. Alhoewel alle didactische principes gebruikt voor het analyse-instrument algemene principes zijn die gelden bij maatschappijleer, is de mate waarin het behaald kan worden mogelijk anders. Hierbij moet dus gekeken worden naar mogelijk een andere scoring waarbij rekening gehouden wordt met eventuele beperkingen die een havo docent voelt bij het te verwachten niveau van de leerlingen. Daarnaast moet überhaupt gekeken worden naar mogelijke beperkingen in de praktijk. Een veel gehoord antwoord bij de antwoorden van het analyse-instrument is dat de docenten wel graag aan een bepaalde vaardigheid wilden werken, maar dat hier gewoon geen ruimte voor was binnen het programma. In andere woorden: ze hadden simpelweg geen tijd. Vervolgonderzoek zou zich kunnen richten op zowel de kant van de literatuur, waar het verschil tussen havo en vwo duidelijker naar voren komt, of het toetsen van het analyse-instrument bij zowel havo als vwo klassen. Dit laatste zou mogelijk meer opleveren aangezien het lesgeven in de praktijk dan meegenomen wordt, met al zijn tijdsbeperkingen.
Show more

74 Read more

'Unfinished Sympathy': De houdingen en verwachtingen van inlenende organisaties ten aanzien van uitzendkrachten

'Unfinished Sympathy': De houdingen en verwachtingen van inlenende organisaties ten aanzien van uitzendkrachten

verschijningsvormen, context enzovoort (Philipsen & Vernooij-Dassen, 2004). Een kwalitatief kenmerk is niet in getallen uit te drukken. Er zijn verschillende vormen van kwalitatieve technieken, zoals interviews en observaties. Dit kan van grote betekenis zijn om theorieën te vormen over wat er binnen een organisatie gebeurt. (Spector, 2006). In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van semi-gestructureerde interviews, omdat we langs deze weg nieuwe kennis willen verwerven. Bij een kwantitatieve benadering van een fenomeen worden de zaken in maat en getal bekeken (Philipsen & Vernooij-Dassen). Daaronder vallen experimenten en vragenlijsten. Korte vragenlijsten zijn in dit onderzoek gebruikt om de verwachtingen te meten. Hier is voor gekozen om te kijken of hetgeen de respondenten in het interview over de verwachtingen vertellen wel door de vragenlijst kan worden bevestigd (Spector). Voor deze vragenlijst werd gebruik gemaakt van gevalideerde instrumenten die relationele en instrumentele verwachtingen kunnen meten (Huizingh, 2004). Inzichten verkregen door het interview en de vragenlijst leiden naar een grotere nauwkeurigheid. De conclusies van dit onderzoek kunnen dus nauwkeuriger benaderd worden, omdat er
Show more

62 Read more

Nieuwe espressomachine voor Bravilor Bonamat

Nieuwe espressomachine voor Bravilor Bonamat

Op het moment worden er koffiezetapparaten en vendingmachines geproduceerd. Deze machines hebben verschillende manieren van koffie zetten. Zo zijn er machines die zelf koffiebonen malen, machines die gebruik maken van koffiepoeder en machines die oploskoffie zetten. Ook zijn er machines die gebruik maken van een zeer geconcentreerde koffievloeistof wat met behulp van kokend water koffie wordt.

26 Read more

Modern versus Oud : de rol van positieve emoties in de relatie tussen haperende telecommunicatie robots en motivatie tot hergebruik bij ouderen

Modern versus Oud : de rol van positieve emoties in de relatie tussen haperende telecommunicatie robots en motivatie tot hergebruik bij ouderen

In dit onderzoek blijkt dat de mate positieve emoties voor en na de interactie met de Double niet verschillen, maar juist constant blijven. Het lijkt dus onwaarschijnlijk dat positieve emoties de rol van een mediator vervullen, zoals in model 1 (Figuur 2) weergeven wordt en in eerdere onderzoeken werd gevonden (Bevilacqua et al., 2013; Chung et al., 2010; Cazaja et al., 2006). Verder lijkt de impact van positieve emoties op zekerheid en motivatie tot hergebruik positief te zijn. In dit onderzoek vertonen alle ouderen een gemiddeld of minimaal hoge mate van positieve emoties en zijn alle ouderen zeker tijdens de interactie met de Double. Daarnaast zijn zij allemaal gemotiveerd om in de toekomst een soortgelijke robot te gebruiken. Er kan een trend worden gevonden dat het mogelijk is dat positieve emoties inderdaad een modererende rol vervullen. Toch kan het met dit onderzoek niet statistisch worden bewezen, omdat de afhankelijke variabele kwalitatief is. Desondanks zou dat kunnen overeenkomen met de onderzoeken die vonden dat positieve emoties als coping strategie worden gebruikt om met stressvolle of onplezierige situaties om te kunnen gaan (e.g. Aspinwall, 2001; Folkman, 1997; Folkman & Moskowitz, 2000; Taylor et al., 2000; Tugade et al., 2004). Bovendien zou het broaden-and-build model (Fredrickson, 1991; 2001) kunnen verklaren waarom positieve emoties de zekerheid en motivatie kunnen verhogen, ondanks de haperingen in de technologie. Veel van de problemen van ouderen kunnen namelijk door positieve emoties worden verminderd,
Show more

55 Read more

Implementatiestrategieën ter preventie en controle van MRSA infecties in zorginstellingen  Een systematisch literatuuronderzoek naar de effecten van implementatiestrategieën ter gedragsverandering in de gezondheidszorg

Implementatiestrategieën ter preventie en controle van MRSA infecties in zorginstellingen Een systematisch literatuuronderzoek naar de effecten van implementatiestrategieën ter gedragsverandering in de gezondheidszorg

kunnen er ethische bezwaren met betrekking tot het onthouden van therapeutische maatregelen bestaan (Eliopoulos et al., 2004). Als er bijvoorbeeld een algemeen geaccepteerde en goed gefundeerde therapeutische interventie wordt toegepast, mag de interventie sommige patiënten niet onthouden worden (Eliopoulos et al., 2004). In dit geval wordt in plaats van een gerandomiseerde toewijzing aan interventiegroepen alleen voor een algemene interventie gekozen waarbij alle deelnemers dezelfde treatment krijgen. Ten tweede is het niet altijd mogelijk om interventies gerandomiseerd toe te wijzen aan enkele personen (Eliopoulos et al., 2004). Het is bijvoorbeeld moeilijk om het gebruik van desinfectiemiddelen in een bepaalde inrichting gerandomiseerd aan personen toe te wijzen (Eliopoulos et al., 2004). Ten derde is het ook moeilijk om interventies gerandomiseerd aan individuele locaties toe te wijzen (Eliopoulos et al., 2004). Dit is meestal alleen uit te voeren als de locaties ook geografisch gesepareerd zijn (Eliopoulos et al., 2004). Ten slotte is het vaak nodig om snel te handelen om een bepaald effect te bereiken, vooral als het om het voorkomen van infecties in zorginstellingen gaat (Eliopoulos et al., 2004). Gerandomiseerde studies hebben vaak meer tijd nodig dan quasi-experimenteel designs. Daarom wordt in dergelijke gevallen eerder voor een quasi-experimenteel design gekozen.
Show more

90 Read more

Herontwerp PO Duurzaam : een vernieuwde 4 havo context concept praktische opdracht over duurzaamheid qua inhoud en activerende didactiek

Herontwerp PO Duurzaam : een vernieuwde 4 havo context concept praktische opdracht over duurzaamheid qua inhoud en activerende didactiek

Achteraf bleek de praktische opdracht bij de betrokken docenten niet geheel te bevallen. Ten eerste zagen de docenten te weinig diepgang in de praktische opdracht. De praktische opdracht voldeed namelijk niet aan alle onderwerpen die behandeld dienden te worden. Het onderwerp duurzaamheid is onderdeel van de scheikunde syllabus voor havo leerlingen en dient dus opgenomen te zijn in het schoolexamen. Zo worden de onderwerpen ‘duurzaamheid’, ‘procestechnologie en duurzaamheid’, ‘duurzame chemische technologie’ en ‘groene chemie’ specifiek benoemd voor het schoolexamen. Het onderwerp duurzaamheid is behoorlijk actueel, wat ook meespeelt in de urgentie van deze praktische opdracht. We leven in een maatschappij waarin fossiele brandstoffen opraken en we steeds meer genoodzaakt zijn over te stappen op duurzame energie. Deze generatie 4 havo leerlingen zal de komende jaren alleen maar meer in contact komen met duurzaamheid, waardoor het belangrijk is hen in een vroeg stadium over duurzaamheid te onderwijzen. Leerlingen dienen dus op niveau kennis te hebben van het onderwerp duurzaamheid.
Show more

123 Read more

Vaderlandliefde in oud Israel

Vaderlandliefde in oud Israel

Wanneer is hieidie stadsbewussyn uitgebrei tot tegionaal en veivol- gens tot landsbesef ? Dis moeilik om op hierdie vraag 'n positiewe ant­ woord te gee. Die uitbreiding van die besef het nie eenvoudig gelyke tted met die stigting van die nasionale koningskap gehou nie. Mens kry die indruk dat Abimeleg se sttewe inderdaad in die rigting van 'n terti- toriale grootheid gegaan het — hy was mos 'n halwe Kanaániet — maar die koningskap van Saul lyk meer op die volk as op die land gegrondves. Dieselfde opmerking is ook waar ten aansien van Dawid. Hy het egter deur sy oorname van die koningskap van Jeiusalem die grondslag gelê vir 'n territoriale opvatting. Van hierdie oomblik af is Jerusalem mos die stad van Dawid: nie 'n stam of 'n volk maar 'n bepaalde lokaliteit is hier die voorwerp van Dawids heerskappy. Uit waiter geslag of volk mens ook afkomstig mag wees, deur jou in Jerusalem te vestig word jy vanself onderdaan van die koning.
Show more

14 Read more

Een gezond gewicht voor ieder kind: Een onderzoek naar de behoeften van ouders en leerkrachten als het gaat om een gezond gewicht bij het kind en de inzet van sociale marketing door de lokale overheid

Een gezond gewicht voor ieder kind: Een onderzoek naar de behoeften van ouders en leerkrachten als het gaat om een gezond gewicht bij het kind en de inzet van sociale marketing door de lokale overheid

Bij de interpretatie van de onderzoeksgegevens moet rekening gehouden worden met de relatief kleine omvang van de respondenten. Met name voor het onderwijs geldt dat er maar met weinig respondenten gesproken is. De antwoorden waren echter wel grotendeels in lijn met elkaar. Op basis van dit geringe aantal respondenten kunnen geen harde conclusies getrokken worden voor het onderwijs over het draagvlak voor een gezonde leefstijl om overgewicht bij kinderen aan te pakken. Meer onderzoek moet gedaan worden naar het draagvlak voor de oplossingen en de invulling daarvan binnen het onderwijs. In Tynaarlo heeft een derde van de basisscholen afgezien van deelname aan het onderzoek. Er werd aangegeven dat hier geen tijd voor was omdat er al veel onderzoeken liepen. Van de andere scholen is geen bericht ontvangen. Dit kan betekenen dat zij hier ook geen tijd voor hadden of wilden vrij maken, of het onderwerp niet van belang vonden. Ook in Borger-Odoorn heeft de overgrote meerderheid van de scholen niet gereageerd op de uitnodiging voor een interview. Het verdient dan ook aanbeveling om nader onderzoek te doen naar het draagvlak bij scholen in Borger-Odoorn, maar zeker ook in Tynaarlo. Zoals al eerder gesteld,
Show more

65 Read more

Beleidsdoorlichting’ : een nieuw instrument voor het evalueren van beleid en een advies voor de toepassing ervan
voor de handelspolitiek : een onderzoek in opdracht van
het ministerie van Economische Zaken ter afsluiting van de Bacheloropleiding Bestuursk

Beleidsdoorlichting’ : een nieuw instrument voor het evalueren van beleid en een advies voor de toepassing ervan voor de handelspolitiek : een onderzoek in opdracht van het ministerie van Economische Zaken ter afsluiting van de Bacheloropleiding Bestuurskunde

Hoewel wat dit laatste betreft een beleidsdoorlichting gebruik kan maken van effecten onderzoek ex post, is het vaak niet mogelijk dit in de begroting te programmeren. Bij het doen van een beleidsdoorlichting zal dus waarschijnlijk zelf onderzoek gedaan moeten worden naar de effecten van het beleid, wil men hier iets over kunnen zeggen. Dit is geen eenvoudige klus. Beleidsambtenaren, en meer specifiek de ‘bedenkers’ van het instrument beleidsdoorlichting, zijn zich hier ook van bewust. In de toelichting op de RPE (2006:12) staat namelijk dat het niet altijd haalbaar is om op methodologisch verantwoorde manier de effecten van een beleid te bepalen. De redenen hiervoor kunnen uiteenlopend zijn. Zo is het vaak moeilijk om een situatie waarin beleid is ingevoerd te vergelijken met een soortgelijke situatie waarin het beleid niet is ingevoerd of ander beleid van toepassing is. Of is er geen nul-meting die als basis kan worden gebruikt voor het bepalen van een verandering in een situatie. Ook is het mogelijk dat de kosten voor een methodologisch verantwoorde onderzoeksmethode zo hoog liggen, dat het simpelweg niet mogelijk of niet voldoende lonend is om op een dergelijke manier de effecten van een beleid te bepalen. Desalniettemin moet in een beleidsdoorlichting de vraag naar het effect van het beleid wel zo goed mogelijk worden beantwoord door de effecten aan te duiden en de plausibiliteit van de effectiviteit aan te geven (RPE, 2006:12). Dit aannemelijk maken van effecten van een beleid kan alleen door op grond van theoretische overwegingen aan te tonen dat een bepaald beleid(sinstrument) de enige beïnvloedende factor is of als de invloed van andere factoren gelijk is gebleven of valt te verwaarlozen. Deze theoretische overwegingen kunnen bijvoorbeeld zijn gebaseerd op de wetenschappelijke theorieën die ten grondslag liggen van een beleid of algemene gegevens over de ontwikkelingen van de situatie waarin het beleid zich afspeelt.
Show more

37 Read more

Oor die metodiek van ’n holistiese geskiedenis van Oud Israel

Oor die metodiek van ’n holistiese geskiedenis van Oud Israel

Sonder om weer op die sin en doel van Oud-Israelitiese historiografie in te gaan (sien Scheffler 1988a:666-669), kan dit nie anders nie as om hier te beklemtoon dat die ontm oeting m et die geskiedenis ’n kommunikasie met die verlede is wat ten diepste ook ’n ontmoeting met die lewe self is. Hierdie ontmoeting laat die histori­ kus nie onaangeraak nie. Hiermee word nie betoog dat die historikus doelbewus sy persoonlike vooronderstellings oor die lewe in al sy fasette in die beoefening van sy vak moet indra en uit die geskiedenis moet probeer aflees nie. Die afwysing van ’n positiwistiese benadering maak nie die strewe na objektiwiteit as ’n belangrike waar- de in die beoefening van historiografie ongedaan nie. Aan die ander kant, as gevolg van die groot interpretatiewe inset wat die historikus as kennende subjek lewer, kan so ’n ‘indra’ eintlik nie vermy word nie. Anders gestel: juis om dat die historikus interpreteer en subjektief betrokke is, moet hy/sy poog om onnodige uitings van sy/ haar subjektiwiteit tee te werk. Nooit moet en kan hy/sy hom /haar probeer voor- hou as so ’n suiwer objektiewe ondersoeker wat net sowel ’n robot kon gewees het nie. ’n Dialektiese balans is hier van pas: As subjektiewe mens beoefen die histori­ kus ’n (‘objektiewe’) wetenskap. Die beste teenvoeter vir onnodige subjektiwiteit wat steeds die historikus se menswees respekteer, is die onderlinge bespreking van hipo- teses en resultate met vakgenote en belangstellendes. Teologies uitgedruk: Oud- Israelitiese historiografie is op sy beste ’n ekumeniese wetenskap. Daarom hou die feit dat die geskiedenis van Oud-Israel nie bestaan, kan bestaan, sal bestaan en hoef te bestaan nie, geen bedreiging in nie. Asimptoties word die waarheid egter wel benader (vgl Van.Wyk Louw se gedig Groot Ode in Tristia 1962:125).
Show more

26 Read more

Oud worden in Nederland : een kwantitatief onderzoek onder allochtone ouderen in Den Haag, naar hun beleving van het ouder worden en de omgang hiermee

Oud worden in Nederland : een kwantitatief onderzoek onder allochtone ouderen in Den Haag, naar hun beleving van het ouder worden en de omgang hiermee

Het meest geschikte kanaal voor de interventie zou televisie zijn, omdat zowel de Turkse als de Hindostaans-Surinaamse ouderen regelmatig televisie kijken. De Turkse ouderen kijken echter wel vaak televisie in de eigen taal. Damoiseaux, Van der Molen en Kok (1998) stellen dat een interventie voor allochtonen rekening dient te houden met de taal, het analfabetisme en het geschikte medium. Ook zeggen zij dat groepsvoorlichting met video als hulpmiddel gunstige resultaten lijkt te boeken. Wellicht zou de interventie aan de Turkse en de Hindostaans-Surinaamse ouderen zich kunnen baseren op een voorlichtingsfilm (dvd), met daarin Entertainment-Education. Entertainment-Education is een communicatievorm, die in staat is mensen te amuseren en tegelijkertijd voor te lichten (Bouman, 1989). Uit het hier uitgevoerde onderzoek onder Turkse en Hindostaans-Surinaamse ouderen, en ook uit eerder onderzoek van Schellingerhout (2004), bleek dat veel allochtone ouderen behoren tot de lage Sociaal Economische Status – groep (SES). Mensen die tot deze groep behoren hebben weinig of geen connecties met de informatiestromen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidsvoorlichting. Ook bestaan er voor hen drempels op het fysieke en psychologische vlak, waardoor de informatie hen niet bereikt. Door een combinatie van amusement en voorlichting te gebruiken, kunnen bepaalde gezondheidsproblemen goed onder de aandacht gebracht worden bij deze groep. Deze manier van voorlichten wordt Entertainment- Education genoemd en zou wellicht goed toegepast kunnen worden in een interventie aan Turkse en Hindostaans-Surinaamse ouderen. De taal dient echter wel overeen te komen met die van de doelgroep (Bouman, 1989). Onderzoek zou dienen uit te wijzen of een zelfde film gemaakt kan worden, voor zowel de Turkse ouderen als voor de Hindostaans-Surinaamse ouderen (waarin bijvoobeeld geen taal gebruikt wordt).
Show more

67 Read more

Show all 10000 documents...