• No results found

Queen's speech

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2020

Share "Queen's speech"

Copied!
51
0
0

Loading.... (view fulltext now)

Full text

(1)

The Queen’s speech

Vergelijkend onderzoek naar het emotionele element in de kersttoespraken van koningin Elisabeth II, Juliana & Beatrix, 1948-2012.

Masterscriptie Februari 2014 Universiteit Leiden Liselotte Kuijpers 0960594

(2)

Inhoud.

Inleiding

3

Elisabeth II

8

Juliana

24

Beatrix

32

Conclusie

42

Bijlage

48

(3)

‘I prefer to keep my feelings to myself. Foolishly I believed that is what people

wanted from their Queen.

1

Inleiding.

(4)

‘Ons staan grote voorbeelden voor ogen. Mijn grootmoeder, die zich op haar eigen wijze heeft ingezet om van en voor haar volk te zijn. Mijn moeder met haar zeer menselijke

vertolking van het ambt. Deze voorbeelden inspireren mij. Navolgen kan ik ze niet. Maar wel wil ik graag proberen de aansluiting op het verleden te vinden in de nieuwe tijd vol eisen en behoeften.’2

Met deze passage in haar inaugurele rede gaf koningin Beatrix duidelijk te kennen het koningschap anders in te gaan vullen, geheel volgens het prerogatief van elke vorst om een eigen stijl van regeren te creëren. Eén van de kenmerken van het koningschap is namelijk dat het zichzelf bij het aantreden van elke nieuwe koning(in) opnieuw mag of zelfs moet

uitvinden. 3 Daarbij wordt elke koning(in) gedwongen rekening te houden met het gegeven dat

het ambt twee zeer uiteenlopende eisen stelt aan degene die het vervult. Enerzijds moet hij/zij voeling houden met alle belangrijke veranderingen en vernieuwingen in onze samenleving. Anderzijds moet hij/zij uitdrukking geven aan dat wat ons verbindt en houvast geeft.4 Naast

de staatsrechtelijke functies van de koning(in) vormen deze socio-culturele en psychosociale aspecten een minstens net zo belangrijke functie van de koning(in).

Vooral in tijden van nood, zoals bij rampen, wordt de aanwezigheid of een teken van medeleven van de koning(in) gewaardeerd. Het koningschap staan dan symbool voor verbondenheid en compassie met de getroffenen. Evenzo geldt dit voor de kersttoespraken, deze symboliseren een vorm van nabijheid doordat de koning(in) ons door zijn/haar

persoonlijke reflectie op de belangrijkste politieke en sociale gebeurtenissen van dat jaar wil laten delen in zijn/haar visie op de samenleving.5 Niet voor niets benadrukt historicus Jaap

van Osta in zijn boek Theater van de staat het belang van de ‘menselijke monarchie’6 en stelt

socioloog P. Schnabel dat ‘een constitutionele monarchie een emotionele monarchie is.’7

2 Inhuldiging Toespraak tot de verenigde Vergadering der Staten-Generaal Amsterdam, 30 april 1980 in: Van

Baalen, & De Jong, Koningin Beatrix aan het woord: 25 jaar troonredes, officiële redevoeringen en kersttoespraken, 299.

3 Tamse e.d., De stijl van Beatrix. De vrouw en het ambt, 203. 4 Van Baalen & De Jong, 25 jaar, 7

5 Elzinga e.d., De Nederlandse constitutionele monarchie in een veranderend Europa, 66.

6 Het concept ‘menselijke monarchie’ was gebaseerd op een uitgekiende combinatie van menselijkheid en boven

menselijkheid. Van monarchen werd verwacht dat zij tegelijkertijd dynastiek en huiselijk, afstandelijk en toegankelijk zouden zijn. Het kwam dus neer op een charismatische uitstraling die het midden hield tussen grandeur en alledaagsheid. Zie ook: Van Osta, Het theater van de Staat. Oranje, Windsor en de moderne monarchie, 197-198.

7 Koningschap is als instituut rationeel geworden, want het is geregeld in een strak wettelijk kader, maar blijft als

(5)

Emotie, een gevoel van nabijheid en verbondenheid lijken cruciale sentimenten te zijn die een koning(in) hoort te tonen. Een koningin die gekenmerkt werd door haar perfectionisme, haar persoonlijke distantie en distinctie8 lijkt niet aan deze verlangens te kunnen voldoen. Beatrix

stond tenslotte bekend om de beheersing van driften, van ethiek. Van een zucht soms, een brok in de keel, maar nooit van wanhoop of ontroering. We zagen medeleven, maar zelden zagen we emoties. Terwijl een volk inzicht in de menselijke conditie van de vorst wil, het volk wil meeleven.9 Dit lijkt te impliceren dat Beatrix niet kon voldoen aan de eisen van een

emotionele monarchie; het tonen van een humane emotionele kant. Dit leidde tot de vraag naar de aanwezigheid van het emotionele element in de kersttoespraken. Tenslotte was de kersttoespraak een van de weinige gelegenheden waarbij de koningin publiekelijk haar persoonlijke opvatting kon uiten. Bekend is dat Beatrix de toespraken zelf schreef, waarbij ze steun ondervond van haar man Claus en zeer goede vrienden die met haar meedachten over het onderwerp van de boodschap en over precieze formuleringen.10

Met het emotionele element doelen we hier op de intimiteit en openhartigheid van de

koningin alsook de familiare toon, de verbondenheid en de nabijheid van de koningin in haar kerstboodschap. Een inzicht in de menselijke conditie van haar, een weergave van haar persoonlijkheid.

Wanneer we vervolgens de kersttoespraken van Beatrix vergelijken met de kersttoespraken van haar moeder Juliana, lijkt een dergelijke kwalificatie dubieus. Tenslotte stond Juliana bekend om haar warme en emotionele uitstraling en Beatrix had de door haar gewenste stijlbreuk niet onder stoelen of banken geschoven. Helemaal twijfelachtig wordt de kwalificatie wanneer we de kersttoespraken van Beatrix vergelijken met die van Queen Elizabeth II, die juist gekenmerkt worden door een familiaire toon en openhartigheid. Met de vergelijkingen kunnen we aantonen dat de kersttoespraken van Beatrix altijd aan gevoelige punten en actualiteiten raakten en ze meer politiek getint waren dan de kersttoespraken van Juliana en Elizabeth, die hun eerste kersttoespraak halverwege de vorige eeuw hielden. (Juliana 1948 en Elizabeth 1952). Bij deze vergelijkingen zullen we stillenstaan bij zowel de persoonlijkheid (karakter)van de koningin in kwestie, als ook de historische context. Deze historische context beslaat zowel de maatschappelijke als de persoonlijke context (jeugd, opvoeding). Ten slotte kijken we ook naar het model van de toespraak. Echter, een korte

met de institutie, de koninklijke familie en haar leden, zie: P. Schnabel, ‘Modern monarchisme. Van ‘vivat Oraenge’ naar ‘leve de koningin’’ in: Elzinga e.d., De Nederlandse constitutionele monarchie in een veranderend Europa, 30.

8 Kooistra & Koole, Beatrix. Invloed en macht van een eigenzinnige vorstin, 21. Zie ook: Chorus, Beatrix, 148. 9 Chorus, Beatrix, 15.

(6)

analyse van zowel de Nederlandse als de Engelse kersttoespraken leert al snel dat de vorm van de kersttoespraak, het model, nooit veel veranderd is.

Het aantrekkelijke van deze comparatieve studie tussen de twee Europese monarchieën is dat het het inzicht in en de kennis van de uiteenlopende nationale politieke culturen kan vergroten aan de hand van de verschillen in de vorm van het nationale koningschap. Daarnaast kan een vergelijkende bestudering van koninklijke kersttoespraken interessante kanten van de

geschiedenis onthullen. Volgens historicus Cannadine kan dat namelijk niet anders bij een staatsinstelling die een integraal onderdeel vormt van overheid en samenleving, cultuur en nationale stijl, binnenlandse en buitenlandse politiek.11 Ook historicus Jaap van Osta zag de

aantrekkelijkheid van de vergelijking tussen de Engelse en Nederlandse monarchie. Het resultaat van zijn bevindingen heeft hij gebundeld in zijn boek, Het theater van de staat. De problematiek die in zijn werk centraal staat is de zichtbaarheid van de monarchie in de moderne tijd.

Achter de vraag of monarchie voortaan meer naar buiten zou moeten treden of niet, ging een andere, fundamentele vraag schuil, te weten: welke functie diende de monarchie voortaan te vervullen nu door de komst van de democratie en de vestiging van parlementair bestuur de oorspronkelijke, politieke functie van het koningschap gaandeweg werd uitgehold?12 Zijn

conclusie was dat de monarchie een nieuwe functie kreeg, naast de symbolisering van de staat, moest de monarchie aan de burgers een gevoel van continuïteit geven in een tijd van snelle maatschappelijke en politieke verandering. Het kwam dus neer op de vertolking van de al eerder genoemde menselijke monarchie.13Een mooi vertrekpunt voor dit werk, omdat het

ons heeft gewezen op het belang van het emotionele en persoonlijke element van het koningschap. De kersttoespraken vormen de meest ideale bron om dit te toetsen, tenslotte heeft een koningin hier de ruimte voor een persoonlijk getinte toonzetting.14

Een persoonlijk gesprek met Beatrix omtrent de kersttoespraken zou een verrijking voor dit werk zijn geweest, helaas werd mijn uitnodiging beleefd afgeslagen:

‘Het spijt mij echter zeer U te moeten teleurstellen. De vele verzoeken om een audiëntie die de Prinses dagelijks bereiken, maken het onmogelijk daaraan tegemoet te komen.

Om voor Uw verzoek een uitzondering te maken, zou een te groot precedent scheppen ten aanzien van diegenen wier verzoek moest worden afgewezen.’15

11 Tamse, De stijl, 20. 12 Van Osta, Het theater, 53. 13 Ibidem, 232.

14 Kooistra & Koole, Beatrix, 13.

15 Brief van Algemeen Secretaris van Zijne Majesteit de Koning en Hare Majesteit de Koningin 31-10-13, zie

(7)

Deze reactie was natuurlijk begrijpelijk, maar toch enigszins teleurstellend. Maar aan de andere kant hebben we nu drieëndertig kersttoespraken van haar, waaruit we misschien wel meer informatie kunnen halen dan uit een gesprek met haar mogelijk zou zijn geweest.

(8)

Het was koning George V die in 1932 zijn eerste kersttoespraak ten gehore bracht. Hoewel hij al vanaf 1910 regeerde, was deze toespraak in 1932 pas zijn eerste. En het heeft nogal wat voeten in de aarde gehad, want George V twijfelde of hij het er wel goed vanaf zou brengen. Het was John Reith, oprichter van de BBC, die George V benaderde om zijn volk toe te spreken vanuit zijn paleis. Vervolgens werd het idee door de regering overgenomen, die van zo’n koninklijke boodschap een heilzame werking verwachtte voor het moreel van de natie, destijds zwaar op de proef gesteld door de grootste economische crisis uit haar moderne geschiedenis.16 En dus zette George V zijn eigen onzekerheid aan de kant en begon hij op 25

december 15.05 zijn kerstrede, geschreven door Rudyard Kipling, met: ‘I speak now from my

home and from my heart to you all[…].’17 Na afloop werd niet alleen de persoonlijke toon van

de koning bejubeld, - die persoonlijke touch was nieuw in die tijd -, maar ook de majestueuze woorden van Kipling die de geografische uitgestrektheid van het Britse Rijk nog eens

onderstreepten. Ook had de koning veel brieven ontvangen van burgers uit zijn hele rijk, van Canada tot Azië, waarin ze hun vreugde uitten over het horen van de koning tijdens de kerstdagen.18 En dus, naar aanleiding van deze grote dankbaarheid en impact van de

toespraak van en op zijn volk, besloot George V voortaan elk jaar, tot aan zijn dood in 1936, met kerst een toespraak te houden.

Zijn opvolger, George VI, had zich in 1936 afzijdig gehouden rondom de kersttaferelen, wat enigszins te begrijpen valt uit zijn bijnaam ‘de stotteraar’, maar hij gaf in 1937 toe met zijn kersttoespraak. Ondanks de populariteit van de kersttoespraak besloot hij om toch ook in 1938 verstek te laten gaan. Echter, met het uitbreken van de oorlog in 1939 besloot George VI zijn lot te accepteren en jaarlijks zijn volk met kerst toe te spreken. Een traditie was geboren. In 1939 deed hij dat voornamelijk om zijn volk gerust te stellen in deze donkere en onzekere tijden, om de moraal hoog te houden en het geloof in elkaar te versterken, maar na de oorlog stonden zijn toespraken symbool voor eenheid en continuïteit in een zo veranderende wereld. In zijn toespraak van 1948 bracht hij zelfs sentimentele gevoelens tot uitdrukking. Hij had, vertelde hij de radioluisteraars, in het afgelopen jaar in zijn persoonlijke leven drie

‘levendige’ ervaringen opgedaan die stuk voor stuk diepe indruk op hem hadden gemaakt. In april had hij zijn zilveren bruiloft gevierd, hij was in 1923 met Elisabeth Bowes-Lyon

getrouwd, daarna, in november, had hij zijn eerste kleinkind mogen begroeten. Ten slotte was hij een tijdlang om gezondheidsredenen op non-actief gesteld. Het was een persoonlijke

16 Van Osta, Het theater, 216.

17http://www.royal.gov.uk/ImagesandBroadcasts/TheQueensChristmasBroadcasts/

AhistoryofChristmasBroadcasts.aspx, geraadpleegd op 2-10-13.

(9)

ontboezeming die hem van zijn menselijke kant liet zien: de vorst had zijn onderdanen deelgenoot gemaakt van zijn vreugden en zijn zorgen, hij onderhield hen over zaken die op zich helemaal niet bijzonder waren, maar, zoals hij zelf zei, ‘velen van ons hadden kunnen overkomen.’19

Na zijn dood in februari 1952 zag ook zijn dochter en zijn opvolgster, Elisabeth II, het belang in van de kersttoespraken voor de continuïteit en eenheid en besloot ook zij jaarlijks de kersttoespraak uit te spreken: ‘Each Christmas, at this time, my beloved Father broadcast a message to his people in all parts of the world ... As he used to do, I am speaking to you from

my own home, where I am spending Christmas with my family ... ’20Dit citaat vormde niet

alleen een duidelijke verwijzing naar haar grootvader en haar vader, maar tevens naar de ‘family on the throne theory’. Deze theorie hield in dat er niet exceptioneels nodig was om een goede koning en/of koningin te zijn. Geen schitterende militaire prestaties, geen buitengewone diplomatieke handigheid of opzienbarende verrichtingen. Nee, zijn/haar toekomstige rol vereiste iets heel anders: laat hem/haar zijn/haar onderdanen een voorbeeld geven van een goed huiselijk familieleven.21 Dat zij in haar huis Kerstmis met haar familie

vierde moeten we in dit kader plaatsen, dit was een afspiegeling van de menselijke familiemonarchie.22 Vanuit deze theorie valt ook te begrijpen en te verklaren waarom

Elisabeth II elk jaar het waardevolle benadrukte van het spenderen van de kerstdagen met familie en geliefden, en het gemis indien de mogelijkheden er niet waren om samen te zijn: ‘At Christmas our thoughts are always full of our homes and our families. This is the day when members of the same family try to come together, or if separated by distance or events meet in spirit and affection by exchanging greetings.’23 Van de monarchie werd geacht het

goede voorbeeld te geven met het huiselijke gezinsleven, en vanuit deze positie benadrukte zij de meerwaarde die het gezins- en familieleven ook voor haar bevolking hadden.

Dat de kersttoespraken vanaf 1957 op de televisie werden uitgezonden moeten we ook als gevolg van deze theorie zien: het heeft de zichtbaarheid van de monarchie sterk vergroot en op virtuele wijze ook fysiek de leden van de koninklijke familie heel nabij gebracht. Anders dan de krant of de radio is de televisie niet in eerste instantie op het woord, het argument of

19 Van Osta, Het theater, 209.

20http://www.royal.gov.uk/ImagesandBroadcasts/TheQueensChristmasBroadcasts/

AhistoryofChristmasBroadcasts.aspx, geraadpleegd op 2-10-13. Kersttoespraak Elisabeth II 1952.

21 Van Osta, Het theater, 196.

(10)

het betoog gericht, maar op het uiterlijk, het gevoel en de persoon.24 Dat Elisabeth II hier zelf

van op de hoogte was en van deze werking uitging blijkt uit haar toespraak in 1957:‘I very much hope that this new medium will make my Christmas message more personal and direct. It is inevitable that I should seem a rather remote figure to many of you. A successor to the Kings and Queens of history; someone whose face may be familiar in newspapers and films but who never really touches your personal lives. But now at least for a few minutes I welcome you to the peace of my own home.’25

Daarnaast wist Elisabeth II de continuïteit nog eens te bevestigen doordat zij, net als George V en George VI, dezelfde idealen en doelen nastreefde: ‘We belong, all of us, to the British Commonwealth and Empire, that immense union of nations, with their home set in all the four corners of the earth. […] My father, and my grandfather before him, worked all their lives to unite our peoples ever more closely, and to maintain its ideals which were so near to their hearts. I shall strive to carry on their work.’26

Alhoewel het beeld van een gemoedelijke en kneuterige familie deze dynastie lijkt te

kenmerken, mede door de vele verwijzingen in de kersttoespraken van Elisabeth II naar zowel haar vader als haar grootvader, kende ook deze familie een zwarte bladzijde in haar

familiegeschiedenis. Toen koning George V in januari 1936 overleed, werd Edward VIII koning. Maar omdat Edward VIII zijn persoonlijke geluk hoger achtte dan de troon deed hij al na driehonderdvijftenentwintig dagen afstand van zijn koningschap, wat hem de kans bood om in het huwelijk te treden met Wallis Simpson – een Amerikaanse die al twee

echtscheidingen achter de rug had – en zich in Frankrijk te vestigen. Zodoende werd op 12 mei 1937 Elizabeth’ vader Albert tot koning George VI gekroond, en werd Elisabeth II een wel heel jonge kroonprinses.

Wellicht omdat George VI nooit degelijk was voorbereid op het koningschap, - tenslotte was zijn broer en niet hijzelf de troonopvolger -, besloot hij om Elisabeth II de ‘juiste’ opleiding te geven; naast de vakken Frans, wiskunde, geschiedenis, dansen en tekenen, besloot hij haar al vroeg bij de staatszaken te betrekken en Elisabeth II op haar toekomstige verplichtingen en taken te (onder)wijzen.27 Naast de lessen van haar vader kreeg Elisabeth II ook les van

gouvernantes. Miss Crawford, door Elisabeth II en haar zus liefkozend ‘Crawfie’ genoemd, was in de periode 1939-1949 haar gouvernante geweest en bond in 1950 haar ervaringen en

24 Elzinga, De Nederlandse monarchie, 31. Zie ook: Cannadine ‘The context, performance and meaning of

rituals: the British monarchy and the ‘invention of tradition’, c,. 1820-1977’, in: Hobsbawm e.d., The invention of traditions, 142

(11)

gedachten in een boek – The Little Princesses. Er staat niets in het boek dat niet getuigt van diep respect voor de koninklijke familie en van overvloedige tederheid voor haar jonge leerlingen. Maar dat zij het allemaal had gepubliceerd werd beschouwd als een daad van onvergeeflijke oproermakerij, en het doorvertellen van familiegeheimen kreeg voor altijd de naam ‘een Crawfie plegen’ – een onvergeeflijke zonde in de ogen van Elisabeth II.28

Van betekenis voor dit werk is de karakterschets van Elisabeth II in het boek, tenslotte heeft Miss Crawford Elisabeth II vanaf haar dertiende tot haar drieëntwintigste meegemaakt. Zo zou de jeugd van de kroonprinses zich gekenmerkt hebben door vrolijkheid en veiligheid van en voor de kinderen- waar de moeder van Elisabeth II nadrukkelijk op toezag. De

aanwezigheid en de aandacht van haar vader en het gezelschap van haar zus maakten dat zij een hechte familiejeugd heeft gekend. Daartegenover stond echter dat zij, Elisabeth II en haar zus Margaret, hun jeugd doorbrachten zonder kennis op te doen van het echte leven. Zij waren van de buitenwereld afgesloten, en vrienden buiten hun familie of uit de dichtste cirkel

rondom het koningshuis hadden zij niet.29 Verder werd Elisabeth II als jong meisje

gekenmerkt door haar standvastigheid, serieusheid, haar harde werken, plichtsgetrouwheid en punctualiteit.30

Schrijver en biograaf Andrew Marr ziet deze eigenschappen nog steeds terug in de koningin, en vanuit deze eigenschappen is het volgens hem dan ook verklaarbaar dat zij nooit iets heeft gedaan wat tegen de verwachting in was.31 En haar kleinzoon William lijkt dit te bevestigen:

She cares not for celebrity, that’s for sure. That’s not what monarchy’s about. It’s about

setting examples. It’s about doing one’s duty, as she would say. It’s about using your position for the good. It’s about serving the country and that really is the crux of it all.’32

Een van die taken, die ook haar voorgangers zichzelf hadden gesteld, was het bezoeken van landen uit de Gemenebest; om te zien en gezien te worden. Om op de hoogte te zijn van haar bevolking en landen, aldus Elisabeth II in haar kersttoespraak van 1953 waarin ze

vooruitblikte naar haar rondreis: ‘But what is really important to me is that I set out on this journey in order to see as much as possible of the people and countries of the Commonwealth and Empire, to learn at first hand something of their triumphs and difficulties and something of their hopes and fears.’33 In haar vervolgalinea wist ze het emotionele component eraan toe

28 Wilson, De opkomst en ondergang van de Britse monarchie, 85. 29 Marr, The Diamond Queen, 83.

30 Liversidge, Queen Elizabeth II: The British Monarchy Today, 25. 31 Marr, The Diamond Queen, 84.

(12)

te voegen: ‘At the same time I want to show that the Crown is not merely an abstract symbol of our unity but a personal and living bond between you and me.’34 Dat dit geen loze kreet

was, blijkt onder andere uit de volgende alinea: ‘Some people have expressed the hope that my reign may mark a new Elizabethan age. Frankly I do not myself feel at all like my great Tudor forbear, who was blessed with neither husband nor children, who ruled as a despot and was never able to leave her native shores.’35 In deze alinea’s toonde zij haar menselijke kant;

ze maakte haar onderdanen deelgenoot van haar eigen gedachten en gevoelens, ze liet hun weten dat ze op de hoogte was van hun gedachten en stelde hen op de hoogte van haar bezigheden.

Evenzo accentueerde ze, geheel volgens de uitgezette lijn van George V, de grootsheid en uitgestrektheid van het Gemenebest: ‘Great opportunities lie before us. Indeed a large part of the world looks to the Commonwealth for a lead. We have already gone far towards

discovering for ourselves how different nations, from North and South, from East and West, can live together in friendly brotherhood, pooling the resources of each for the benefit of all.’36 Tevens gebruikte ze het Gemenebest om haar bevolking te beschrijven en de toekomst

te wijzen, bijvoorbeeld in haar kersttoespraak van 1953:‘The Commonwealth bears no resemblance to the Empires of the past. It is an entirely new conception, built on the highest qualities of the spirit of man: friendship, loyalty and the desire for freedom and peace.’37 Of

haar kersttoespraak uit 1954: ‘They [de inwoners van de Commonwealth] seldom realise that on their steadfastness, on their ability to withstand the fatigue of dull repetitive work and on their courage in meeting constant small adversities, depend in great measure the happiness and prosperity of the community as a whole.’38 Opmerkelijk hierbij is dat Elisabeth II vaak

over de ‘forefathers’ en ‘forebears’ sprak, maar tegelijkertijd de moedige geest en loyaliteit van de ‘gewone mens’ benadrukte:‘We praise – and rightly – the heroes whose resource and courage shine so brilliantly in moments of crisis. We forget sometimes that behind the wearers of the Victoria of George Cross there stand ranks of unknown, unnamed men and women, willing and able, if the call came, to render valiant service. We are amazed by the spectacular discoveries in scientific knowledge, which should bring comfort and leisure to millions. We do not always reflect that these things also have rested to some extent on the faithful toil and devotion to duty of the great bulk of ordinary citizens. The upward course of a

34 Kersttoespraak Elisabeth II, 1953. 35 Idem.

(13)

nation’s history is due, in the long run, to the soundness of heart of its average men and women.’39 Aannemelijk is dat Elisabeth II zich ook hier door het verleden heeft laten leiden, te

weten het grondbeginsel van het Huis van Windsor: ‘We must endeavour to induce the

thinking working classes, socialist and others, to regard the Crown, not as a mere figurehead and an institution which, as they put it, ‘don’t count’, but as a living power for good…

Affecting the interests and well-being of all classes.’ Dit was het uitgangspunt van George V, waarna George VI en Elisabeth II zich hetzelfde ten doel hadden gesteld.40

Tegelijkertijd kunnen we het gebruik van de termen ‘friendly’, ‘loyalty’, ‘steadfastness’, ‘courageous’ en ‘dutiful’ door Elisabeth II, als eigenschappen en karakterschetsen van haar volk interpreteren als verwijzing naar een soort nationaal gevoel.41

Ook in haar latere toespraken maakt ze een toespeling op dit gevoel, bijvoorbeeld in 2002: ‘In a different way I felt that the Golden Jubilee was more than just an anniversary. The

celebrations were joyous occasions, but they also seemed to evoke something more lasting and profound – a sense of belonging and pride in country, town, or community; a sense of sharing a common heritage enriched by the cultural ethnic and religious diversity of our twenty-first century society.’42

Het aanspreken van de gehele bevolking zien we ook terug in haar behandeling van het geloof. Dat is opmerkelijk want haar land kenmerkt zich door zich druk te (kunnen) maken om de kleinste religieuze symbolen in het publieke leven, maar gaat blijkbaar akkoord met het gegeven dat het geloof van haar koningin open en kenbaar is. 43 Desondanks wist ze mensen

met een ander geloof of geen geloof bij haar kersttoespraken te betrekken:‘To Christians all over the world, Christmas is an occasion for family gatherings and celebrations, for presents and parties, for friendship and good will. To many of my people Christmas doesn’t have the same religious significance, but friendship and good will are common to us all. So it’s a good time to remember those around us who are far from home, feeling perhaps strange and lonely.’44 Of haar kersttoespraak uit 2004 waar het thema religieuze tolerantie was. Dat zij

open stond voor andere geloven of erkende dat er voor sommigen geen geloof was, is echter niet aan haar persoonlijkheid toe te schrijven. Het is het gevolg van haar functie; de koningin

39 Kersttoespraak Elisabeth II, 1954. 40 Marr, The Diamond Queen, 41.

41 Zie ook: Cannadine, ‘The Context’, in: Hobsbawm, e.d., The invention, 152. 42 Kersttoespraak Elisabeth II, 2002.

(14)

moet tolerantie en begrip tussen andersgelovigen promoten.45 De manier waarop Elisabeth II

dit tot dusver heeft gedaan, is echter wel tekenend voor haar. Zo was zij de eerste regerende vorst die een moskee en een Hindoe tempel heeft bezocht, en zij was de eerste die het

Vaticaan en de paus bezocht, en deze tevens bij haar thuis ontving. De achterliggende gedachte en boodschap daarvan was: Groot-Brittannië is aan het veranderen, maar dat is oké. We kunnen dat aan. Geloof is een goed en opbouwend element hierbij. Jullie weten mijn achtergrond, ik ben christelijk. Maar er is ruimte voor andersdenkenden. 46

Vanaf halverwege de jaren 50 begon Elisabeth II meer nadruk te leggen op zowel haar eigen als de persoonlijke bijdrage van haar bevolking in deze nieuwe tijd: ‘No purpose comes nearer to my own desires, for I believe that the way in which our Commonwealth is

developing represents one of the most hopeful and imaginative experiments in international affairs that the world has ever seen. If, as its Head, I can make any real personal contribution

towards its progress, it must surely be to promote its unity.[…] How to take advantage of the

new life without losing the best of the old. But it is not the new inventions which are the difficulty. The trouble is caused by unthinking people who carelessly throw away ageless ideals as if they were old and outworn machinery. They would have religion thrown aside, morality in personal and public life made meaningless, honestly counted as foolishness and self-interest set up in place of self-restraint.’47Of in haar kersttoespraak uit 1957:‘Today

things are very different. I cannot lead you into battle, I do not give you laws or administer justice but I can do something else, I can give you my heart and my devotion to these old islands and to all the peoples of our brotherhood of nations. I believe in our qualities and in our strength, I believe that together we can set an example to the world which will encourage

upright people everywhere.’48Deze uitspraken sloten aan bij het land en maatschappelijke

gedachten, gevoelens en onzekerheden. En is het niet ondenkbaar dat de Suez-crisis en de oprichting van de EEG aanleiding gaven voor haar uitspraken. Maar ondanks het benadrukken van de grootsheid en de noodzakelijke eenheid van haar gebieden, deed zij geen direct

politiek getinte uitlatingen over de buitenlandse situaties in haar kersttoespraken.

Ook in de jaren zestig zien we het belang van de persoonlijke bijdrage terugkomen, vaak in combinatie met het feit dat men zich in een nieuwe en moderne tijd bevond. Ook richtte

45 http://www.royal.gov.uk/MonarchUK/QueenandChurch/Queenandotherfaiths.aspx, geraadpleegd op

11-12-2013.

In 1980 bezocht zij het Vaticaan en Paus Paul John II, in 1982 ontving zij hem op Buckingham Palace, zie ook: http://www.royal.gov.uk/HMTheQueen/Publiclife.

(15)

Elisabeth II zich in deze jaren meer op de jeugd:‘We can only dispel the clouds of anxiety by the patient and determined efforts of us all. It cannot be done by condemning the past or by contracting out of the present. Angry words and accusations certainly don’t do any good, however justified they may be. It is natural that the younger generation should lose patience with their elders, fort heir seeming failure to bring some order and security to the world. But things will not get any better if young people merely express themselves by indifference or by

revulsion against what they regard as an out-of-date order of things.’49 Of in 1964: ‘I would

like to say one more word to the young people of the Commonwealth. Upon you rests our hope for the future. You young people are needed; there is a great task ahead of you – the building of a new world. You have brains and courage, imagination and humanity; direct them to the things that have to be achieved in this century, if mankind is to live together in

happiness and prosperity.’50 Maar ook dit sloot aan bij het land en de maatschappelijke

context. Elisabeth II gaf hiermee te kennen op de hoogte te zijn van de veranderingen in de maatschappij. De late jaren ’50 en vroege ’60 jaren laten zich kennen door de groeiende culturele verdeeldheid en nationale zelfkritiek. Naast de kritische beschouwing over het machtsverlies - de Suezcrisis wordt vaak gezien als het definitieve einde van het Verenigd Koninkrijk als grote mogendheid (als ook van Frankrijk)-, en het versnelde proces van dekolonisatie in deze periode, kreeg het Britse bewustzijn nog een klap te verwerken door de economische achteruitgang. Deze dubbele achteruitgang - internationaal gezien ten opzichte van de Verenigde Staten en economisch gezien ten opzichte van Frankrijk en Duitsland – leidde tot felle kritiek op de politiek en hielp de Labourpartij in 1964 aan de macht, na dertien jaar van Tory-heerschappij. Toch was er nog een derde factor van invloed voor dit politieke omslagpunt; een bewustzijn van de snelle culturele verandering.51 ‘The Sixties’ behelsden een

generatiewisseling, een nieuwe welvaart en Amerikaanse import (van zowel goederen als cultuur). Dit alles werd geassocieerd met een nieuwe moraal, welke meer gericht was op het verkrijgen van materiele welvaart, op individuele vrijheid in zowel seksuele als sociale moraal, en tegen het gevestigde establishment.52 Dat Elisabeth II in deze jaren de jongeren

aansprak en de algemene normen en waarden benadrukte moeten we dan ook interpreteren als het waarborgen van de stabiliteit in deze onrustige tijden, waarbij de familie natuurlijk het vertrouwde fundament vormde: ‘I think we should remember that in spite of all the scientific advances and great improvements in our material welfare, the family remains as the focal

49 Kersttoespraak Elisabeth II, 1961. 50 Kersttoespraak Elisabeth II, 1964.

(16)

point of our existence.’53 Dit citaat wijst ons tevens op haar bespreking van de

wetenschappelijke en technische ontwikkelingen, wat een terugkerend punt van aandacht is in de kersttoespraken. Opvallend is dat zij in de jaren ’50 hier vaker over sprak dan in de

daaropvolgende jaren.54 Een verklaring hiervoor vinden we in de geschreven (!)

kerstboodschap van Elisabeth II uit 1969: ‘In a short time the 1960s will be over but not out of our memories. Historians will record them as the decade in which men first reached out beyond our own planet and set foot on the moon, but each one of us will have our own special triumphs or tragedies to look back on. […] It is only natural that we should all be dazzled and impressed by the triumphs of technology, but Christmas is a festival of the spirit.’55 Volgens

Elisabeth II moest het in de kerstboodschap over de essentie van kerstmis gaan.

Wetenschappelijke en technische ontwikkelingen waren bijzaken, want het geloof en familie waren de wezenlijke waarden in het leven.

Alsof ‘The Sixties’ niet voor genoeg onrust hadden gezorgd, werden de problemen in de jaren ‘70 verergerd door onder meer de oliecrisis, die ervoor zorgde dat de inflatie steeg, de

economie in een recessie kwam, en er grote werkloosheid ontstond. Verwonderlijk is het dan ook niet dat Elisabeth II in deze jaren opriep tot verdraagzaamheid van haar burgers, de persoonlijke bijdrage voor de maatschappij bleef herhalen en haar bevolking wees op hun verantwoordelijkheden: ‘And above all the whole fabric of our lives is threatened by inflation, the frightening sickness of the world today. Then Christmas comes, and once again we are reminded that people matter, and it is our relationship with one another that is most important. […] We are all different, but each of us has his own best to offer. The

responsibility for the way we live life with all its challenges, sadness and joy is ours alone. If we do this well, it will also be good for our neighbours.’56 Of uit haar kersttoespraak uit 1972:

‘That, very simply, is the message of Christmas – learning to be concerned about one another; to treat your neighbour as you would like him to treat you; and to care about the future of all life on earth.’ Opvallend in deze toespraken is het gebruik van het woord ‘neighbour’. Niet alleen zien we in het gebruik van dit woord en het woord ‘kinsmen’ een verwijzing naar het al eerder genoemde nationale gevoel, evenzo zien we er een verwijzing naar de EEG in zien, zo blijkt uit de kersttoespraak van 1973 – het jaar waarin Engeland tot de EEG toetrad-; ‘Britain is about to join her neighbours in the European Community and you

53 Kersttoespraak Elisabeth II, 1965.

54 In de toespraken uit 1952,1954,1955,1956, 1962,1967, 1971, 1982, 1985, 1998, 2002 en 2005 besprak ze de

wetenschappelijke ontwikkelingen en de eventuele vooruitgang.

(17)

may well ask how this will affect the Commonwealth. The new links with Europe will not replace those with the Commonwealth. They cannot alter our historical and personal

attachments with kinsmen and friends overseas. Old friends will not be lost; Britain will take her Commonwealth links into Europe with her.’57 In haar latere kersttoespraken heeft

Elisabeth II het verder nooit meer gehad over Europa. Terwijl de onrust daarover aanzienlijk was; gedacht werd dat de intrede tot de EEG grote implicaties voor de monarchie zou hebben, tenslotte sloot Groot-Brittannië zich nu aan bij een supranationale organisatie en dat zou slechts de eerste stap zijn richting een politieke unie. Voor de tegenstanders van de intrede tot de EEG stond de soevereiniteit van de monarch op het spel.58 In haar kersttoespraken heeft

Elisabeth II daar verder nooit enige aandacht aan geschonken.

Het volgde het patroon wat Elisabeth II tijdens al haar kersttoespraken heeft aangehouden: de actualiteit werd kort en oppervlakkig besproken; bijvoorbeeld de wel zeer beperkte

bespreking van de bomaanslagen in Noord-Ierland in 1972, het slechts benoemen van de inflatie in 1975, het niet bespreken van de eerste vrouwelijke minister-president in Engeland

in 1979, haar korte alinea over de Falklandeilandenoorlog in 1982 of het buiten

beschouwing laten van de mijnwerkersstaking in 1984. Dat zij dergelijke actualiteiten slechts aanstipte of niet besprak moeten we wijten aan haar functie; door afstand te bewaren

verzekert zij de continuïteit van het verleden, die de basis vormt van het gevoel van

bestendigheid van het Britse volk. De koningin wordt geacht beter te zijn dan hen allen, beter dan de samenleving, waardoor ze een gevoel van welbehagen en van nostalgie kan creëren dat noodzakelijk is om hen toe te laten het leven in een maatschappij te verdragen.59

57 Kersttoespraak Elisabeth II, 1973. 58 Marr, The Diamond Queen, 255.

Op 21 juli: Bloody Friday in Belfast. Op deze dag exploderen 22 bommen

in de stad, waar door 9 slachtoffers vallen. En op 31 juli: Bomaanslag in Claudy in het noorden van Noord-Ierland. 9 doden en 30 gewonden. Elisabeth verwees hiernaar in de volgende alinea: ‘In the United Kingdom we have our own particular sorrows in Northern Ireland and I want to send a special message of sympathy to all those men, women and children who have suffered and endured so much.’ Zie ook: Kersttoespraak Elisabeth II,1972.

Met betrekking tot de inflatie beperkte Elisabeth zich tot de volgende alinea: ‘There have been floods and drought and famine: there have been outbreaks of senseless violence. And on top of it all the cost of living continues to rise - everywhere.’ Zie ook: Kersttoespraak Elisabeth II, 1975.

 Argentinië, dat al lang aanspraak maakte op de Falklandeilanden, viel op 2 april 1982 de door beide landen

opgeëiste Falklandeilanden aan. De Britse regering stuurde een expeditieleger uit en op 21 mei 1982 werden de eilanden heroverd, zie ook: Haseler, The grand delusion. Britain after sixty years of Elizabeth II, 92. Een bijna klinische lezing zien we terug in de kerstboodschap: ‘Earlier this year in the South Atlantic the Royal Navy and the Merchant Navy enabled our sailors, soldiers and airmen to go to the rescue of the Falkland Islanders 8,000 miles across the ocean; and to reveal the professional skills and courage that could be called on in defense of basic freedoms.’ Zie ook: Kersttoespraak Elisabeth II, 1982.

(18)

Daarnaast was er nog een andere reden waarom zij de aandacht in het midden van de jaren ’70 en de jaren ’80 op andere dingen vestigde; de vele veranderingen gingen ook aan de

monarchie niet voorbij. De komst van Margaret Thatcher was van enorme invloed op de Engelse economie, inherent aan haar neoliberale economische programma waren de sociale gevolgen voor Engeland en de autoriteit van haar instituties en elites, inclusief de monarchie, parlement en de Anglicaanse kerk. Het Thatchertijdperk werd gekenmerkt door het verlies van eerbied en achting. Mensen wisten ‘hun plek’ niet meer door het ontstane individualisme en consumentisme. De economische hervormingen van Thatcher hadden een einde gemaakt aan de dominantie en autoriteit van de oude traditionele aristocratische elites, waarmee de Engelse klasse-structuur doorbroken werd. Vanuit de sociale en culturele invalshoek leidde dit in de jaren ’80 tot een meer klasseloze maatschappij.60 Daarnaast werden deze jaren ook

gekenmerkt door de komst van de globalisering, neoliberale economieën kennen tenslotte geen nationale grenzen. Het eerste teken hiervan was de afschaffing van de

wisselkoerscontrole; en dit symbolische vertrek – wellicht zelfs meer dan de intrede tot de EEG in de vroege jaren ’70- representeerde een fundamentele daad van aanpassing van Engeland tot de moderne wereld buiten haar grenzen. Het toenemende binnendringen van de binnenlandse economie door buitenlands kapitaal produceerde een cultuurshock. Niet alleen kregen buitenlanders bedrijven in handen, ook werd het mogelijk voor de ‘gewone mens’ om buitenlandse televisiezenders te ontvangen en te kijken, en ook raakten de Engelsen gewend aan het spenderen van vakantie in het buitenland. In deze jaren overheerste dan ook het gevoel dat er een daadwerkelijke, maar blijvende, verandering aan zat te komen, waarmee het oudere Engeland vervangen werd. De oude loyaliteiten en autoriteiten werden in twijfel getrokken, en traditionele instituties werden niet langer vereerd simpelweg vanwege hun bestaan, maar zij werden nu beoordeeld naar hun ‘value for money’. En dit principe werd niet alleen toegepast op de traditionele industrieën en beroepen maar ook de monarchie.61

Waarschijnlijk besteedde Elisabeth II daarom in de jaren ’80 veel aandacht aan haar

koninklijke voorgangers, hun heldendaden en de goede dingen die het Gemenebest tot zover al had bereikt.62 Om de twijfel over dit traditionele instituut weg te nemen.

Met de mentaliteitsverandering van de samenleving in het achterhoofd is het niet

verwonderlijk dat Elisabeth II haar volk hoop en optimisme wilde bieden. Haar vader had dit thema van hoop en optimisme geïntroduceerd 63 en Elisabeth II gebruikte dit dan ook om de

60 Haseler, The Grand Delusion, 118. 61 Ibidem, 129.

(19)

mensen gerust stellen: ‘It is far from easy to be cheerful and constructive when things around us suggest the opposite; but to give up the effort would mean, as it were, to switch off hope for a better tomorrow. Even if the problems seem overwhelming, there is always room for

optimism.’64 Of haar toespraak uit 1980:‘We face grave problems in the life of our country,

but our predecessors, and many alive today, have faced far greater difficulties, both in peace and war, we have overcome them by courage and calm determination. They never lost hope and they never lacked confidence in themselves or in their children.’65 Ook sprak zij in deze

jaren veel over moed, in al haar verschillende verschijningsvormen, om de

toekomstmogelijkheden te zien en evenzo om hoop te houden: ‘Yet there is a lot of good news and some wonderful things are going on in spite of the frightening headlines. Just think of the quiet courage and dedication of the peace-keepers and the rescue workers and all those who work so hard to restore shattered lives and disrupted communities.’66

Ook in de jaren ’90 zette de kritische houding ten opzichte van de monarchie door. De

geïdealiseerde familie van 1950 en 1960 was ingestort. De zus, een dochter en twee zonen van Elisabeth II hadden allen mislukte huwelijken, en de koningin zelf leek ook minder waardig na de publicatie van het boek van Andrew Morton Diana: Her True Story.67 Diana’s rol als

onschuldig en diepbedroefd – en de koningin als kille en ongevoelige traditionalist- werd overgenomen door de sentimentele massamedia. Deze ongebruikelijke anti-koninklijke sentimenten vonden hun climax na de vluchtige beslissing van de overheid om te betalen voor de brandschade van het Windsor Kasteel in 1993, waar de algemene opinie negatief tegenover

stond.68 Het is dan ook niet verwonderlijk dat Elisabeth II het jaar 1992-1993 een ‘annus

horribillis’69 noemde en in haar kersttoespraken verwees naar moeilijke dagen en een somber

jaar.70 Toch wilde ze deze jaren niet te lang stilstaan bij de negatieve dingen, want, zo schreef

ze zelf: ‘As some of you may have heard me observe, it has, indeed, been a sombre year. But Christmas is surely the right moment to try to put it behind us and to find a moment to pray for those, wherever they are, who are doing their best in all sorts of ways to make things

64 Kersttoespraak Elisabeth II, 1978. 65 Kersttoespraak Elisabeth II, 1980. 66 Kersttoespraak Elisabeth II, 1985. 67 Haseler, The Grand Delusion, 130.

Op 12 februari 1993 had de Daily Mirror de voorpagina gevuld met een verhaal over de financiën van de koninklijke familie. Hierin werd Elisabeth II geportretteerd als belastingontduiker omdat zij niet genoeg belasting zou afstaan.

68 Haseler, The Grand Delusion, 130. 69 Hardman, Our Queen, 74.

(20)

better in 1993.’71 Gedurende de jaren ’90 heeft Elisabeth II in bijna elke kersttoespraak haar

aandacht op dit thema gericht; inspiratie te halen uit de moed en handelingen van de

vrijwilligers, militairen en de gewone mens. Met de Golfoorlog in 1990-1991 was dit gelinkt aan de actualiteit. Desalniettemin zien we de nadruk op inspiratie gedurende de jaren ’90 steevast: ‘There is no magic formula that will transform sorrow into happiness, intolerance into compassion or war into peace, but inspiration can change human behaviour.’72 De

gedachte hierachter was dat normen en waarden als eerlijkheid en medeleven,

rechtvaardigheid en tolerantie nastrevenswaardig waren. Deze ijkpunten uit het verleden zouden houvast bieden en een leidraad vormen voor de toekomst.

Met het aanbreken van het nieuwe millennium lijkt de aandacht van Elisabeth II in de kersttoespraken zich weer meer op het geloof te richten, welk geloof dat dan ook zou zijn: ‘We all have something to learn from one another, whatever our faith – be it Christian or Jewish, Muslim, Buddhist, Hindu or Sikh – whatever our background, whether we be young or old, from town or countryside. This is an important lesson for us all during this festive season. For Christmas marks a moment to pause, to reflect and believe in the possibilities of rebirth and renewal.’73 Toch is dat niet verwonderlijk; met de aanval op het WTC in 2001 en

de terroristische aanslagen in 2005, lijkt dit een boodschap te zijn om de vijandigheden onder haar al dan niet gelovige burgers te sussen. En ook haar toespraken in 2004 en 2006 waren gericht op religie, met thema’s als religieuze tolerantie en begrip voor verschillende religies en generaties. Verder richtte ze zich in deze jaren veel op de jongeren en wederom de

militairen en vrijwilligers. Uit haar kersttoespraak van 2006 kunnen we begrijpen waarom dit een telkens terugkerend thema vormde: ‘The wisdom and experience of the great religions point to the need to nurture and guide the young, and to encourage respect for the elderly.’74

Nu oudere mensen steeds langer actief bleven, vergrootten de mogelijkheden om jong en oud samen te brengen, om de generatiekloof te dichten. De oudere generatie kon niet alleen de wijsheid van ervaring overbrengen, evenzo kon deze generatie een gevoel van samenhang en overzicht bieden aan de jongere generaties. Deze gedachtegang zijn we al vaker

tegengekomen, bijvoorbeeld bij het benoemen van de aloude Engelse karaktereigenschappen of de Engelse historie; door te realiseren wat er in het verleden heeft plaatsgevonden, is het mogelijk om te waarderen wat er in de tussentijd veranderd is. Ook maakt het je bewust van wat is gebleven, wat constant is en dus tijdloos.

(21)

Tijdloos is ook het woord dat van toepassing lijkt te zijn wanneer we naar het model kijken van de kersttoespraken. Ondanks het feit dat de uitzending vanaf 1957 op de televisie is en vanaf 2012 zelfs in 3D, was het model nooit veel veranderd, zelfs niet toen de uitzendrechten

niet langer slechts aan de BBC waren voorbehouden. Toch betreuren sommigen het dat de koningin de televisie gebruikt voor haar royal performance, omdat zij van mening zijn dat de vorstin voor dit medium ongeschikt is. Een van hen is haar vroegere particulier secretaris Sir Michael Adeane. Die had er destijds alles voor overgehad om van de kersttoespraken af te komen. Hij geloofde dat ze op den duur monotoon zouden worden. Anderen zijn van mening dat de koningin gewoon niet op de televisie thuishoort. Zij vinden dat dit medium per definitie ongeschikt is om de boodschap van de monarchie uit te dragen. Het is te indringend en doet afbreuk aan de waardigheid van de Kroon. Anderen geloven weer dat het een rampzalige vergissing was om de kersttoespraak door de BBC te laten uitzenden, omdat de televisie ‘de mystiek van de monarchie’ aantast.75

De inhoud van de toespraken Elisabeth II had veel weg van de toespraken van haar grootvader en vader. Net als zij, zag zij de mogelijkheid om met de kersttoespraken de bevolking hoop te bieden, en samen met hen te reflecteren op het afgelopen jaar. Zij wezen enerzijds op waarden als verzoening, moed en loyaliteit, welke we hebben gekwalificeerd als een soort nationaal gevoel. Anderzijds wezen zij allen op het belang van het geloof, hoop en (familie-)liefde. Alhoewel dit doet denken aan een klassiek christelijke preek, wisten zij allen niet predikend of dogmatisch over te komen bij het verwoorden van deze hoofdzaken in het leven.

In tegenstelling tot haar grootvader, zoals bekend werd zijn kersttoespraak geschreven door de Engelse schrijver en poëet Rudyard Kipling, heeft Elisabeth II de inhoud van haar toespraken altijd zelf bepaald. Elisabeth II sprak en spreekt hier namelijk als hoofd van het Gemenebest, niet als koningin van het Verenigd Koninkrijk noch als koningin van haar andere gebieden. Dit houdt in dat zij zelf verantwoordelijk was en is voor de inhoud. Vooraf worden ze wel ingezien door de minister-president van het Verenigd Koninkrijk, maar dat is meer een formaliteit; de minister-president kan de inhoud niet veranderen. 7677

In 1997 besloot Elisabeth II de automatische rechten om de uitzending te produceren niet langer slechts aan de BBC te verlenen. Deze eer zou nu ook ITV en SKY naast de BBC toekomen, ze zouden afwisselen. Het oogde als een klein gebaar, maar in de uitvoerende kringen van de BBC en de omroepindustrie was het een significant moment, zie ook: Hardman, Our Queen, 221.

75 Van Osta, Het theater, 218.

76 Bogdanor, The Monarchy and the Constitution, 265-266.

77Dit werd in 1983 nog eens bevestigd door Margaret Thatcher. De kersttoespraak van dat jaar van de koningin

(22)

Een duiding van het kerstverhaal ontbrak nooit, evenals de bespreking van de reizen die zij had gemaakt in de Gemenebest, waarmee ook zij de geografische uitgestrektheid van haar imperium benadrukte. Ook wist Elisabeth II, net als haar voorgangers, het emotionele element in haar toespraken te verwerken. Naast het veelvuldig gebruik van ‘ik’ en ‘mijn familie’, het aankaarten van haar eigen gevoelens, gedachten en overtuigingen, reflecteerden ook de gebeurtenissen in haar privéleven zoals de geboorten van haar kleinkinderen en de beschrijvingen van haar recente activiteiten en ontmoetingen, een openhartige

verstandhouding en een bijna familiair gevoel tussen de koningin en haar bevolking. Biograaf Andrew Marr verwoordde dit treffend: ‘Britain has a monarchy and this means, for most of our lifetimes, we have had Queen Elisabeth II as a kind of mysterious, half-seen shadow-relative of us all.’78

Wat uit de kerstoespraken van Elisabeth II en uit de overeenkomsten met haar voorgangers valt op te maken is dat Elisabeth II zich voor de inhoud van haar kersttoespraken heeft laten leiden door traditie. Er is geen radicale trendbreuk met haar voorgangers te ontdekken, integendeel zelfs. De overlapping van thema’s en verwijzingen naar haar voorgangers is continue aanwezig. Dat valt te verklaren uit de positie die de monarchie in de Engelse

samenleving heeft en in de Engelse geschiedenis had. De monarchie in Engeland was aan het begin van de twintigste eeuw verweven met bijna elk aspect van het publieke leven, en voor de meesten was de monarchie essentieel.79 Deze band, nabijheid, tussen de moderne soeverein

en zijn/haar volk vormt het werkelijke fundament voor de populariteit en voortzetting van de monarchie.Maar het lastige hieraan is dat deze band ondefinieerbaar is. Ongetwijfeld wordt een groot deel van de sterkte bepaald door de geschiedenis; hoewel dat de hedendaagse monarchie substantieel verschilt van die van eeuwen geleden, zijn de rituelen en de pracht en praal altijd gebleven. Het is de directe link tussen het heden en een gewichtig verleden. Het is

had voorgezeten. Echter, toen dit ter sprake kwam in het Britse Lagerhuis, wees Margaret Thatcher terecht op het niet verantwoordelijk zijn voor de inhoud, vaststellende dat ‘The Queen makes her Christmas broadcasts as Head of the Commonwealth. She does not, therefore, make them on the advice of UK ministers. This does not mean, however, that the sovereign can speak as he or she pleases when giving the Christmas message. Even though the message is delivered by the Head of the Commonwealth, the sovereign never ceases to be King or Queen of the UK and of his or her other realms, and must avoid giving offence to ministers. Dus, de ministeriële

verantwoordelijkheid is niet van toepassing als het gaat om de kersttoespraken van de koningin, maar zij moet de constitutionele relatie tussen soeverein en haar ministers niet hinderen of verstoren.

(23)

het levende bewijs dat over de lange periode de natie is blijven bestaan, in goede en slechte tijden, en biedt daarom een verzekering voor de toekomst.80 In tegenovergestelde richting

zagen we dit principe ook terug in de summiere bespreking van de actualiteiten in haar kersttoespraken; juist door afstand te bewaren verzekerde zij de continuïteit van het verleden, die de basis vormt van het gevoel van bestendigheid van het Britse volk.

Haar kersttoespraken bevatten een moraalbeeld van de wereld, waarin ze vergiffenis, geloof, hoop en liefde enerzijds benadrukte, en anderzijds nationalistische waarden als plicht, moed en loyaliteit benadrukte. Daarmee is ze een icoon van wat echt belangrijk is in het leven: de opvolging van generaties en de overdracht van waarden en normen.81 En daarmee verzekerde

zij haar volk van stabiliteit en continuïteit. Met de toevoeging van het emotionele element in haar kersttoespraken zette Elisabeth II niet alleen de traditie voort, de alom geprezen

persoonlijke touch van George V, maar zorgde zij er ook voor dat de band tussen vorst en volk, ondanks moeilijke tijden, van een sterke fundering werd voorzien.

80 Liversidge, Queen Elizabeth II, 52.

(24)

Juliana 1948-1979

Omdat Juliana gedurende haar hele regeringsperiode (1948-1979) elk jaar een toespraak voor haar volk hield, met uitzondering van 1970, wordt vaak gesteld dat het Juliana was die de traditie startte of haar op zijn minst verzilverde.82 Echter, al ver voordat de ambtsperiode van

Juliana aanbrak, had Wilhelmina in 1914 de eerste kersttoespraak ten gehore gebracht. Spanning en angst, ondanks de neutraliteit van Nederland in de Eerste Wereldoorlog, hadden Wilhelmina gebracht tot deze kerstgroet.83 De eerstvolgende keer dat de stem van Wilhelmina

wederom op de radio kwam, was tijdens een bezoek aan Philips in 1927, dat een

radioverbinding onderhield met ‘de West’, de toenmalige Nederlandse gebiedsdelen in de Caribische Zee. Blijkbaar beviel het medium zo goed, (schrijvers Schoo en Meijer schreven dit toe aan de geschikte radiostem van Wilhelmina),84 dat zij in 1931 inging op het voorstel

om een kerstrede via de radio uit te spreken.85 Van een traditie kon men hier echter nog niet

spreken. Pas vanaf 1939, na de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog, sprak de koningin via Radio Oranje jaarlijks een kersttoespraak uit, met uitzondering van het jaar 1943.86

Wilhelmina wilde tijdens de nationale beproevingen haar volk een hart onder de riem steken, het draaide om eenheidsbevordering: Oranje bond allen tezamen tegen de bezetter. In deze donkere kerstdagen stelde Wilhelmina in haar kerstredes de nadruk op solidariteit en het samen zijn centraal, waarbij zij zelf als het samenbindende element functioneerde. Ook voor Juliana waren de eenheidsbevordering en het benadrukken van solidariteit belangrijk maar al in 1953 bleek dat Juliana haar twijfels had over de jaarlijkse gewoonte:

Vieren we als feest de komst van Christus, zo kan dat geen traditie zijn, maar is het

actualiteit. Zijn verschijnen is altijd weer actueel, en Zijn licht doorstraalt ons hele wezen. […]Met traditie kan men geen enkel actueel gebeuren tegemoet treden, en men vraagt zich af, uit welke bron ontstaat steeds weer de behoefte, traditie zo te verheerlijken, dat de actualiteit van het leven voorbijgaat en de daarin gelegde kans. Ongezond is het, traditie als een zware ballast in iedere dag mee te slepen, en nog ongezonder is het, de toekomst hiermee te

82 Meijer & Schoo, De monarchie. Staatsrecht, volksgunst en het huis van Oranje, 130.

83

http://www.geschiedenis24.nl/ovt/afleveringen/2007/Ovt-23-12-2007/Het-Spoor-terug-Koninklijke-kersttoespraken.html, geraadpleegd op 15-10-2013.

84 Meijer & Schoo, De Monarchie, 110. 85 Idem.

(25)

belasten, en de dag van het heden van niets te laten passeren.’87 Nostalgie vond Juliana

blijkbeer een zeer verwerpelijk sentiment, en vandaar dat zij in 1953 haar twijfels uitte omtrent de actualiteit en functionaliteit van de kersttoespraaktraditie. Daarnaast was het voor Juliana niet noodzakelijk om haar rede per definitie met kerst uit te spreken, dit zou net zo goed op iedere andere willekeurige dag kunnen: ‘Het jaarlijkse moment waarop ik iets pleeg te zeggen wat uit mijn hart komt. […]Toch ben ik er niet zeker van, op den duur met zo’n vaste jaarlijkse gewoonte niet ook in een sleur terecht te komen, en overweeg daarom ernstig de dingen die ik op het hart heb en die ik graag wil uiten, voortaan soms met Kerstmis maar

soms ook bij een andere gelegenheid te zeggen.’88Het jaar daarop besloot Juliana dan ook

gehoor te geven aan haar twijfels, en hield zij in 1970 geen kersttoespraak.89

De terughoudendheid en het onbehagen wat Juliana in deze twee toespraken uitte, waren kenmerkend voor haar als persoon. Ook haar jeugd werd gekenmerkt door haar weerzin tegen plichtplegingen met nu en dan een eruptie van ongenoegen, bijvoorbeeld wanneer

persfotografen in haar ogen te nadrukkelijk aanwezig waren. Maar ook dan week de irritatie altijd weer vlug voor het plichtsbesef. 90 In 1979 waren haar terughoudendheid en onbehangen

uitgegroeid tot weerzin: ‘Er wordt zo veel gezegd – zo veel aan goede en opbouwende dingen, zo veel aan negatieve dingen, men hoort zo veel tegengestelde meningen en kritiek, dat ik zelf zin heb te zwijgen. […] Al met al hebben we het Kerstfeest, met wat er omheen is, tot iets onduidelijks gemaakt, hebben we het verdoezeld. Onder die versierselen valt een kerstrede

eigenlijk evenzeer.’91In deze drie aangehaalde passages was de persoonlijke component, - in

de vorm van persoonlijke gedachten, gevoelens en twijfels -, van Juliana onverbloemd aanwezig. Zelfs wanneer men de redes slechts zou horen, (sommigen stellen dat een rede niet om te lezen is; een gesproken woord dient beluisterd te worden), is deze persoonlijke noot ondubbelzinnig verstaanbaar. Het is daarmee ook een duidelijke trendbreuk met het eerste paar kersttoespraken van Juliana. In zowel haar eerste kersttoespraak (1948) als haar tweede toespraak (1949) staat de onafhankelijkheid van Indonesië centraal en missen we de

persoonlijke component. Dit werd nog eens versterkt door haar formele, plechtige taalgebruik, wat de afstand lijkt te vergroten. De verklaring voor deze trendbreuk is tweeledig. Enerzijds

87 Kersttoespraak Juliana, 1953. 88 Kersttoespraak Juliana, 1969.

89 Juliana hield dat jaar op 5 mei een uitgebreide toespraak tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de Sint

Laurenskerk te Rotterdam.

90Dit verantwoordelijkheidsgevoel moet zij vanaf haar geboorte hebben gevoeld, tenslotte waren zowel de

toekomst van de dynastie als die van het staatsbestel onlosmakelijk met haar verbonden, zie Royals, 29. Niettemin, ook Wilhelmina was enig kind geweest en ook zij stond bekend om haar nauwgezette en nooit aflatende ijver in de uitvoering van haar taak, zie: Tamse e.d., Vrouwen in het landsbestuur, 277-279.

(26)

was zij nog zoekende naar haar eigen vorm, de kersttoespraken van ’48 en ’49 waren nog geen weergave van haarzelf. Anderzijds kunnen we niet ontkomen aan het idee dat zij de officiële standpunten van de regering wilde benadrukken. Zo verwees zij in een passage naar de politionele actie van dat jaar: ‘Zij [onze jongens] willen de vrijheid brengen in de

vierledige vorm van de vrijheid van geloof, de vrijheid van het woord en de vrijwaring van

vrees en van gebrek.’ Maar menigeen zal moeite hebben gehad met een dergelijke uitleg van

de politionele acties, want in hoeverre waren zij gericht op het brengen van vrijheid? Met haar passage in 1949 probeerde Juliana de bittere pil te vergulden voor de tegenstanders van de soevereiniteitsoverdracht: ‘Wij hebben allen de langs democratische weg tot stand gekomen te aanvaarden. […] En omdat het nu Kerstmis is, en ik dus, met U sprekende, de dingen graag wil bezien in hoger licht, moge ik hier de wens – ja, de zekerheid – hardop uitspreken, dat het,

voor de meesten van ons, in ons hart een gul en vrijwillig afstaan zal zijn.’ Door te stellen dat

deze beslissing op democratische wijze tot stand was gekomen, probeerde zij de angel uit het conflict te halen en hen te bewegen tot acceptatie.

Juliana leek in deze twee eerste toespraken te zoeken naar de juiste vorm en inhoud van haar toespraken, bekend is namelijk dat zij de toespraken zelf schreef.92 Maar blijkbaar vond ook

zij dat de kersttoespraak niet bedoeld was voor het herhalen van de regeringsstandpunten, want vanaf 1950 zien we dit nooit meer zo duidelijk terug. Vanaf dat jaar poogde Juliana met eenvoudige woorden en toegankelijker taalgebruik haar volk aan te spreken. Het licht en het duister stonden daarbij centraal. Met de duisternis bedoelde Juliana de negatieve en kwade dingen in de wereld; oorlog, geweld, honger, armoede enzovoort. Tegenovergesteld daaraan was het goede, het licht; samen de negatieve gebeurtenissen overwinnen, lotsverbondenheid en saamhorigheid zorgden voor het licht. Deze solidariteit zocht Juliana niet alleen binnen Nederland maar evenzo binnen Europa: ‘Intussen kunnen we de hand aan de ploeg slaan, en beginnen de na-oorlogse gemeenschap wel degelijk op te bouwen, voor zover dat binnen ons bereik ligt. Deze gemeenschapsopbouw zal op internationaal plan moeten geschieden,

evengoed als tussen de verschillende groepen van onze eigen samenleving onderling. […] Het is merkwaardig, dat dit internationale saamhorigheidsgevoel, onbewust, instinctief, veel

sterker leeft dan men oppervlakkig gezien aanneemt.’93 De zucht naar Europese

samenwerking is niet alleen verklaarbaar door economische argumenten, een voorbeeld hiervan was het Marshall plan, maar evenzo, of, juist vanuit de behoefte aan veiligheid.

92

http://www.geschiedenis24.nl/ovt/afleveringen/2007/Ovt-23-12-2007/Het-Spoor-terug-Koninklijke-kersttoespraken.html, geraadpleegd op 15-10-2014.

(27)

Immers, Europese oorlogen zouden onmogelijk zijn in een Verenigd Europa.94 Ook was dit

ideaal terug te voeren naar de studententijd van Juliana. In 1927 ging zij naar de universiteit van Leiden,95 en het was in deze tijd dat het idealisme hoogtij vierde. De bewustlevende

jongeren liepen allen warm voor een ideaal; van een internationale broederschap van de arbeiders jeugdcentrale tot aan het ideaal van een internationale gemeenschap op Bijbelse grondslag. Al deze organisaties en verenigingen hadden gemeen dat zij internationale

broederschap en vrede wensten.96 In de naoorlogse periode waren dit idealen die leefden in de

maatschappij en is het begrijpelijk dat Juliana er in haar kersttoespraken in 1950, 1951, 1952,1957 aandacht aan besteedde. Ook moeten we hier stil staan bij de invloed van ‘gebedsgenezeres’ Greet Hofmans. Het was onmogelijk om aan te wijzen waar haar

‘doorgevingen’ precies verwerkt zijn in de kersttoespraken, dat zou namelijk pure speculatie zijn, maar dat laat onverlet dat we Greet Hofmans dienen te behandelen bij de bespreking van Juliana en haar kersttoespraken.

Alhoewel de affaire pas in 1956 aan het licht kwam, liep Greet Hofmans al in 1948 op paleis Soestdijk rond. Prinses Marijke, later liet zij zich prinses Christina noemen, was op 18

februari 1947 geboren met een ernstige oogafwijking; het linkeroog was blind, de lens van het rechteroog was vertroebeld. Prinses Juliana zou zich schuldig hebben gevoeld; zij had als voorzitsters van het Rode Kruis op 16 augustus 1946, toen ze drie maanden zwanger was, een bezoek gebracht aan een groep repatrianten uit Nederlands-Indië. Het gevaar bestond dat kinderen onder de repatrianten besmet waren met rodehond, en bekend was dat als vrouwen in de eerste drie maanden van hun zwangerschap met rodehond werden besmet, een groot risico bestond dat de ogen van het foetus werden beschadigd. De waarschuwing van haar moeder Wilhelmina van te voren had Juliana er niet van weerhouden om de plicht te vervullen die, naar zij meende op haar als voorzitster van het Rode Kruis rustte. Schuldgevoel of wanhoop, er werd gezocht naar een oplossing voor de bijna blinde Marijke en uit de verhalen rondom de genezende krachten van Greet Hofmans putte zowel Bernhard, zij het in het begin, als Juliana hoop.97 Greet Hofmans slaagde er niet in het gezichtsvermogen van Marijke te verbeteren,

94 Van Dijk, Plas, & Verhoog, Toen Juliana regeerde. Herstel en vernieuwing van de Nederlandse samenleving 1948-1980, 83.

95Ondanks dat zij geen examens mocht afleggen, zij had als middelbaar onderwijs privaatlessen gevolgd en geen

officieel diploma ontvangen, belette dat haar niet om te gaan studeren. Aldaar volgde zij een programma dat op haar latere taak was afgestemd: oudvaderlands en Indisch recht, volkenrecht, geschiedenis,

godsdienstgeschiedenis en Nederlandse en Franse letterkunde, zie: Schenk,Juliana: koningin in de twintigste eeuw,32.

96 Schenk, Juliana, 29.

97Na de oorlog was het geloof in gebedsgenezing nog wijdverbreid. Onder katholieken bestond al eeuwenlang

(28)

maar zij slaagde er wel in de koningin onder haar invloed te brengen - in de ogen van haar man was zijn vrouw als het ware ‘gehypnotiseerd’98- en haar te bewegen tot pogingen in het

kabinetsbeleid in te grijpen.99 Het kabinet kon dit niet dulden maar voordat het iets had

gedaan, was de kwestie al op sensationele wijze in de buitenlandse publiciteit gebracht. Het werd bekend, dat ook prins Bernhard de invloed van Greet Hofmans niet op prijs stelde. De doorgeefster werd met haar volgelingen als een directe bedreiging gezien, niet alleen voor het aanzien van de koningin en van Nederland in de wereld, maar ook voor het koninklijk

huwelijk, de harmonie op Soestdijk en het gezinsgeluk. Bij politici en partijen, met

uitzondering van de communisten, bestond geen enkel begrip voor de genuanceerde opstelling van de koningin in zaken van oorlog en vrede.100 Op last van het kabinet stelde de commissie

Beel een onderzoek in. Dit leidde ertoe dat Juliana Greet Hofmans van het hof verwijderde, waardoor de rust daar, als ook onder de echtelieden, kon wederkeren. In haar (zeer lange) kersttoespraak van 1956 schreef Juliana over deze affaire: ‘Er is geen groter smart dan te zien hoe het kwaad, het onrecht, zijn beloop heeft, zoals wij dit op allerlei wijze in het nu

aflopende jaar hebben zien gebeuren. Waarom bijvoorbeeld vallen sommige mensen iemand aan langs slinkse wegen, met onware beweringen? Waarom bijvoorbeeld trachten wij een wig te drijven tussen een man en een vrouw, in vergeefse pogingen tot het vernietigen van een diep gewortelde eenheid? […] Wat bezielt zulke mensen dan toch, wat zijn hun eigenlijke

drijfveren? Maar heb ook ik soms het recht niet, te trachten mijzelf te zijn?’101

Na deze kersttoespraak heeft Juliana nooit meer naar de affaire of Greet Hofmans zelf verwezen. Wel lijkt het het beginpunt geweest te zijn van een roep om tolerantie en verdraagzaamheid die we in de jaren zestig sterker en vaker terug zien, bijvoorbeeld in de kersttoespraak uit 1961: ‘Konden we maar genoeg respect voor ieders persoonlijkheid hebben, om elkeen ongestoord het licht te laten weerkaatsen, dat nu juist hij of zij opvangt,

konden we maar openstaan voor elkaar.’102Of uit 1965: ‘De enig werkelijk gevaarlijke

bedreiging voor het volle en het rijke bestaan, dat we zo zeer wensen, ligt in onszelf. We leven

niet meer, als we niet open zijn voor de ander. Dan gaan we dicht, als een graf.’103 Het

benadrukken van tolerantie en verdraagzaamheid, en de waarschuwing voor vervreemding

men zich niet zelden ertoe verleiden bij kwakzalvers zijn heil te zoeken. Het vertrouwen in de niet-reguliere geneeswijze was dus in die tijd wijdverbreid., zie: Giebels, De Greet Hofmans-Affaire. Hoe de Nederlandse monarchie bijna ten onder ging, 41-42.

98 Fasseur, Juliana & Bernhard. Het verhaal van een huwelijk. De jaren 1936-1956, 421. 99 Schenk, Juliana: koningin, 19-20

References

Related documents

Given the size difference, the neighbourhood areas calcu- lated using questionnaire definitions (i.e., 1 mile or 1 km around the home) captured more destinations than the

Background: Past studies of associations between measures of the built environment, particularly street connectivity, and active transportation (AT) or leisure walking/bicycling

Higher the dissipative heat smaller the actual concentration at all vertical levels and at horizontal level y=2h/3 level .At y=h/3 level it enhances in the vertical strip (0.33 ≤ x

Source: Own construction based on data in appendix. and Area Share formula for 2010.. The relative weights are arbitrarily assigned to equal one-third for each of the

The non-native (local) English teachers receive training in the inner circle countries and teach either American or British English in the classroom (Al-Asmari & Khan,

In these circumstances, we study fuzzy stochastic linear programming problems, the problem is solved in two stages first a ranking function is used to defuzzify the problem to

In the trend of globalization coupled with localization, the notion of World Englishes (hereafter WE) has gradually been accepted, and different varieties of English are taking

The main discursive approaches that are devised to address the question of ideology in discourse are the CL and CDA approaches which are proposed by linguists, such as