Zevende druk
CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG
Velde, Halbe van der
Cursus astrologie voor beginners en gevorderden / Halbe van der Velde; [i11. Sieger Zuidersma]. - Amsterdam: Schors. - III.
Eerder verschenen: Groningen: Van der Velde, 1983. - Met lit. opg. ISBN 90-6378-161-X
SISO 422 UDC 133.52 NUGI 621 Trefw.: astrologie.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronische opslag of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Copyright 1988 Uitgeverij Schors - Amsterdam ISBN 90 6378 161 X
Inhoudsopgave
Woord vooraf ………..……….… 10
Voorwoord bij de 5e druk ………... 12
Les 1: Inleiding ………...………..…13
- Wat kan men van deze cursus verwachten ………..13
- Definities ………..……….. 13
- Vormen van astrologie en soorten horoscopen ………...……… 14
- Wat kan men met een horoscoop doen ………..………. 15
- Astrologie en magie ………..………….. 18
- Hoe het kan komen dat mensen astrologische uitspraken juist vinden ………...… 18
- Vragen ………. 29
- Literatuurverwijzingen ……….. 30
Les 2: Wat is een horoscoop? ………. 31
- De sterrenhemel zoals wij die zien ………. 31
- Van astronomische sterrenbeelden naar astrologische tekens - het tollen van de aardas ……….………... 38
- Van de astronomische realiteit naar de horoscooptekening - de sectoren of huizen ……….….. 44
- Langzaamrijzende en snelrijzende tekens op het noordelijk halfrond ……….. 47
- Vragen ………. 49
Literatuurverwijzingen ……….. 50
Les 3: Hoe werkt astrologie? ……….. 51
- Inleiding ……….. 51
- Verklaringsmodellen ………... 51
I - Het causale verklaringsmodel ……….……….. 51
II - Het symbolische model van de popastrologie ………... 54
III - Het holistische of organismische model ………. 56
- Kosmische principes en de werking daarvan ………. 59
- Literatuurverwijzingen ………... 61
Les 4: De twaalf dierenriemprincipes ………... 62
- Inleiding ……….. 62
- Een beschrijving van de twaalf dierenriemprincipes ……….. 63
Het Stier-principe ……….. 65 - Het Tweelingen-principe ……… 66 Het Kreeft-principe ………... 67 - Het Leeuw-principe ……… 68 - Het Maagd-principe ……… 69 - Het Weegschaal-principe ……… 70 - Het Schorpioen-principe ………. 71 - Het Boogschutter-principe ……….. 72 - Het Steenbok-principe ……… 73 - Het Waterman-principe ………... 74 - Het Vissen-principe ……… 75
- De twaalf dierenriemprincipes in hun onderlinge samenhang ………... 76
- Vragen/oefeningen ……….………. 82
- Literatuurverwijzingen ………... 83
Les 5: De dynamiek van de twaalf dierenriemprincipes …………. 84
- Inleiding ……….. 84
- De indeling van de twaalf dierenriemprincipes in twee polariteiten ……… 85
- De indeling van de 12 dierenriemprincipes in drie kruisen ………… 88
- Het hoofdkruis ………. 88
- Het vaste kruis ………. 90
- Het beweeglijke kruis ……….. 91
- De vier elementen ………... 93
- Het element vuur ………. 95
- Het element aarde ……… 96
- Het element lucht ………. 97
- Het element water ……… 98
- Een vergelijking tussen de elementen ………. 99
- Een laatste indeling van de twaalf dierenriemprincipes …...……… 102
- Literatuurverwijzingen ………...……….. 103
Les 6: De psychologie van de twaalf dierenriemprincipes …...…. 105
- Beschrijving van de innerlijke dynamieken van ieder principe ………...………… 108 - Het Ram-principe ………..…… 108 - Het Stier-principe ……….. 109 - Het Tweelingen-principe ………...………. 111 - Het Kreeft-principe ……… 113 - Het Leeuw-principe ………... 115
- Het Maagd-principe ………... 116 - Het Weegschaal-principe ………... 117 - Het Schorpioen-principe ……… 119 - Het Boogschutter-principe ………. 120 - Het Steenbok-principe ………... 122 - Het Waterman-principe ………...………….. 123 - Het Vissen-principe ………... 124 - Literatuurverwijzingen ………. 126
Les 7: De huizen - teken/huiscombinaties: hoe uit iemand zijn aan-leg ……… 128
- Het berekenen van de huizenverdeling ……… 128
- De tijd in de astrologie ……….. 128
- Het bepalen van G.M.T. ………...………. 130
- Het berekenen van de huiscuspen ………. 134
- De werkelijke plaatselijke tijd ……….. 135
- Van werkelijke plaatselijke tijd naar plaatselijke sterre-tijd ………. 140
- De acceleratie ………... 142
- Het gebruik van de huizentabel ……… 142
- Het gebruik van de huizentabel voor geboortes ten zuiden van de evenaar ……….. 145
- Het intekenen van de huizen in de horoscoopcirkel ……….. 146
- De betekenis van de huizen ……….. 148
- Inleiding ………. 148
- De betekenis van de huizen volgens het systeem van Arroyo ………... 149
- De betekenis van ieder huis afzonderlijk ……….. 152
- Oefeningen ………... 162
- Literatuurverwijzingen ………. 163
- Literatuur over de betekenis van de huizen ……….. 164
Les 8: De planeten, de drijfveermanifestatie van dierenriemener-gie ………... 165
- Technisch gedeelte ……… 165
- Het berekenen van planeetstanden ………... 165
- Duiding van de planeetprincipes ……….. 174
- Inleiding ……… 174
- Mannelijke en vrouwelijke planeetprincipes-de theorie van Jung ………... 175
- De Zon - de drijfveermanifestatie van het
Leeuw-prin-cipe ………... 176
- De Maan - de drijfveermanifestatie van het Kreeft-principe ………. 178
- Mercurius - de drijfveermanifestatie van het Tweelingen-principe en het Maagd-Tweelingen-principe ……… 181
- Venus - de drijfveermanifestatie van het Stier-principe en het Weegschaal-principe ………... 182
- Mars - de drijfveermanifestatie van het principe ……… 185
- Jupiter - de drijfveermanifestatie van het Boogschutter-principe ………. 188
- Saturnus - de drijfveermanifestatie van het Steenbok-principe ………. 189
- De planeten voorbij Saturnus (de transsaturnale planeten ………. 193
- Uranus - de drijfveermanifestatie van het Waterman-principe ………. 194
- Neptunus - de drijfveermanifestatie van het Vissen-principe ………. 197
- Pluto - de drijfveermanifestatie van het Schorpioen-principe ………. 199
Enkele voorbeelden van het duiden van planeet-teken-huis-combinaties ……….. 200
- Een 'technische' kanttekening bij het duiden van planeet-teken-huiscombinaties ………. 204
- Literatuurverwijzingen ………. 207
- Vragen en opgaven ………... 207
Les 9: De dynamiek van de 12 dierenriemprincipes ……….. 210
- Inleiding: Deel 1- de aspecten ……….. 210
- De aspecten ………... 210
De betekenis van ieder aspecttype afzonderlijk ……….. 215
- Het meest/minst voorkomende aspecttype in de horoscoop ……… 222
- De duiding van het meest/minst voorkomende aspecttype ……… 227
- Conjuncties ………... 227
- Sextielen ………... 227
- Vierkanten ………. 227
- Inconjuncten ………. 228
- Opposities ………. 228
- De aspectwerking van de planeten ………... 229
- Ingaande en uitgaande aspecten ………... 231
- Afnemende en toenemende aspecten ……… 233
- Vragen en opgaven ………... 234
- Literatuurverwijzingen ………. 236
Les 10: De dynamiek van de 12 dierenriemprincipes ……… 238
- Inleiding: Deel 2- de aspectpatronen ……… 238
- Het stellium of de meervoudige conjunctie ……….. 238
- De grote driehoek ………. 239
- Het T-vierkant ………... 241
- Het grote vierkant, kosmische kruis of de molen ………. 244
- Een molen in het hoofdkruis ………. 247
- Een molen in het vaste kruis ………. 247
- Een molen in het beweeglijke kruis ……….. 248
- De YOD figuur - de tetradische YOD ……….. 248
- De halve vlieger ……… 250
- Vragen en opgaven ……… 253
- De vlieger ………. 252
- Literatuurverwijzingen ………. 256
Les 11: Aanvullende duidingselementen ………. 257
- Algemene inleiding ………... 257
- A. Huizen zonder planeten erin - vormen van heerserschap ……….. 257
- Inleiding ……… 257
- Uitspraken over lege huizen ……….. 258
- De heerser van een planeet ……… 261
- Horoscoopduiding en leeftijdsfasen ………….………. 262
- B. De duiding van ongeaspecteerde planeten, retrograde planeten en maansknopen ……….. 262
- De duiding van een ongeaspecteerde planeet ……… 262
- De duiding van retrograde lopende planeten ………. 263
- De duiding van de maansknopen ……….. 263
- C. Planeetpatronen - de eerste indruk ………... 267
- Inleiding ……… 267
- De planeetpatronen inhoudelijk ……… 268
- Beschrijving van de planeetpatronen en hun betekenis ………. 268
- D. De betekenis van planeten in kritische
zones - het onderzoek van Gauquelin ……….. 275
- Inleiding en verantwoording ………. 275
- Wat heeft Gauquelin onderzocht en aangetoond ………... 277
- Overige resultaten van het onderzoek van Gauquelin ………... 282
- De toepassingsmogelijkheden van Gauquelins bevindingen ………... 282
- Het bepalen van de 'kritische' en 'anti-kritische' zones in de horoscoop ………... 286
- Combinaties van kritische planeten ……….. 289
- Vragen en opgaven ………... 289
Literatuurverwijzingen ………... 293
Les 12: Systematische horoscoopduiding ……….. 295
- Inleiding ……… 297
- Hemisferen en kwadranten ………... 297
- Het bepalen van de belangrijkheid van de bezetting van hemisferen, kwadranten, elementen, kruisen en overige indelingen ……… 298
- Holistische duidingsmethodes ……….. 302
- A. De duiding van planeetpatronen ……….. 302
- B. De duiding van hemisferen en kwadranten ………..……… 305
- C. De betekenis van de P-I-V indeling en het plaatsen ervan in de kwadranten ……… 307
- D. Persoonlijke, gezelschaps- en publiekshuizen ………. 310
- E. De duiding van de kruisenbezetting ………. 311
- Het hoofdkruis ………... 312
- Het vaste kruis ………... 313
- Het beweeglijke kruis ……… 314
- De praktische toepassing van de indeling van dierenriemprincipes in kruisen ……….. 314
- De voorbeeldhoroscoop ……… 316
- F. De elementenbezetting ………. 317
- Inleiding ……… 317
- Het duiden van de elementenbezetting ………. 320
- a. Superieur-inferieur elementcombinaties ………... 320
- b. De combinaties van een hoofdelement een hulpelement ………... 321
- c. De over- en onderbezetting van een element ………. 325
- Iets over de toepassing van beschreven indelingen …………... 333
- H.Het belangrijkste aspecttype en de verhouding
ingaand-uitgaand/toenemend-afnemend ………... 340
- I. Het opsporen van thema's in de horoscoop ……….. 343
- Samenvatting van de holistische duidingsmethodes aan de hand van de voorbeeldhoroscoop ………. 347
- De duiding van afzonderlijke horoscoopfactoren ………. 352
- Enkele belangrijke wenken bij de aanpak van de horoscoopduiding ………. 354
- De duiding van specifieke onderwerpen ……….. 355
- Vragen en opgaven ………... 362
- Literatuurverwijzingen ………. 363
Zie voor onderstaande gegevens APENDIX Algemene literatuurlijst………..……... 364
Bijlagen Bijlage I: Antwoorden op de vragen ………... 370
Bijlage II: Tijdzbnetabellen van Indonesië, Suriname en de Antillen en afwijkingen van zeonetabellen in Nederland ………. 396
Bijlage III: Huizentabellen van Indonesië, Suriname en de Antillen ………... 399
Bijlage IV: De huizensystemen ………. 405
Bijlage V: Astrologische verenigingen en beroepsastrologen in Nederland ……… 408
Woord vooraf
Dit cursusboek werd in de eerste plaats geschreven voor iedereen die belangstelling voor astrologie heeft en zich de kunst van het trekken en uitleggen (duiden) van horoscopen eigen wil maken. Het leent zich uitstekend voor zowel individueel gebruik, als voor het gebruik als cursusboek bij cursussen astrologie voor beginners.
Daarnaast kan het, omdat het vrij diep op de materie ingaat op een manier die men thans nog in weinig astrologieboeken aantreft, ook voor de wat meer gevorderde astrologiebeoefenaar zinvolle infor-matie bevatten.
In dit boek worden onder meer een aantal theorieën behandeld over de wijze waarop de hemellichamen invloed zouden kunnen hebben op het gebeuren op aarde. Ook komt er in aan de orde wat een horoscoop-tekening eigenlijk is en hoe deze gemaakt moet worden.
Het leeuwendeel van het boek gaat echter over het uitleggen of duiden van horoscopen. In die zin is het zodanig geschreven dat het een goede aanvulling is op de bekende astrologische receptenboeken.
Omdat het hier niet om een astrologisch receptenboek gaat zal men in dit boek tevergeefs uitsluitsel zoeken over wat bijvoorbeeld Mars in Weegschaal betekent, wat de heerser van het 6e huis in huis 11 doet en over de kansen op een natuurlijke dood voor eigenaars van Mars-Pluto-vierkanten.
De schrijver hoopt er daarentegen mee aan te tonen dat het zeer de vraag is of men op grond van astrologische gegevens wel informatie kan krijgen over zaken als overlevingskansen, voorspoed en tegen-slag, heil en onheil, etc.
Wat hij belangwekkender vindt is het feit dat de praktijk uitwijst dat 5 mensen met identieke horoscopen alle vijf een verschillend leven kunnen leiden.
Naar zijn idee zou dit er op kunnen wijzen dat ieder mens, afgezien van levensomstandigheden op macro-niveau, een zekere mate van vrijheid heeft om iedere astrologische 'invloed' naar eigen goed-dunken te gebruiken.
De beginnende astrologiestudent kan uit dit cursusboek verder leren wat de bouwstenen van de horoscoop betekenen.
Ook wordt erin verduidelijkt hoe de enorme hoeveelheid informatie die een horoscoop biedt het beste geordend, geselecteerd en op andere manieren verwerkt kan worden. Daarbij zal de lezer al snel merken dat dit boek is geschreven vanuit een visie op de astrologie die men nu nog zelden aantreft, maar die er over een aantal jaren toe kan bijdragen dat de astrologie in bredere kring weer serieus genomen wordt.
De schrijver gaat er namelijk vanuit dat er geen goede of slechte, gemakkelijke of moeilijke horoscopen bestaan. Naar zijn idee hangt dit alles af van wat iemand met de door de eigen horoscoop gesymboliseerde basismogelijkheden doet.
Elke duiding, ook van het kleinste onderdeel van de horoscoop, is in dit boek vanuit deze visie opgezet.
Voorwoord bij de 5e druk
In vergelijking met de vorige drukken zijn een aantal belangrijke wijzigingen aangebracht. Deze hangen onder meer samen met het feit dat de uitgave nu in handen is van Uitgeverij Schors te Amsterdam. De eerste groep veranderingen betreft het astronomische gedeelte van het boek.
Na consultatie van een emeritushoogleraar in de astronomie werden enkele wijzigingen aangebracht in de lessen 2, 3, 7 en 8. Ook werd het gedeelte van les 8 over de planeetberekeningen vereenvoudigd. Daartoe werd tevens bijlage 6 aan het boek toegevoegd.
Vervolgens werd de 12e les van het boek geheel herschreven. Deze vernieuwing heeft er toe bijgedragen, dat het boek een vrij unieke plaats is gaan innemen in de Nederlandstalige astrologische vak-literatuur. Dit laatste omdat er thans een aantal methodes in beschreven staan die, wanneer ze in hun onderlinge samenhang worden gebruikt, een steeds specifieker wordend totaaloverzicht opleveren van de horoscoop.
Vanuit dit totaaloverzicht kunnen onderdelen uit de horoscoop zinvoller geduid worden en blijft men bij het duiden 'door de bomen het bos zien'.
De auteur,
Les 1 - Inleiding
Wat kan men van deze cursus verwachten
Het is niet zo dat men na deze cursus een volleerd astroloog is, die op verzoek aan de lopende band horoscopen kan produceren met daarin uitsluitend treffende duidingen.
Zoals uit het vervolg van deze cursus zal blijken stoelt een dergelijke verwachting bovendien op een stuk onwetendheid ten aanzien van wat astrologie vermag.
Wel stelt hij de cursist in staat tot het trekken van horoscopen en voorziet hij in een gedegen ondergrond voor het duiden daarvan.
Verder maakt deze cursus de aansluiting mogelijk bij anderen die zich, al dan niet in verenigingsverband, eveneens met astrologie bezig houden. De ervaring wijst uit dat contacten met andere astrologie-beoefenaars, met name door beginners, in de regel als erg prettig en leerzaam worden ervaren.
Definities
Astrologie is iets anders dan astronomie.
Astronomie houdt zich bezig met de materiële verschijnselen aan het firmament, astrologie meer met de gebeurtenissen die hiermee samenvallen onder het motto 'Zo boven, zo beneden'.
Astrologie is dus minder materieel en meer filosofisch en be-schouwend van aard.
Het woord horoscoop stamt uit het Grieks. Het is samengesteld uit de woorden 'hora' (uur) en 'skopein' (zien).
Zien van het uur, betekent het dus eigenlijk.
Een horoscoop is een plattegrond van de hemel op één bepaald moment en geldend voor één bepaalde plaats.
Vormen van astrologie en soorten horoscopen
Zoals gezegd is een horoscoop een plattegrond van de hemel op één bepaald moment en geldend voor één bepaalde plaats. Deze definitie houdt in dat men voor elk moment op iedere plaats een horoscoop kan trekken.
Als op dat moment op die plaats een mens geboren wordt is er een
geboortehoroscoop getrokken voor die persoon.
Deze zelfde geboortehoroscoop geldt dan niet alleen voor de aanleg en het verdere verloop van het leven van die baby, maar ook voor het verdere verloop van al die andere gebeurtenissen.
Alleen wordt er met betrekking tot die zakelijke verschijnselen niet meer gesproken van een geboortehoroscoop, maar van een
uurhoek-horoscoop. Een uurhoekhoroscoop is dus een horoscoop getrokken
voor het aanvangsmoment van zaken.
Een andere vorm van astrologie is de zgn. mundane astrologie. Deze tak van astrologie houdt zich bezig met het voorspellen van gebeurtenissen op wereldniveau.
Aan deze vorm van astrologie zitten nogal wat haken en ogen en de voorspellingen van de mundane astrologie hebben de naam van de astrologie in het algemeen nogal wat schade berokkend. Dit hoeft niet per se aan de mundane astrologie zelf te liggen. Het komt nogal eens voort uit een verkeerd gebruik ervan. Vaak doen mundane astrologen stellige, fatalistische of aanmatigende uitspraken en onheilsvoor-spellingen over gebeurtenissen op wereldniveau die niet vaak uit-komen, maar intussen wel publiciteit trekken wegens het sensationele karakter ervan.
Op deze wijze blijkt dat de astrologie altijd een voedingsbodem is geweest voor mensen die haar willen gebruiken om voor zichzelf geld, zekerheid, autoriteit, macht en/of status te verwerven.
Uit het vervolg van deze cursus zal duidelijk worden waarom het doen van te specifieke uitspraken of voorspellingen astrologisch gezien niet mogelijk en daarom ook niet verantwoord is.
Een vorm van astrologie die een nog veel grotere bijdrage levert aan het om zeep helpen van de reputatie van de astrologie is wel de zgn.
popastrologie. Met deze term worden door astrologen de astrologische
rubriekjes van kranten en tijdschriften aangeduid.
Hopelijk zal uit deze cursus eveneens duidelijk worden dat de enige overeenkomst van popastrologie met echte astrologie slechts het
gebruiken van de namen van de planeten en tekens van de dierenriem kan zijn.
(Men kan hier dan ook beter van misbruiken spreken.)
Een andere indeling van de astrologie is de indeling geboorte c.q.
uurhoekastrologie/voorspellende of prognostische astrologie.
De uurhoek- en de geboorte-astrologie houden zich bezig met het trekken van horoscopen voor oprichtings- respectievelijk geboorte-momenten. De voorspellende astrologie houdt zich bezig met het voorspellen van de toekomstige mogelijkheden van de pasgeborene c.q. het pasopgerichte/pasondertekende, etc.
Deze cursus houdt zich vrijwel uitsluitend bezig met geboorte-astrologie omdat het de meest beoefende vorm van geboorte-astrologie is en de meeste in astrologie geïnteresseerden hiermee willen beginnen.
Het geboortemoment is astrologisch gezien het moment waarop een baby voor het eerst zelfstandig ademhaalt.
Meestal is dat het moment van de eerste schreeuw.
Met het zelfstandig ademhalen geeft de baby te kennen dat hij een zelfstandig individu is geworden en niet langer een symbiotische band met de moeder nodig heeft om te kunnen overleven (zie ook les 3).
Wat kan men met een horoscoop doen
Een horoscoop is dus een plattegrond van de hemel op een bepaald moment en men kan voor elk moment dat, en voor iedere plaats die gewenst wordt, een horoscoop trekken. Zo'n horoscoop geeft als het ware een blauwdruk voor de aanleg van het moment waar het om gaat. Hij geeft aan hoe het moment in aanleg is en welke mogelijkheden het in zich draagt.
Als er op dat moment een mens wordt geboren draagt deze mens die mogelijkheden in zich.
Uit een geboortehoroscoop kun je dus niet halen of je met een jongen dan wel met een meisje te doen hebt. Toch is dat wel belangrijk om te weten omdat daar bij het uitleggen van een horoscoop, de duiding, rekening mee gehouden moet worden. Het geslacht van de geborene moet dus altijd worden nagevraagd.
Hetzelfde geldt voor het milieu waar de geborene uit komt. Ook dat kun je niet uit de horoscoop afleiden. Men kan er niet uithalen of iemand uit een directeurs- dan wel uit een arbeidersmilieu komt, zelfs
niet of je met een mens dan wel met een aap of bijvoorbeeld een pasgekochte bontjas te doen hebt.
Verder is het slechts in beperkte mate mogelijk om uit een geboorte-horoscoop te halen hoe de aanleg die erin staat weergegeven zich verder zal ontwikkelen.
Men weet immers niet wat die persoon met zijn mogelijkheden gaat doen of kan doen.
Met de voorspellende astrologie kunnen bepaalde periodes in het leven aangegeven worden waarin bepaalde kanten van de aanleg in positieve dan wel in negatieve zin benadrukt zullen worden. Dan nog hangt het er vanaf wat de geborene daar mee doet, hoe hij het verwerkt, etc.
Een horoscoop kan dus alleen tendensen aangeven, geen feiten. Er blijft, ook astrologisch gezien, dus ruimte voor de menselijke vrijheid. Kennis van de geboortehoroscoop en ook van mogelijkheden en onmogelijkheden van de toekomst kunnen zo dus iemands vrijheid en tegelijk iemands verantwoordelijkheden vergroten.
Uit het nu volgende voorbeeld zal duidelijk worden dat het doen van bijvoorbeeld doodsvoorspellingen op grond van astrologische infor-matie op zijn minst uiterst dubieus en misschien zelfs wel onmogelijk is:
Het komt regelmatig voor dat van een tweeling die vlak na elkaar geboren wordt, het ene kind direkt na de geboorte overlijdt en het andere blijft leven. Omdat beide kinderen vlak na el kaar geboren zijn, zijn ook hun horoscopen praktisch identiek. Hoe bestaat het dat zij beiden niet hetzelfde lot ondergaan? Het feit dat hun 'lot' verschillend was kan drie dingen bewijzen:
1. Een horoscoop heeft geen voorspellende waarde en astrologie is dus onzin.
2. Je kunt geen doodsvoorspellingen doen op grond van astro-logische gegevens. (Bij deze veronderstelling wordt er vanuit gegaan dat minieme verschillen in horoscopen slechts sporadisch een dergelijk verschil in levensloop kunnen verklaren.)
3. Kleine verschillen in horoscopen kunnen grote gevolgen hebben. De eerste conclusie kan in ieder geval onzorgvuldig, voorbarig en onwetenschappelijk genoemd worden. Strikt genomen kunnen, lo-gisch en wetenschappelijk gezien, alleen de 2e en de 3e conclusie juist zijn.
conclusie de meeste kans van slagen.
Dit om te beginnen al vanwege de gebrekkige methode van bewijs-voering die aanhangers van een astrologiemodel waarbinnen de derde conclusie voor mogelijk wordt gehoudon plegen te hanteren.
Meestal wordt door hen de 'verklaring-achterafmethode' gebruikt. Voor zover de schrijver kan nagaan is er nog nooit een astroloog in geslaagd om in tijdtweelingsituaties systematisch voorspellingen te doen over de overlevingskansen van ieder van de betreffende individuen afzonderlijk.
Zolang dit niet gebeurt is er geen enkel bewijs geleverd voor de stelling dat doodgaan of overleven vlak na de geboorte uit minieme verschillen in horoscopen zou zijn af te leiden.
Verder zegt in vergelijkbare situaties het feit dat een gebeurtenis astrologisch te herleiden is niets over de mate waarin bijvoorbeeld een bepaald soort bewustwording bij een bepaald 'slachtoffer van een noodlot' een andere wending aan diens 'lot' had kunnen geven.
Het is nu precies de mogelijkheid van bewustwording die de astrologie naar het idee van de schrijver zo interessant maakt. Wanneer de praktijk hem had bewezen dat die mogelijkheid niet bestond, was hij allang met de astrologie-beoefening gestopt!
Het tot nu toe gedane onderzoek omtrent de voorspellende waarde van astrologie wijst er in zijn algemeenheid op dat men zeer voorzich-tig dient te zijn met het doen van alle mogelijke absolute voorspel-lingen op grond van horoscopen. Een ieder die geïnteresseerd is in de wetenschappelijke waarde van veel onderzoek op het gebied van onder meer astrologische toekomstvoorspelling wil de schrijver graag verwijzen naar het boekwerk van Eysenck, getiteld Astrology, Science
or Superstition (zie ook de literatuurlijst).
Op dit, zijns inziens, op zeer verantwoorde wijze samengestelde, werk baseert hij bovengenoemde conclusie.
Hij meent de inhoud van dit boek eveneens te kunnen opvatten als ondersteuning van de 2e conclusie (minieme verschillen in ho-roscopen kunnen in absolute zin geen kwestie van leven en dood symboliseren). De astrologie werkt zijns inziens meer volgens het principe 'Een mens kan duizend doden sterven' (zie ook les 3).
Verder kan de voorspellende waarde van een techniek alleen aan-getoond worden met behulp van systematisch opgezet wetenschap-pelijk onderzoek. Ook uit de resultaten van zulk onderzoek is tot nu toe gebleken dat er zeer veel speelruimte overblijft voor de menselijke vrijheid (zie les 11).
Astrologie en magie
Astrologie is op zich genomen geen magie. Iedereen met een redelijk verstand en een goed combineervermogen kan het leren. Er zijn dan ook geen paranormale begaafdheden bij nodig.
De magische component die in de astrologie besloten ligt vinden we in het hele menselijke bestaan terug. We kunnen haar het beste omschrijven in termen van het 'Gestaltprincipe'. De term 'Gestalt-principe' is afkomstig uit een belangrijke psychologische school. Het principe houdt in dat een geheel wat uit meerdere onderdelen samengesteld is meer kenmerken heeft dan die welke voortvloeien uit het louter optellen van de kenmerken van de betreffende onderdelen. Zo kan men in nevenstaande afbeelding zien dat men uit vier streepjes en een rondje volgens dit principe een gezicht kan samenstellen. Zo'n gezicht is meer dan een optelsom van vier streepjes en een rondje. Dit laatste is strikt genomen niet logisch, en een magisch verschijnsel.
Onderdelen Geheel
Het geheel is meer dan een optelsom van de onderdelen (toelichting bij het 'Gestaltprincipe').
We zullen in de loop van de cursus ontdekken dat ook bij het duiden van horoscopen dit 'Gestaltprincipe' een belangrijke rol speelt. Hoe het kan komen dat mensen astrologische uitspraken juist vinden Wanneer iemand een uitspraak van een astroloog over zichzelf als juist ervaart kan dat verschillende oorzaken hebben.
Een aantal mogelijke oorzaken zijn de volgende:
1. De astroloog doet een uitspraak die bijna altijd waar gevonden wordt, zonder dat mensen dat van elkaar weten.
Een paar voorbeelden van zulke uitspraken: - U neigt ertoe kritisch op uzelf te zijn.
- Bij tijden twijfelt u er serieus aan of u wel juist gehandeld of besloten heeft.
- U vindt het onverstandig om te openhartig te zijn.
- Soms bent u meer op anderen gericht en gezellig, soms meer naar binnen gekeerd en onzeker.
Dit zijn een paar uitspraken uit een onderzoekje dat gedaan werd onder 39 Amerikaanse middelbare scholieren. Minstens 35 van hen vonden deze en dergelijke uitspraken uitstekend op zichzelf van toepassing.
Verder deelde een aantal van hen nog speciaal aan de onderzoekers mee dat ze ze zo treffend en persoonlijk vonden (Dean en Mather, 1977).
Algemene kenmerken van dit soort uitspraken zijn de volgende: - Het zijn uitspraken over dingen die iedereen wel eens heeft, maar waar niemand graag over praat.
- Verder gaat het hier vaak om uitspraken die vaag, dubbelzinnig en kenmerkend voor de groep zijn waar ze aan gericht worden. - Ook is nog uit onderzoek gebleken dat uitspraken die duur moeten worden betaald en waar mensen veel moeite voor moeten doen, of nauwkeurige gegevens voor moeten verstrek-ken om ze van iemand gedaan te krijgen, hoger gewaardeerd worden.
Met name het laatste punt is van toepassing op alle door astrologen gedane uitspraken. Iedereen die een maatschappelijke belangstel-ling paart aan een zekere vindingrijkheid moet er in principe toe in staat worden geacht om dit soort als juist ervaren uitspraken te verzinnen.
2. Uit het nu volgende onderzoekje zal blijken dat zo iemand een nog grotere kans van slagen heeft wanneer hij die uitspraken doet in de hoedanigheid van astroloog. De mensen blijken nu eenmaal ongeacht rang, stand of educatieve achtergrond bij voorbaat al geneigd te zijn om uitspraken over hen die op hun 'sterrenbeeld' zijn gebaseerd, zonder meer voor waar aan te nemen. (Dit ondanks de algemeen heersende opvatting dat astrologie onzin is!)
onderzoek dat gedaan werd in Amerika bij 2 groepen psychologie-studenten, ieder bestaande uit 55 proefpersonen (Dean en Mather, 1977; Eysenck, 1982):
De eerste groep kreeg een serie persoonlijkheidskenmerken voor-gelegd die gehaald waren uit astrologieboeken en waarachter het sterrenbeeld stond waar ze bijhoorden. De tweede groep kreeg dezelfde uitspraken voorgelegd zonder dat hun bekend werd gemaakt dat ze iets met astrologie te maken hadden.
Nu bleek de eerste groep gezien vanuit de in de wetenschap algemeen geaccepteerde normen, significant vaker uitspraken op zichzelf van toepassing te achten waarachter de naam van hun eigen sterrenbeeld stond, dan men op grond van toeval zou mogen verwachten.
Dit in tegenstelling tot de mensen in de tweede groep. Deze proefpersonen vonden niet meer eigenschappen die bij hun eigen sterrenbeeld hoorden kenmerkend voor zichzelf dan uitspraken die bij enig ander sterrenbeeld hoorden.
3. De astroloog is paranormaal begaafd en heeft het daardoor bij het rechte eind.
Toelichting: Er zijn onderzoeken gedaan bij als helderziend bekend staande astrologen waaruit bleek dat ze feitelijk juiste uitspraken konden doen over personen van wie ze alleen de naam wisten. Ze baseerden die uitspraken op willekeurig gekozen horoscopen die helemaal niet bij de personen hoorden van wie de namen erbij stonden. Aan de als helderziend bekend staande astrologen was dit echter niet verteld (Dean en Mather, 1977).
Kennelijk gebruiken sommige astrologen de horoscoop als koffie-dik!
4. De astroloog gokt en gokt toevallig goed.
5. Ook het psychologisch inzicht van de astroloog kan bijdragen tot het doen van uitspraken die door de cliënt als treffend beoordeeld worden.
6. Een astroloog baseert een door de cliënt als juist ervaren uitspraak uitsluitend op zijn astrologische voorkennis.
7. Mensbeeld en levensvisie van de astroloog (zie ook blz. 16).
In de meeste gevallen is het zeer moeilijk te bepalen hoc het nu precies komt dat een astroloog uitspraken over mensen kan doen die door hen als juist worden ervaren.
Het is praktisch gezien bijna ondoenlijk om na te gaan of het feit dat iemand een uitspraak van een astroloog juist vindt, uitsluitend te danken is aan de astrologische voorkennis van de astroloog. Alle eerder genoemde factoren kunnen daartoe bijdragen.
Omgekeerd is het zo dat wanneer iemand de juistheid van een astrologische uitspraak over zichzelf ontkent, dit nog niet in alle gevallen wil zeggen dat de astroloog er naast zit. Het kan bijvoorbeeld gaan om een eigenschap die de cliënt vergeten is of niet onder ogen wil zien.
Verder kan het zijn dat de cliënt nog nooit in een situatie is geweest waarin een dergelijke eigenschap zich zou kunnen manifesteren.
Toelichting: Uit een onderzoekje van de bekende Nederlandse astroloog Chandu bleek dat zijn proefpersonen het slechts met 66% van de opvattingen van een aantal (5) goede bekenden over hen eens waren, terwijl deze bekenden het onderling over 83% van de eigenschappen van de proefpersoon die ze goed kenden eens waren. Dit onderzoek zou er op kunnen wijzen dat de meeste mensen blinde vlekken hebben waar het hun zelfkennis betreft (Chandu, 1980).
Nu zullen sommige lezers misschien tegenwerpen dat het vaak genoeg voorkomt dat astrologen feitelijk juiste uitspraken doen over bijvoor-beeld iemands beroep, huwelijksleven, persoonlijke achtergronden, typerende uiterlijke kenmerken en eigenschappen enz., zonder dat de astroloog de betreffende persoon ooit gezien heeft of iets van de betrokkene af kan weten.
Dan nog zou de oorzaak van de feitelijke juistheid van zijn uitspraken kunnen voortvloeien uit zowel punt 6 als de punten 1, 2, 3 en 4.
Vernon Clark (1960) deed via het nu volgende onderzoek echter een serieuze poging om met name oorzaak 3 van de juistheid van astrologische uitspraken (een eventuele paranormale factor) uit te schakelen.
Dit onderzoeksverslag is afkomstig uit het boekwerk, getiteld 'Het astrologische argument' van Toonder en West (zie de literatuurlijst aan het eind van dit hoofdstuk).
Vernon Clark was verbonden aan de parapsychologische afdeling van de Amerikaanse Duke Universiteit. (Het is enigszins ironisch dat het parapsychologen zijn die als eersten in onze tijd de astrologie serieus toetsen, terwijl de astrologie, indien haar stellingen juist zijn, nauwe-lijks of niets met de parapsychologie temaken heeft.)
Clark raakte in de astrologie geïnteresseerd, omdat hij vond dat deze, voor een vermeend overwonnen bijgeloof, een merkwaardige vitaliteit vertoonde, en, eenmaal opmerkzaam geworden, kon zijn interesse alleen maar groeien toen hij merkte, dat verscheidene bevindingen en uitspraken van de officiële wetenschap tussen 1950 en 1960 de astrologische premissen schenen te bevestigen. Hij begon de astrolo-gie persoonlijk te bestuderen, en dan niet op de manier van Eisler; dat wil zeggen dat hij geen dertig jaar besteedde aan het navorsen van de werken van oudere autoriteiten die het er a priori over eens waren dat het allemaal onzin was, maar dat hij zichzelf leerde horoscopen te
trekken en te interpreteren.
(Dit is inderdaad de enige manier om een juist inzicht in de materie te krijgen. Astrologie is (wanneer het dan al iets is) niet een 'geloof -zoals veel lieve oude dames, en veel deelnemers aan de hedendaagse jeugd-subcultuur blijkbaar menen - maar een 'weten', zij het dan ook gebrekkig.
Volgens ervaring zijn vrij veel astrologie-beoefenaars begonnen als sceptici die het zelf wel eens wilden proberen... misschien alleen maar om de onjuistheid van het systeem aan te tonen; onze eigen belangstelling voor het onderwerp is eveneens op deze wijze opge-wekt. Ook Gauquelin, die na minstens vijftigduizend gevallen wel weet wat een horoscoop is, begon er aan om een contra-bewijs te leveren. Bij zijn weigering in te zien dat hij feitelijk het omgekeerde heeft gedaan, is het psychologisch interessant aan te tekenen, dat zijn vader een overtuigd astroloog was.)
Nadat Clark naar zijn eigen (subjectieve) genoegen had vastgesteld dat er 'iets in zat', besloot hij een proef te ontwerpen waarmee hij zijn nieuwe overtuiging op een aanvaardbare wetenschappelijke, of althans statistische, basis zou kunnen brengen. Als eerste opgave zag hij een onderzoek naar de astrologische bewering, dat uit kennis van alleen plaats, datum en uur van geboorte iemands toekomstige talenten, beroep of bezigheden zouden zijn af te leiden. Hij stelde een proef op voor 23 vooraanstaande astrologen die hun medewerking hadden toegezegd, maar bemoeide zich niet verder met de uitvoering van dit plan, opdat zijn belangstelling voor het onderwerp geen subjectieve invloed zou uitoefenen op de beoordeling van de resul-taten; de test werd uitgevoerd door twee psychologen en een statisticus, die niets van astrologie afwisten. Men nam de horoscopen
van 10 personen, en stelde daarnaast, afzonderlijk, korte beschrijvingen van deze mensen op, met alleen vermelding van objectieve, zakelijke
gegevens, zoals beroep, gehuwd of niet, man of vrouw, en dergelijke. De taak van de astrologen zou worden, voor elk van de horoscopen de bijpassende beschrijvingen te vinden.
Helemaal willekeurig was de keuze van de proefpersonen echter niet; zo werd de eis gesteld, dat zij allen tussen de 45 en 65 jaar moesten zijn, waardoor vermeden werd dat de astrologen aanwijzingen van onastrologische aard in handen zouden krijgen - van iemand van 45 is het bijvoorbeeld waarschijnlijker dat hij of zij gehuwd is dan van iemand van 20. Om dezelfde reden werd geëist, dat zij allen in de Verenigde Staten geboren moesten zijn; een chef-kok, die overigens
aan alle voorwaarden voldeed, werd uit de lijst gebannen omdat hij in Frankrijk geboren was. Daarentegen werd, om de opgave-met-weinig-gegevens niet onmogelijk te maken, van de proefpersonen geëist, dat zij hun hoofdberoep geruime tijd hadden uitgeoefend en niet herhaaldelijk van het ene vak naar het andere waren overgestapt. Er werd echter niet gestreefd naar het bijeenbrengen van 10 beroepen die alle zeer duidelijk van elkaar te onderscheiden zouden zijn. (Het werden ten slotte: musicus, marionettenspeler, boekhouder, biblio-thecaresse, kunstcriticus, kunstleraar, herpetoloog (bioloog gespecia-liseerd in kruipende dieren), vee-arts, kinderarts en prostituée. Deze lijst kwam op willekeurige wijze tot stand; de eerste beschikbare proefpersonen werden genomen wanneer zij maar aan alle eisen voldeden - wat overigens nog niet zo gemakkelijk bleek te zijn.)
De astrologen werd gevraagd, alle 10 horoscopen met alle 10 beschrij-vingen te vergelijken, en ze te rangschikken in een volgorde van 'meest bijpassend' tot 'minst bijpassend'; hun uitkomsten werden
gewaar-deerd met een cijferlijst die liep van 1 voor volkomen juist tot 5 voor volkomen onjuist, met dus een 3 voor twijfelachtig of onzeker. De astroloog die alle tien keer precies raak schoot zou op die manier 10 punten krijgen, terwijl een collega die er steeds naast zat met 50 punten beloond zou worden; wie maar iets deed op goed geluk zou, theore-tisch, tienmaal 3, of 30 punten krijgen.
Twintig van de uitgenodigde astrologen zonden hun werk binnen de gestelde tijd op. Om een controle op het experiment te krijgen, werd een even grote groep (20) van psychologen en sociale werkers zonder astrologische kennis gevraagd, precies dezelfde opgave uit te voeren. Voor dezen waren de horoscopen abracadabra, dus ze 'deden maar wat' en hun gemiddelde uitkomst was dan ook 29,85 of praktisch gesproken de 30 die volgens de kansberekening een toevallige be-handeling van het materiaal zou opreveren. De astrologen kwamen echter uit de bus met een gemiddelde van slechts 24, en de kans dat dit bij toeval zou kunnen gebeuren is, volgens de statistische berekening, minder dan één op honderd. Zestien hunner bleven onder het te verwachten gemiddelde en waren dus trefzekerder dan het toeval (enkelen zelfs met kansen van één op duizenden), en zeventien versloegen het toeval wanneer uitsluitend gelet werd op de kolom 'volkomen juist', of wel: in de roos. Twee astrologen kwamen met hun antwoorden binnen na sluitingstijd, en het bleek dat zij de uitslag nog sterker in positieve zin hadden kunnen beïnvloeden. (De drieën-twintigste die uitgenodigd was liet bij dit experiment niets van zich
weten).
Op deze resulaten baseerde Clark de uitspraak, dat het schijnt dat astrologen uit geboortehoroscopen een gelijkenis met het betrokken individu kunnen afleiden. Dit is meer een veronderstelling dan een stelling, maar als man van de wetenschap kon Clark op basis van dit ene experiment niet verder gaan; een kans van één op honderd wordt zelden verwerkelijkt, maar het kán gebeuren, zoals alle gokkers weten. En ook was er nog altijd kritiek mogelijk op het onderzoek, al was het alleen maar omdat de bizarre mogelijkheid niet uitgesloten kon worden, dat buitenzintuiglijke waarneming (ESP), met name helder-ziendheid, de astrologen aan hun uitkomsten had geholpen.
Er werd dus een nieuwe proef ontworpen, die tevens de eerste kon aanvullen; terwijl in de eerste aannemelijk was gemaakt dat astro-logen in staat zijn algemene levensomstandigheden te herkennen in horoscopen (wat, althans theoretisch, inhoudt dat zij omgekeerd ook in staat zijn zelf die levensomstandigheden uit een horoscoop te lezen), zou de tweede dienen om te zien of zij ook kunnen voorspellen.
De astrologen kregen elk tien paar horoscopen toegezonden, met bij
elk paar één juiste levensgeschiedenis, waarin data van belangrijke
momenten - huwelijk, promotie, sterfgeval in familie, belangrijke reis, enz. - vermeld waren. In elk tweetal horoscopen was één inderdaad van het individu wiens levensgeschiedenis was gegeven, terwijl de tweede betrekking had op iemand van ongeveer dezelfde leeftijd, hetzelfde geslacht, en in dezelfde streek geboren. Wat de astrologen
niet wisten was, dat de onjuiste' horoscopen in werkelijkheid zomaar op goed geluk waren opgesteld, met willekeurig gekozen geboortedata, dus niet eens betrekking hadden op werkelijk bestaande personen. Van die
hypothetische figuren kon Clark noch iemand anders enige kennis hebben, zodat de kans op helderziendheid of gedachtenoverbrenging tot de helft was teruggebracht.
Deze keer namen alle drieëntwintig astrologen deel. Drie slaagden erin, voor alle tien levensbeschrijvingen de juiste horoscoop aan te wijzen, achttien slaagden voor meer dan de helft, twee voor de helft - dus de waarschijnlijkheidsuitkomst - en geen daaronder. Statistisch ver-werkt was de kans op een dergelijke uitkomst weer minder dan één op de honderd.
Clark achtte kennelijk de beide proeven complementen van elkaar; voor hem stond nu wel vast, dat astrologen individuele horoscopen kunnen interpreteren (proef 1), en toekomstvoorspellingen kunnen
doen (proef 2), zij het dan dat hij beide bewijzen had geleverd met terugwerkende kracht (in proef 2 bijvoorbeeld hadden de betrok-kenen hun toekomst al achter zich, maar deze werd door de astrologen herkend); tweemaal een hoofdprijs uit de loterij trekken is een zeldzaamheid. Niettemin werd nog een derde proef wenselijk geacht, met als inzet de vraag of astrologen ook kunnen kategori-seren, en met een nog zorgvuldiger vermijden van de mogelijkheid dat clairvoyance of telepathie een rol zou kunnen spelen in de uitkomst. Clark maakte alleen de opzet. De geboortegegevens werden ver-zameld door een groep artsen en psychologen, en de bijbehorende horoscopen werden opgesteld door een astroloog die onkundig werd gelaten van het doel waarvoor zij zouden dienen, zodat de mogelijk-heid van parapsychologische overdracht tussen Clark en de deelne-mende astrologen praktisch gesproken werd uitgesloten.
Het ging opnieuw om het maken van de juiste keuze uit een tweetal horoscopen. Deze keer was de ene horoscoop die van een lijder aan hersenverweking, de andere die van een bestaand individu van ongeveer dezelfde leeftijd en geboorteplaats, die echter van meer dan de gemiddelde intelligentie en op een of andere wijze bijzonder begaafd was.
De astrologen kregen geen levensbeschrijvingen, geen opgave van bijzondere data in het leven, alleen de mededeling dat één van elk paar aan hersenverweking leed, en de opdracht aan te duiden wie van de twee dit was.
De uitslag was opnieuw meer positief dan één op de honderd volgens de kansberekening.
Wie zich herinnert, dat Gauquelin resultaten behaalde als 1:500.000 of zelfs 1:5.000.000 vindt driemaal 1:100 misschien minder indruk-wekkend; maar men moet bedenken dat Gauquelin slechts een enkele faktor uit duizenden horoscopen van de meest vooraanstaande lieden in hun beroep onderzocht, terwijl Clárks astrologen beproefd werden op het totaal van hun eigen kennis, en dit dan nog wel onder omstandigheden die zij in hun normale praktijk niet meemaakten, namelijk zonder enig contact met de betrokken individuen, zonder inzicht in hun geestelijk niveau, zonder een regel handschrift of een foto; wat alweer te vergelijken is met een arts die zonder de patiënt gezien te hebben moet diagnostiseren op basis van fragmentarische mededelingen van een tussenpersoon.
Dr. Vernon Clark was voldoende kenner van de academische wereld om geen juichkreten aan te heffen; de behoedzaamheid waarmee hij
zijn resultaten bekendmaakte is opvallend. Zijn proeven leverden geen bewijs voor de astrologie, maar - schreef hij - hadden niet aangetoond dat de astrologie onwaar is. Hij durfde het aan, de voorlopige veronderstelling die hij na de eerste proef geopperd had, nu te vervangen door een hypothese: 'met materiaal dat uitsluitend door geboortegegevens verstrekt wordt, kunnen astrologen op juiste wijze onderscheid maken tussen individuen, welk vermogen vast-gesteld kan worden met de gewone statistische procedures die gebruikt worden om de waarde en betrouwbaarheid van elk psycho-logisch instrument vast te stellen.'
Hij schreef verder (in In Search): 'Na jarenlange ervaring verworven te hebben op basis van deze hypothese, hebben zij (de astrologen) nauwelijks behoefte aan een bewijs dat de mens inderdaad reageert op zijn planetaire omgeving. Maar onze wetenschappelijke vrienden moeten voorlopig nog behandeld worden met alle ceremonieel dat hooggeachte . gasten toekomt, en wij, als gastheren, moeten hen zorgvuldig aanspreken in hun eigen taal, en hen bezighouden op een manier waarvan wij bij voorbaat weten dat zij die aangenaam vinden.' Hij wees erop dat zijn experimenten door statistici gecontroleerd en feilloos bevonden waren, en dat het aanhoudend toezicht van buitenstaanders, niet-astrologen, er borg voor stond dat er geen bedrog gepleegd werd. 'Het zal nu nooit meer mogelijk zijn,' meende Clark, 'de astrologische techniek af te doen als een vage, wazige geheimzinnigdoenerij, of als een spelletje van onontwikkelde occul-tisten, of alleen maar als het winstgevende verzinsel van gewetenloze charlatans. Wie dat uit vooroordeel toch willen doen, zullen hun mond moeten houden of deze experimenten zelf moeten herhalen.' De voornaamste kritiek van Eysenck (1982) op dit onderzoek van Vernon Clark is dat het in dit soort onderzoek te prefereren is om veel proefpersonen en weinig astrologen te nemen, omdat bij een gering aantal proefpersonen zoals hier de kans niet uitgesloten is dat hun voorkennis van astrologie het resultaat van het onderzoek te veel beïnvloedt.
Het commentaar van de schrijver hierop is dat dit in zijn algemeen-heid zeker waar is, maar minder van toepassing is op het hier gedane onderzoek. Zijns inziens was het met deze onderzoeksopzet nauwe-lijks mogelijk dat de proefpersonen het resultaat beïnvloedden door een neiging om antwoorden te geven die astrologisch gezien van hen werden verwacht.
Behalve door alle tot nu toe genoemde factoren worden uitspraken van astrologen over anderen ook nog beïnvloed door het mensbeeld en de levensvisie van de astroloog zelf.
Tussen de horoscoop en de cliënt zit te allen tijde de persoon van de astroloog met daaraan verbonden diens eigen persoonlijke meningen en (voor-)oordelen. Voor een reëel verloop van een gesprek over iemands horoscoop lijkt het dan ook aanbevelenswaardig dat de astroloog zich bewust is van de eigen persoonlijke geaardheid, meningen en oordelen. Dit is in ieder geval een belangrijke voor-waarde om de cliënt goed tot zijn recht te laten komen.
Verder is het vooral voor beginnende astrologen aan te bevelen om niet al te voortvarend bezig te gaan als een soort 'astrotherapeut', maar zich eerst de tijd te gunnen om ervaring op te doen.
Ervaring, niet alleen in het duiden van horoscopen, maar vooral ook in een goede gesprekstechniek. Het is misschien het beste om te beginnen met het duiden van de horoscopen van goede bekenden. Vooral aan het begin is het belangrijk om te leren luisteren en kijken naar iemand van wie de horoscoop besproken wordt.
Op die manier leert men langzamerhand uit de dingen die zo iemand met of zonder woorden zegt te halen waar bijvoorbeeld iemands blinde vlekken liggen.
Het feit dat iemand een uitspraak niet juist vindt hoeft, zoals op blz. 9 werd vermeld, niet per definitie te betekenen dat deze fout is of dat de astroloog er naast zit. Wel moet deze er dan op verdacht zijn dat hij misschien te confronterend is geweest tegenover zijn cliënt.
Ook is uit een onderzoekje van Bender gebleken, dat beginners meer fouten maken dan ervaren astrologen (Toonder en West, 1971). Voorzichtigheid is met name voor hen dus geboden!
Ten aanzien van gespreksvoering in haar algemeenheid kan gesteld worden dat gesprekken waarin iemand spontaan vanuit zichzelf belangstelling voor een ander kan opbrengen, naar die ander kan luisteren en de ander respectert, vrijwel altijd door beide partijen positief gewaardeerd worden.
Voor de praktijk van de horoscoopduiding betekent dit dat het geen zin heeft om krasse uitspraken te doen of mensen ergens op vast te pinnen. Het kan wel eens belangrijker zijn dat iemand na een horoscoopbespreking met een gevoel naar huis gaat dat hij wat vrijer is geworden, omdat hij zich meer verantwoordelijk weet voor zijn eigen doen en laten dan dat de 'astroloog' zich tevreden voelt over de voltreffers die hij scoorde terwijl de 'cliënt' met een vastgepind gevoel naar huis gaat.
Vragen
1. Een historisch voorval dat nogal eens door tegenstanders van de astrologie wordt aangehaald is het volgende:
Er is eens een astroloog geweest die op grond van een horoscoop een aap voor een musicus hield.
a. In hoeverre is dit een laakbare vergissing van de astroloog?
b. Zou men het aan kunnen voeren als bewijs voor het feit dat astrologie onzin is?
(Probeer de antwoorden te motiveren.)
2. Wat lijkt vanuit de argumenten uit deze les gezien de meest aannemelijke verklaring voor het verschijnsel dat van twee baby's die ongeveer op hetzelfde moment op dezelfde plaats worden geboren en dientengevolge praktisch dezelfde horoscopen hebben (zgn. tijdtweelingen) er één bij de geboorte overlijdt terwijl de andere blijft leven?
a. Kleine verschillen in horoscopen kunnen grote gevolgen hebben. b. In de astrologie kan men geen onderscheid maken tussen
materiële en geestelijke verschijnselen/energiemanifestaties. c. De menselijke vrijheid en de daaruit voortvloeiende
mogelijk-heid van bewustwording is van doorslaggevende betekenis waar het het overleven of doodgaan vlak na de geboorte betreft.
3. Een waarzegster op de kermis die de hand leest vertelt een jongeman dat hij, problemen heeft en zal krijgen met vrouwen. Hij ervaart dit als een juiste uitspraak.
Noem van de 5 hieronder genoemde mogelijke oorzaken daarvan de 3 meest, en de 2 minst voor de hand liggende:
a. De waarzegster doet een uitspraak over dingen die iedereen wel eens heeft maar waar niemand graag over praat.
b. De waarzegster is paranormaal begaafd.
c. De waarzegster gelooft in het blinde vertrouwen van de jongeman in de handleeskunde.
d. Er zijn haar bepaalde dingen opgevallen in het gedrag van de knaap terwijl hij zich tussen de rij wachtenden bevond.
e. De jongeman geeft haar gelijk omdat hij zich de moeite heeft moeten getroosten om een kwartier in de rij te staan en daarna f 7,50 heeft moeten betalen voor een consult van 2 minuten. Kan men uit de bovenstaande vraag de conclusie trekken dat de schrijver handleeskunde onzin vindt?
Literatuurverwijzingen
1. J.F. Chandu; Het kosmodiagnostisch analysesysteem. 2. G. Dean en A. Mather; Recent advances in natal astrology. 3. H.J. Eysenck; Astrology, science or superstition.
4. J.G. Toonder en A. West; Het astrologisch argument. 5. M. Gauquelin; The cosmic clocks.
Over het onderzoek en de publicaties van Gauquelin staan eveneens diverse verslagen
en literatuurverwijzingen vermeld in de boekwerken 2, 3 en 4.
N.B.: De antwoorden op de vragen staan vermeld in bijlage 1, achter in het boek.
Les 2 - Wat is een horoscoop
In deze les gaat het over het verband tussen astrologie en astronomie. Er wordt in uitgelegd wat we in feite aan het doen zijn wanneer we een horoscoop trekken.
Van daaruit zal ondermeer duidelijk worden waarom het astrologisch gezien eigenlijk helemaal niet juist is om van 'rammen', 'vissen' en 'watermannen', enz. te spreken.
De sterrenhemel zoals wij die zien
Wanneer we op een heldere nacht op een plaats waar we niet gehinderd worden door kunstlicht naar de hemel kijken zien we dat deze bezaaid is met onnoemelijk veel sterren.
Met enige goede wil kunnen we hierin groeperingen onderscheiden, waarin met de nodige fantasie dierenfiguren te ontdekken zijn. Vaak wordt gedacht dat de sterrebeelden van de dierenriem op die manier aan hun namen gekomen zijn.
In de 3e les zal duidelijk worden waarom dit een onjuiste veronder-stelling is.
In het kader van het onderwerp waar het in deze les over gaat is de constatering dat astrologen niet in de hele sterrenhemel en in alle sterrengroeperingen daarin geïnteresseerd zijn echter van meer be-lang. Bij het merendeel van hen is de interesse voor het gebeuren aan het uitspansel beperkt tot één gordel van sterrenbeelden die de naam 'dierenriem' heeft gekregen en op ons halfrond (het noordelijk halfrond) in de zuidelijke hemelhelft te zien is.
Waarom dit zo is kunnen we zien op afbeelding 1.
Mede om te illustreren hoe deze band van sterrenbeelden op het moment van afbeelding 1 vanuit Nederland waargenomen zou kunnen worden werden de afbeeldingen 2a en 2b in de les opgenomen. Afbeelding 2a is een weergave van de zuidelijke hemelhelft, zoals die op 21 december 1980 om ongeveer half 1 's nachts in Groningen te zien was.
Op afbeelding 2b is te zien hoe deze hemelhelft er daar op dezelfde datum om half 3 's nachts uitzag.
Afbeelding 1: Vereenvoudigde voorstelling van de positie van de dierenriem t.o.v. de aarde. Merk op dat vanaf het noordelijk halfrond gezien het zichtbare deel van de dierenriem in het zuiden- en vanaf het zuidelijk halfrond gezien in hct noorden staat. Verder draait de aarde en staat de dierenriem stil.
conclusie worden getrokken dat zich op beide afbeeldingen 6 van de 12 sterrenbeelden van de dierenriem boven de horizon bevinden. Dit laatste is altijd het geval.
De helft van de dierenriem bevindt zich altijd boven de horizon en de andere helft is altijd onzichtbaar, omdat ze zich op dat moment daaronder bevindt.
Verder is te zien dat op het moment van afbeelding 2b (half 3 's nachts) de sterrenbeelden ten opzichte van het moment van afbeelding 2a (2 uur eerder) naar rechts verschoven zijn.
Op het moment van afbeelding 2b staat in Groningen niet meer het sterrenbeeld tweelingen, maar het sterrenbeeld kreeft in het zuiden. Verder zien we dat in die twee uur die er tussen het moment van afbeelding 2a en 2b verlopen zijn het sterrenbeeld vissen in het westen (rechts op de tekening) is ondergegaan en er sterren die bij het sterrenbeeld maagd horen opgekomen zijn (links op de tekening in het oosten).
Dit naar rechts verschuiven van de sterrenbeelden is een gevolg van één van de astronomische bewegingen waar we in de astrologie in geïnteresseerd zijn, t.w. de dagelijkse omwenteling van de aarde rond haar eigen as. In feite bewegen niet de sterrenbeelden maar de aarde. Doordat de aarde tegen de wijzers van de klok in (van west naar oost; van rechts naar links) draait, zien wij de dierenriem met de wijzers van de klok mee van oost naar west draaien.
Op deze wijze komen alle 12 sterrenbeelden in hun vastliggende volgorde ongeveer in het oosten op, bereiken precies in het zuiden het hoogste punt van hun 'dagboog' (hun dagelijkse tocht boven de
horizon) en gaan achtereenvolgens ongeveer in het westen onder. Hoe de vaste volgorde van de sterrenbeelden van de dierenriem is, is in onderstaande tabel te zien.
In deze tabel staan tevens de symbolen weergegeven die in de astronomie en in de astrologie worden gebruikt om de astronomische sterrenbeelden/astrologische tekens aan te duiden.
(Verderop in deze les zal worden uitgelegd wat het verschil is tussen een sterrenbeeld en een teken.)
Naam van het teken Symbool Uitleg symbolen
Ram - Aries Een ramskop met horens Stier - Taurus Een zware stierekop Tweelingen - Gemini Een romeinse twee Kreeft - Cancer Een kapotte schaar Leeuw - Leo Een leeuwestaart Maagd - Virgo Maagd met 2 korenaren Weegschaal - Libra Ouderwetse balans Schorpioen - Scorpio Scherpe angel
Boogschutter - Saggitarius Naar de hemel gerichte pijl Steenbok - Capricornus Het enige teken met 2 symbolen
Waterman - Aquarius Water in golvende beweging Vissen ? - Pisces Twee in tegengestelde richtingbewegende vissen
Omdat niet de sterrenbeelden bewegen, maar de aarde draait is het eigenlijk niet juist om van het 'opkomen', 'culmineren' (het bereiken van het hoogste punt van de dagboog) en ondergaan van sterren en andere hemellichamen te spreken.
In feite komen niet de sterrenbeelden op maar zakt door de draaiing van de aarde de oostelijke horizon t.o.v. de betreffende sterrenbeel-den.
Door dezelfde oorzaak stijgt bij het zgn. ondergaan van hemel-lichamen de westelijke horizon a.h.w. uit boven het betreffende hemellichaam, waardoor het aan het gezicht wordt onttrokken. Verder kunnen we uit afbeelding 2a/b afleiden dat iedere twee uur één sterrenbeeld schijnbaar het midhemel (het hoogste punt van de dag-boog dat op ons halfrond in het zuiden - vlg. afb. 1 - ligt) passeert. Verder weten we dat de aarde in één etmaal (24 uur) rond haar as draait. In het etmaal hebben dus voor het oog alle 12 sterrenbeelden
van de dierenriem het midhemel één keer gepasseerd en een deel van de dag boven de horizon gestaan.
Toch krijgen we ze op onze geografische breedte nooit alle 12 in één etmaal te zien. Dit laatste is een gevolg van het dag- en nachtritme. Overdag zien we geen sterren, zelfs niet bij helder weer, omdat de zon dan te veel licht geeft. Toch zijn ze er wel en de zon bevindt zich vanaf de aarde gezien altijd in de gordel van sterrenbeelden die we de dierenriem genoemd hebben. Wanneer de sterren van de dierenriem overdag voor ons wel zichtbaar zouden zijn, konden we, doordat de aarde rond de zon draait, de zon ogenschijnlijk de dierenriem zien doorlopen. (Daarom wordt de dierenriem ook wel zodiak = zonne-baan genoemd. (zie afbeelding 5, blz. 27).
Om dit laatste te verduidelijken werd afbeelding 3 in de les opgenomen. Op deze afbeelding is te zien dat vanaf de aarde gezien, achter de zon sterren van het sterrenbeeld steenbok staan zolang de aarde zich tussen de zon en het sterrenbeeld kreeft bevindt.
Wanneer de aarde haar baan rond de zon vervolgt zien we achter de zon achtereenvolgens de sterren van de sterrenbeelden waterman, vissen, ram, enz. verschijnen.
Uit afbeelding 3 is eveneens af te leiden dat Nederland gedurende één omwenteling van de aarde rond de zon (één jaar dus) altijd een deel van één omwenteling van de aarde rond haar as (één etmaal) binnen
Afbeelding 3 1. vlak van de equator A. Winter op het Noordelijk halfrond 2. vlak van de ecliptica B. Zomer op het Noordelijk halfrond 3. baan van de aarde 4. noordpool
het gebied valt dat bereikbaar is voor zonlicht.
Wel is dit deel van het etmaal 's zomers, wanneer vanaf de aarde gezien de zon in het sterrenbeeld kreeft staat (denk de linker aardbol weg) beduidend langer dan 's winters, wanneer vanaf de aarde gezien de zon in steenbok staat.
's Zomers zijn de dagen op onze geografische breedte inderdaad veel langer dan 's winters.
Zo kan men uit afbeelding 3 afleiden dat de seizoenswisselingen het gevolg zijn van de scheve stand van de aardas t.o.v. de zon. Wanneer de aardas niet scheef, maar recht zou staan t.o.v. de zon, zou de jaarlijkse omwenteling van de aarde rond de zon geen seizoenswisse-ling tot gevolg hebben.
Verder zouden dan overal op aarde de dagen even lang zijn als de nachten. Rond de evenaar wordt deze toestand het dichtst benaderd. Net als de zon zien we vanaf de aarde de maan en de planeten van ons zonnestelsel door de sterrenbeelden van de dierenriem lopen.
Voor zover het de maan betreft is deze beweging te zien door afbeelding 2a en 2b te vergelijken.
Wanneer we dit doen kunnen we constateren dat op afbeelding 2b de maan ten opzichte van afbeelding 2a niet alleen een stuk is gezakt in de richting van de westelijke horizon (het gevolg van de dagelijkse omwenteling van de aarde rond haar as), maar tegelijk een klein stukje in omgekeerde richting verschoven is.
Op afbeelding 2b staat de maan iets verder verwijderd van de hoofdster van de stier (Aldebaran) dan op afbeelding 2a het geval is. De maan is iets verschoven in de richting van het sterrenbeeld tweeling.
Deze verschuiving loopt dus tegen de dagbeweging in en ze is het gevolg van het feit dat de maan in de 2 uur die verlopen is sinds afbeelding 2a een klein stukje (1 graad van de 360 graden waaruit de dierenriemcirkel bestaat; zie ook blz. 34) verder geschoven is door de dierenriem.
Wanneer we de volgende dag rond dezelfde tijd naar de maan hadden gekeken, hadden we kunnen zien dat deze haar tocht door de dierenriem verder vervolgd had en aan het begin van het sterrenbeeld tweeling was beland. Ze had op dat moment daardoor niet alleen verder naar het oosten en hoger boven de horizon gestaan, maar haar 'schijngestalte' zou ook nog iets veranderd zijn. Hoe deze 'schijn-gestaltes' of 'maanfasen' ontstaan wordt geïllustreerd aan de hand van afbeelding 4.
Afbeelding 4: Het ontstaan van de maanfasen.
Toelichting: In deze afbeelding wordt de maandelijkse omloop van de maan rond de aarde in beeld gebracht. De binnenste maantjes geven aan hoe het zonlicht op de maan valt, de buitenste maantjes hoe de waarnemer dit vanaf de aarde ziet.
In feite manifesteert de omwenteling van de planeten rond de zon zich vanaf de aarde gezien op dezelfde wijze als de zon en de maan-beweging met dit verschil dat de planeten er vanaf de aarde gezien uitzien als sterren (de astrologen in het oude Babylonië noemden ze 'dwaalsterren), veel langzamer lopen dan de maan en zich vanaf de aarde gezien, bij tijd en wijle zelfs achteruit bewegen door de dierenriem. Dit laatste is het gevolg van het feit dat de planeten sneller in hun baan om de zon lopen naarmate ze dichter bij de zon staan. Op afbeelding 5 (blz. 27) is te zien dat de aarde ten opzichte van mars tot en met pluto als het ware door de binnenbocht gaat. De aarde zal dus uitlopen op mars tot en met pluto.
Van de aarde uit bekeken zien we om die reden mars tot en met pluto achteruit door de dierenriem lopen. Is de aarde ver genoeg uitgelopen op de planeet dan verdwijnt dat effect.
In onderstaande tabel 1 staat meer informatie over de gemiddelde omlooptijden van de diverse planeten. Verder staan de planeet-symbolen die in de astrologie en astronomie het meest worden gebruikt daarin afgebeeld.
Tabel 1: Planeetssymbolen en omlooptijden van de planeten.
Naam planeet Symbool Omlooptijd Tijd in 1 teken
Zon 1 jaar 1 maand Maan 1 maand 2½ dag Mercurius 1 jaar 1 maand Venus 1 jaar 1 maand Mars 2 jaar 2 maanden Jupiter 12 jaar 1 jaar Saturnus 30 jaar 2½ jaar Uranus 84 jaar 7 jaar Neptunus 164 jaar 14 jaar Pluto 284 jaar 21 jaar Maansknopen 18½ jaar 1½ jaar Aarde
Toelichting: de omlooptijd van een planeet is de hoeveelheid tijd die een planeet nodig heeft om één omwenteling rond de zon te maken (zie ook afbeelding 3). M.b.t. de zon is er sprake van een schijnbare omlooptijd (zie tekst). De maan draait rond de aarde. Het begrip 'omlooptijd' heeft wat de maan betreft hier betrekking op. Mercurius en Venus zijn t.o.v. de aarde binnenplaneten en blijven dus van daaruit gezien aan de hemel altijd in de buurt van de zon. Gemiddeld genomen doorlopen zij de dierenriem dus in dezelfde tijd als de zon. Van de zon uit gezien bedragen hun omlooptijden resp. 88 en 225 dagen.
Van astronomische sterrenbeelden naar astrologische tekens - het tollen van de aardas
Op afbeelding 2a en 2b kunnen we zien dat de astronomische sterrenbeelden van verschillende grootte zijn. In de astrologie is dit nooit het geval geweest.
Astrologen hebben de dierenriem altijd verdeeld in 12 even grote vakken die ze tekens noemen. Deze 12 'tekens' van de dierenriem ontstaan door een verdeling van de dierenriem in 12 gelijke stukken, die aanvankelijk globaal samenvielen met de gelijknamige sterren-beelden.
Zo viel het sterrenbeeld ram in de periode rond het begin van onze jaartelling in het gebied wat het astrologische teken ram besloeg en het sterrenbeeld stier viel ongeveer in het gebied van het astrologische teken stier.