Kwalitatief onderzoek

Top PDF Kwalitatief onderzoek:

Acceptance and Commitment Therapy vanuit de beleving van een chronische pijnpatiënt : Een kwalitatief onderzoek naar de overeenkomsten en verschillen tussen gerapporteerde leerervaringen en de beoogde doelen van revalidatiecentrum het Roessingh

Acceptance and Commitment Therapy vanuit de beleving van een chronische pijnpatiënt : Een kwalitatief onderzoek naar de overeenkomsten en verschillen tussen gerapporteerde leerervaringen en de beoogde doelen van revalidatiecentrum het Roessingh

Naast meerdere respondenten, wordt ook aanbevolen om meerdere onderzoekers aan een bepaald onderzoek te laten werken. In dit onderzoek zijn de resultaten gebaseerd op de interpretatie van slechts één onderzoeker, wat de betrouwbaarheid van de resultaten niet ten goede komt. Dursun (2013) heeft dezelfde data van patiënt B. geanalyseerd maar kwam uiteindelijk bij andere thema’s uit. Een van Dursun’s categorieën had de naam ‘evenwichtige fysieke belasting’ en in dit onderzoek is op basis van een soortgelijke categorie het thema ‘nut van sporten en bewegen’ geformuleerd. Dursun heeft de categorie mogelijk in een ander thema ondergebracht. Het thema ‘kennisvergaring’ maakt in het onderzoek van Dursun echter geen deel uit van de geselecteerde leerervaringen. De vraag rijst hoe het beste kan worden gecodeerd als meerdere onderzoekers aan hetzelfde onderzoek werken en de data-analyse onderling willen verdelen. Indien de onderzoekers geen tot weinig ervaring hebben met kwalitatief onderzoek, wordt aanbevolen om eerst uitvoerig de tijd te nemen voor het begrijpen van de gefundeerde theoriebenadering. De onderzoekers kunnen hierna onafhankelijk van elkaar uit hetzelfde interview de leerervaringen selecteren en codes toekennen, of eerst overeenstemming bereiken over de leerervaringen (op deze manier zou bijvoorbeeld de leerervaring omtrent kennisvergaring bij beide onderzoekers terug zijn gekomen). Bij het toekennen van codes is het van belang om zo dicht mogelijk de woorden van de patiënt aan te houden en slechts de kern van een bepaalde leerervaring te noteren. Indien de inter-beoordelaarbetrouwbaarheid voldoende is bevonden na het vergelijken van de leerervaringen en codes, kan elke onderzoeker zelfstandig verder. Mocht sprake zijn van te grote verschillen tussen de onderzoekers, dan moeten de onderzoekers in overleg tot overeenstemming is bereikt en helder is hoe elke onderzoeker verder moet gaan met het codeerproces. Het is belangrijk dat codes niet te abstract worden geformuleerd omdat anders te veel ruimte wordt geboden voor interpretatie.
Show more

41 Read more

Bloggen over gezondheid: Een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van bloggers met chronische lichamelijke klachten

Bloggen over gezondheid: Een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van bloggers met chronische lichamelijke klachten

De interviews zijn aan de hand van de audio-opnames getranscribeerd en thematisch geanalyseerd. Het doel van de thematische analyse was het identificeren, analyseren en rapporteren van thema’s in de interviewdata. Hierbij is het stappenplan van Braun en Clarke (2006) aangehouden, dit stappenplan is specifiek ontwikkeld voor psychologisch kwalitatief onderzoek en is als volgt uitgevoerd: (1) de interviewdata werd meerdere malen uitvoerig doorgelezen, (2) op basis hiervan werden de eerste codes geformuleerd, (3) deze codes werden samengevoegd tot thema’s en (4) deze thema’s werden kritisch nagekeken, (5) vervolgens werden er duidelijke definities voor de codes geformuleerd om tenslotte (6) de resultaten terug te koppelen naar de onderzoeksvraag en te rapporteren. De eerste stap in het codeerproces was het open coderen van de ruwe interviewdata, hierbij werd aan elk fragment een code toegekend. Dit is gedaan met de software ATLAS.ti. Het coderen was een cyclisch, interactief proces waarbij er teruggaande bewegingen tussen literatuur en data werden gemaakt: in eerste instantie werd uitgegaan van thema’s gevonden in literatuur, de interviewdata was echter leidend voor de analyse en het opstellen van de uiteindelijke deelvragen. Door middel van constante vergelijking, een werkwijze binnen kwalitatief onderzoek, zijn codes samengevoegd en voorzien van een betekenisvolle definitie. Bij het laatste interview kwamen er geen nieuwe inzichten meer naar voren en hoefde het codeerschema niet meer worden aangepast; er trad daarmee zogeheten saturatie op (Baarda, de Goede & Teunissen, 2013).
Show more

68 Read more

Pesten bij meisjes en vrouwen onderling : een kwalitatief onderzoek over hoe slachtoffers van pest incidenten de oorzaken en gevolgen van de ervaring zelf interpreteren en van welke strategieën zij gebruik maken om met het pestgedrag om te gaan

Pesten bij meisjes en vrouwen onderling : een kwalitatief onderzoek over hoe slachtoffers van pest incidenten de oorzaken en gevolgen van de ervaring zelf interpreteren en van welke strategieën zij gebruik maken om met het pestgedrag om te gaan

Een van de zwakke punten van dit onderzoek was het kleine aantal respondenten wat vooral kwam door de tijdslimiet waar de bachelor opdracht aan gebonden is. Hoewel er niet vergeten mag worden dat een kleine steekproef normaal is voor een kwalitatief onderzoek. Ten tweede is het mogelijk dat de resultaten beïnvloed zijn door het soort respondenten dat meedeed aan het onderzoek. Er zijn in het begin heel veel mensen gevraagd om deel te nemen aan de studie, maar daarvan heeft maar een klein percentage gereageerd en een nog kleinere groep heeft uiteindelijk meegedaan. In het onderzoek zijn er dus alleen data van personen geanalyseerd die open met hun ervaring omgaan en toegeven dat ze deze ervaring hebben mee gemaakt. De vraag die men zich hier moet stellen is of deze groep meisjes op dezelfde manier naar oorzaken en gevolgen aankijkt als meisjes die er niet over durven te spreken. Een andere zwak punt van dit onderzoek is de inhoud van de introductie die de respondenten moesten lezen voordat zij begonnen met het onderzoek. In deze inleiding stonden al oorzaken van pesten genoemd welke de respondenten beïnvloed zouden kunnen hebben. Dit is echter niet waarschijnlijk omdat de genoemde oorzaken, op één na, heel weinig terug te vinden waren in de antwoorden van de respondenten. De ene oorzaak die al in de introductie stond en door veel respondenten genoemd werd, was angst. Het vierde zwakke punt van dit onderzoek was de leeftijd van de respondenten. Aan het onderzoek hebben vooral meisjes en vrouwen boven de 20 deel genomen. Hoewel de meeste respondenten de ervaring wel tijdens de jaren, waarop ze op de middelbare school zaten, hebben meegemaakt, is het mogelijk dat hun zichtwijze op de ervaring niet meer hetzelfde is, als toen het gebeurde. De vraag die gesteld moet worden is daarom of de resultaten voor het doel van dit onderzoek gebruikt kunnen worden. Nog een keer ter herinnering: Het doel was dat leerkrachten, ouders, verzorgers etc met behulp van de resultaten een beter begrip kunnen krijgen van hoe meisjes het pesten zelf ervaren en
Show more

43 Read more

Ideele arbeid : een kwalitatief onderzoek naar de invloed van het ideaal op de arbeidsmotivatie bij medewerkers van NGO’s

Ideele arbeid : een kwalitatief onderzoek naar de invloed van het ideaal op de arbeidsmotivatie bij medewerkers van NGO’s

Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven zijn drie onderdelen in het bijzonder van belang voor dit onderzoek: De NGO, arbeidsmotivatie, en idealen. Hierin zal echter voornamelijk de individuele werknemer van een NGO het onderwerp van onderzoek zijn. Het onderzoek richt zich op zijn motivatie en zijn idealen. Deze idealen en overtuigingen worden verwacht het beste te achterhalen te zijn in een persoonlijk gesprek met de werknemer van de NGO. De eerste onderzoeksopzet is dan ook vorm gegeven in interviews met een groep respondenten om persoonlijke drijfveren te achterhalen. Door de groep respondenten klein te houden en de interviews vooral te richten op de persoonlijke idealen en motieven van de respondenten zal worden geprobeerd een zo breed mogelijk beeld te krijgen van de respondent en zijn achtergrond. In dezen is aldus sprake van een kwalitatief onderzoek en niet van een kwantitatief onderzoek omdat gezocht wordt naar de relatie tussen concepten en de kracht van die relatie. Door dit kwalitatief onderzoek onder werknemers van NGO’s kan het antwoord op de hoofdvraag voor dit onderzoek gevonden worden, namelijk of de idealen en overtuigingen van individuen hen hebben gedreven om aan het werk te gaan bij de NGO die nu hun werkgever is en of deze idealen hen nog altijd drijven in het werk dat zij doen. Dit onderzoek richt zich dus voornamelijk op de werknemers en niet op de NGO’s.
Show more

43 Read more

Een kwalitatief onderzoek naar cliëntervaringen met welbevindentherapie na een traumabehandeling

Een kwalitatief onderzoek naar cliëntervaringen met welbevindentherapie na een traumabehandeling

Welbevindentherapie is ontwikkeld om positieve geestelijke gezondheid in mensen te verhogen. Hierdoor zullen zij gelukkiger worden en minder vatbaar zijn voor terugval na een psychiatrische behandeling. Er is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd onder deelnemers die een WBT hebben gevolgd na een traumabehandeling om zicht te krijgen op hoe zij de therapie hebben ervaren. Dit kan helpen bij het verklaren van resultaten uit kwantitatief effectonderzoek en kan mogelijke verbeteringen identificeren. Op basis van de analyses van vijf interviews kan hoofdzakelijk gezegd worden dat cliënten de therapie elk heel verschillend hebben ervaren. De deelnemers zijn overwegend positief, één is uitgesproken positief en één is uitgesproken negatief. In de interviews valt steeds op dat voor de meeste deelnemers één of twee thema’s er duidelijk uitspringen en een belangrijke rol innemen in hun verhaal, terwijl deze thema’s bij andere deelnemers helemaal niet aan de orde komen. Van de vijf interviews zijn er geen twee vergelijkbaar. Het merendeel van de thema’s kan ingedeeld worden in één van vier categorieën: Waargenomen nut en effecten, praktische invulling en uitvoering, tekstuele inhoud en oefeningen.
Show more

36 Read more

Leven met pijn online : een kwalitatief onderzoek naar de inzetbaarheid als zelfhulpinterventie

Leven met pijn online : een kwalitatief onderzoek naar de inzetbaarheid als zelfhulpinterventie

De interviews met de therapeuten zijn gedaan aan de hand van het interviewschema dat in bijlage 1 te vinden is. Dit schema is tot stand gekomen door met de hoofdvraag van dit onderzoek en de informatie uit de inleiding topics te bedenken waarover informatie nodig is om de vraag te beantwoorden. De achtergrond van de therapeut, de patiëntkeuze, observaties, eigen mening, mening over het materiaal en de begeleiding van de interventie tijdens de behandeling, zijn de topics die hieruit voortkwamen. Er zijn per topic vragen bedacht die gefinetuned zijn door deze te vergelijken met het interviewschema dat de onderzoekers uit het eerder genoemde onderzoek onder de deelnemers hebben gebruikt. Om er zeker van te zijn dat er geen topics vergeten zijn is het interviewschema naast het onderzoeksdesign van het bredere onderzoek gelegd en is het schema voorgelegd aan de begeleidend docent. Nadat deze procedure is doorlopen is het interviewschema aangepast en vastgesteld in de vorm waarin het in bijlage 1 te vinden is.
Show more

31 Read more

Het integreren van de Sense IT in de dialectische gedragstherapie : kwalitatief onderzoek onder therapeuten

Het integreren van de Sense IT in de dialectische gedragstherapie : kwalitatief onderzoek onder therapeuten

24 relatieve voordeel consistent hoe succesvol een implementatie zal zijn (Agarwal & Prasad, 1998). De variabelen complexiteit en relatieve voordeel van de DOI komen overeen met de variabelen van de TAM (Wu & Wang, 2005). De variabele compatibiliteit komt echter alleen in de DOI voor. Compatibiliteit is de mate waarin technologie gezien wordt als consistent met eerdere ervaringen en behoeften van potentiële gebruikers (Rogers, 2003). Resultaten van huidig onderzoek suggereren dat de Sense-IT compatibel is met de behoeften van potentiële gebruikers. Therapeuten gaven aan dat de Sense-IT kan zorgen voor bewustwording en signalering, iets waar BPS-patiënten veel behoefte aan hebben (Farrell & Shaw, 1994). Eerdere ervaringen met iets vergelijkbaars als de Sense-IT hebben de therapeuten echter niet wat kan verklaren waarom ze zo positief zijn over de Sense-IT maar niet diep ingaan over de precieze inzet ervan.
Show more

46 Read more

Opstaan of zittenblijven? : een kwalitatief onderzoek naar zittenblijven in het voortgezet onderwijs in Nederland

Opstaan of zittenblijven? : een kwalitatief onderzoek naar zittenblijven in het voortgezet onderwijs in Nederland

Zittenblijven (het herhalen van een leerjaar) komt in het Nederlands voortgezet onderwijs relatief vaak voor. Het percentage gemiddeld aantal zittenblijvers in Nederland ligt ongeveer 7,7% hoger dan het percentage gemiddeld aantal zittenblijvers van de OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling): In Nederland blijft ongeveer 22% van de leerlingen zitten, tegenover het OESO-gemiddelde van 14,3% (Inspectie van het Onderwijs, 2012). In de onderzoeksliteratuur naar de effecten van zittenblijven zijn de meningen verdeeld. Zowel positieve als negatieve aspecten komen in de literatuur naar voren. Een positief aspect van zittenblijven zou zijn dat leerlingen zich zekerder gaan voelen, waardoor ze beter mee kunnen komen met de rest (Rothstein, 2000). Een negatief aspect zou echter kunnen zijn dat het te duur is en dat de prestaties van zittenblijvers na het herhaaljaar weer naar het oorspronkelijke niveau zakken, waardoor zij op de lange termijn geen profijt hebben van hun jaartje extra (e.a. Goos, Belfi, De Fraine, Van Damme, Onghena & Petry, 2013; Juchtmans & Vanderbroucke, 2013; Knipparth, 2013; Luyten, Staman & Visscher, 2013; Meijnen, 2013; Vandecandelaere, Vanlaar, Goos, De Fraine & Van Damme, 2013). Dit onderzoek beantwoordt de vraag: ‘Wat is de houding van schoolleiders op Nederlandse scholen voor voortgezet onderwijs ten opzichte van het fenomeen zittenblijven?’. Hiertoe zijn tien schoolleiders van scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland geïnterviewd. Uit deze tien interviews blijkt dat de schoolleiders meer willen personaliseren in het onderwijs en dat ze open staan voor veranderingen en overheidinitiatieven om zittenblijven tegen te gaan of te verminderen 1 .
Show more

27 Read more

Ouders onder invloed en kinderen onder invloed van ouders :
een kwalitatief onderzoek naar de problematiek van kinderen van verslaafde ouders

Ouders onder invloed en kinderen onder invloed van ouders : een kwalitatief onderzoek naar de problematiek van kinderen van verslaafde ouders

Om de risico’s van kinderen van drugsverslaafde ouders beter in kaart te kunnen brengen, zal in een vervolgonderzoek deze kinderen meer aan bod moeten komen. Een kwantitatief onderzoek kan uitgevoerd worden, zodat bijvoorbeeld de variabelen ernst en duur van de verslaving erbij worden betrokken. Tevens kan gekeken worden naar de leeftijd en geslacht van de cliënt, of de partner ook verslaafd is, het soort middel(en) dat wordt gebruikt, co-morbiditeit en in het geval van een vrouwelijke cliënt, of zij wel of niet tijdens de zwangerschap heeft gebruikt. Tevens kan gekeken worden naar de leeftijd van het kind waarop de verslavingsproblemen van de ouder zijn begonnen. In de literatuur over kinderen met gescheiden ouders, meldt Spruijt (2005) dat de leeftijd van het kind ten tijde van de scheiding niet samenhangt met de kans op het optreden van psychosociale problemen, maar wel van belang is bij de verwerking van de scheiding. Of dit ook zo is bij kinderen van verslaafde ouders kan onderzocht worden door middel van een longitudinaal vervolgonderzoek. Tevens is het van belang om onderzoek bij een controlegroep uit te voeren. Kinderen van verslaafde ouders kunnen dan vergeleken worden met een groep kinderen die geen verslaafde ouders heeft of met kinderen uit scheidingsgezinnen zonder verslavingsproblematiek. Omdat het moeilijk is om gezinnen te krijgen die mee willen werken, is het van belang dat een toekomstig onderzoek landelijk wordt gedaan. Om meer gezinnen te bereiken kan naast Tactus Verslavingszorg verschillende instanties die zich richten op de verslavingszorg worden betrokken bij de werving van gezinnen.
Show more

61 Read more

Alcohol in de opvoeding : een kwalitatief onderzoek naar de alcoholspecifieke opvoeding van Nederlandse jongeren in de leeftijd van 10 t/m 15 jaar

Alcohol in de opvoeding : een kwalitatief onderzoek naar de alcoholspecifieke opvoeding van Nederlandse jongeren in de leeftijd van 10 t/m 15 jaar

De communicatie tussen ouder en kind over alcohol(gebruik) blijkt onderverdeeld te zijn in twee varianten, namelijk geïntegreerde en gerichte communicatie. Deze twee varianten van communicatie zijn al eerder aangetoond en benoemd door Miller-Day & Dodd (2004) in hun kwalitatieve onderzoek naar communicatie tussen ouders en kinderen over drugs en drugsgebruik (waaronder alcohol). Geïntegreerde communicatie blijkt het meest voor te komen en dit houdt in dat ouders en kinderen niet zozeer bewuste “gesprekken” voeren over alcohol(gebruik), maar de communicatie hierover integreren in het dagelijks leven. Vaak wordt naar aanleiding van een bericht in de media over alcohol(gebruik) of een bepaald voorval binnen het gezin m.b.t. alcohol gepraat over alcohol, bijvoorbeeld tijdens het eten of het kijken naar de televisie. Minder voorkomend is gerichte communicatie in de vorm van echte gesprekken, waarbij ouders er bewust met hun kinderen voor gaan zitten om met hen te praten over alcohol(gebruik) en hun verwachtingen en de regels op dat gebied. Dit soort ouder-kind communicatie vindt vooral plaats voor, tijdens en na een gebeurtenis waarbij ouders een hoger risico op alcoholgebruik door hun kinderen percipiëren, zoals een feest. Zowel ouders als kinderen nemen het initiatief om te praten over alcohol(gebruik), dus het komt niet altijd maar van één kant. De meeste ouders en kinderen kunnen niet aangeven hoe vaak zij met elkaar praten over alcohol(gebruik), maar dat is niet zo vreemd aangezien
Show more

137 Read more

Een kwalitatief onderzoek naar het bevorderen van de goederenstromen binnen Royal Huisman Shipyards

Een kwalitatief onderzoek naar het bevorderen van de goederenstromen binnen Royal Huisman Shipyards

De aanleiding voor het onderzoek is het feit dat er binnen RHS nogal wat problematiek wordt ondervonden op het gebied van de logistiek. Door de zeer grote hoeveelheid aan producten en de vele bewerkingen die een onderdeel krijgt voordat het daadwerkelijk aan boord gemonteerd kan worden is er erg veel tussenopslag. Momenteel kunnen deze pallets met tussenproducten willekeurig neergezet worden binnen de daarvoor aangegeven gebieden. Deze locaties worden nergens vastgelegd met als gevolg dat lang niet iedereen weet waar het onderdeel ligt. Doordat er zoveel verschillende onderdelen opgeslagen moeten worden zijn er ook meerdere plaatsen waar het neergelegd kan worden. Mocht je iets niet kunnen vinden, dan is de kans dus zeer aanwezig dat je een flinke tijd aan het zoeken bent.
Show more

69 Read more

Evaluatie van de life review interventie voor ouderen met depressieve klachten: een kwalitatief onderzoek

Evaluatie van de life review interventie voor ouderen met depressieve klachten: een kwalitatief onderzoek

en dat life-review vaak in de vorm van reminiscentie plaatsvindt (Woolf, 1998). Veel ouderen naderen de dood waardoor het life-reviewproces soms in gang wordt gezet (Kenyon, Bohlmeijer & Randall, 2011) en ouderen zullen life events zoals een verhuizing of angst voor verlies van zelfredzaamheid tegenkomen die van negatieve invloed kan zijn op hun stemming. Depressieve mensen hebben problemen met het ophalen van specifieke persoonlijke herinneringen (Williams, Barnhofer, Crane, Herman, Raes, Watkins & Dalgleish, 2007), waardoor negatieve herinneringen geen betekenis krijgen, het life-reviewproces in het gedrang komt of negatievere uitkomst krijgt dan wanneer men niet depressief zou zijn. Voor deze ouderen zijn verschillende interventies ontwikkeld met betrekking tot reminiscentie. Westerhof, Bohlmeijer en Webster (2010) maken onderscheid tussen drie vormen van reminiscentie-interventies: eenvoudige reminiscentie, life-review en life- reviewtherapie. Eenvoudige reminiscentie is geschikt voor oudere volwassenen in relatief goede gezondheid die het zinvol vinden om herinneringen te delen. Life-review is bedoeld voor mensen die worstelen met de zin van het leven of moeite hebben met het omgaan met veranderingen of tegenslagen in het leven. Life-reviewtherapie wordt het meest gebruikt bij oudere mensen met ernstige geestelijke gezondheidsproblemen, waaronder depressie (Westerhof et al, 2010). In een review laten Bohlmeijer, Smit & Cuijpers (2003) zien dat reminiscentie en life-reviewtherapie een positief effect hebben op depressieve klachten bij ouderen, waarbij de grootte van het effect gelijk is aan het effect van andere medicamenteuze of psychologische behandelingen. Het onderzoek van Serrano, Latorre, Gatz & Montanes (2004) laat zien dat life-reviewtherapie een positief effect heeft op depressieve klachten bij ouderen, dat het de levenstevredenheid verhoogt en dat het naar minder hopeloosheid leidt. Een meta-analyse naar de effecten van life-review (Bohlmeijer et al., 2007) laat een positief effect zien op levenstevredenheid en emotionele gezondheid. Dit effect was groter voor life-review dan voor eenvoudige reminiscentie.
Show more

44 Read more

Ervaringen van COPD patiënten met deelname aan het rookreductieprogramma: REDUQ studie  Een exploratief kwalitatief onderzoek

Ervaringen van COPD patiënten met deelname aan het rookreductieprogramma: REDUQ studie Een exploratief kwalitatief onderzoek

geweest om deelnemers daar meer vrijheid in te geven en te begeleiden in de techniek naar keuze. Het moet wel worden opgemerkt dat de SMR-techniek de enige evidence-based methode is. Cinciripini (1997) geeft aan dat SMR significant betere resultaten behaald als het gaat om minderen en uiteindelijk stoppen met roken dan andere methodes, maar houdt hierbij geen rekening met de therapietrouw van de deelnemers. Daarbij geeft hij aan dat de SMR-techniek makkelijk te implementeren is en weinig training vereist van de rokers. Echter blijkt uit de data van dit onderzoek dat de deelnemers van de REDUQ-studie dit juist niet zo hebben ervaren en dat de implementatie voor hen niet gemakkelijk was. Zij vonden het moeilijk vol te houden en lastig in te passen in hun dagelijks leven of dat het tempo te hoog lag voor hun gevoel. Dit roept de vraag op of deze groep zich beter zou laten bedienen met een aangepaste of langzamere versie van de SMR-techniek die beter aansluit bij de capaciteiten en omstandigheden van de deelnemers.
Show more

61 Read more

Angst voor infecties: een ‘mental models’ onderzoek naar zoönosen  Kwalitatief onderzoek naar de denkfouten die de Nederlandse bevolking heeft over zoönosen

Angst voor infecties: een ‘mental models’ onderzoek naar zoönosen Kwalitatief onderzoek naar de denkfouten die de Nederlandse bevolking heeft over zoönosen

Uit het huidige onderzoek is gebleken dat de respondenten graag informatie zouden willen krijgen over zoönosen via internet. Het internet, in combinatie met E-health, zou dus een goed systeem zijn om informatie over zoönosen aan te bieden. Volgens Oinas-Kukkonen en Harjumaa (2009) is er een manier om systemen, in dit geval internet, persuasief te maken, namelijk het PSD model, want de bevolking overtuigen van de gevaren van zoönosen is belangrijk. Alleen ieder persoon verwerkt informatie anders, daarom is het belangrijk dat de informatie die aangeboden wordt aansluit bij de gebruiker, een zogeheten user-centered design. Om dit te bewerkstelligen kan er gebruik gemaakt worden van persona’s, dit zijn verschillende types die aansluiten bij gebruikersprofielen (LeRouge, Ma, Sneha, & Tolle, 2013).
Show more

31 Read more

Kwalitatief onderzoek over de subjectieve beleving van schoonheid in het kader van het project beauty

Kwalitatief onderzoek over de subjectieve beleving van schoonheid in het kader van het project beauty

Het beschreven leereffect is ook de reden waarom de meeste respondenten de vragenlijst aan andere mensen zouden aanraden. Vooral mensen met minder zelfreflectie en jongere mensen zouden volgens een aantal respondenten nog iets van het invullen van de vragenlijst kunnen leren. Zoals in de analyse van de dubbele codes te zien is, toont dit onderzoek aan dat jonge mensen gemiddeld langer nodig hebben om de vragenlijst in te vullen dan oude mensen. Dit resultaat zou in samenhang kunnen staan met de mate van zelfreflectie die de vragenlijst vereist. Als jonge mensen daadwerkelijk minder zelfgereflecteerd zijn, moeten zij ook langer over de vragen nadenken. Onderzoek van Lodi- Smith en Roberts (2010) toont aan dat jongere mensen inderdaad minder self-concept clarity hebben. Self-concept clarity beschrijft in hoeverre de inhoud van het eigen zelfconcept duidelijk en bewust gedefinieerd en constant over de tijd is (Campbell et. al, 1996). Dit zou kunnen betekenen dat de reflectie over schoonheid bijdraagt aan de self-concept clarity van jongere mensen, omdat deze voor de eerste keer intensief over het onderwerp schoonheid na gaan denken, terwijl de oudere respondenten al een hoge self-concept clarity hebben en daarom snel een antwoord op de vragen kunnen vinden. Dit zou ook kunnen verklaren waarom oudere respondenten de vragenlijst vooral aan jongere mensen zouden aanraden. Toekomstig onderzoek zou de samenhang tussen self-concept clarity, leeftijd en reflectie op de subjectieve beleving van schoonheid verder moeten examineren.
Show more

54 Read more

Het lezen van de toekomst : Kwalitatief onderzoek naar het gebruik van toekomstverbeelding door jongeren

Het lezen van de toekomst : Kwalitatief onderzoek naar het gebruik van toekomstverbeelding door jongeren

Sools gebruikt de term toekomstverbeelding als parapluterm voor alle manieren van het voorstellen en het verbeelden van de toekomst (Sools, Borgmann, & de Kleine, 2016; Sools, Triliva, Fragkiadaki, & Tzanakis, 2017). Omdat de voorgenoemde termen futures literacy, posisble selves en futuring alle drie vallen onder het algemene begrip van toekomstverbeelding, zal er verder in het onderzoek gebruik worden gemaakt van deze term. Toekomstverbeelding heeft in dit onderzoek betrekking op alle mogelijke manieren van het verbeelden, voorstellen en bezig zijn met de toekomst. Sools spreekt in twee andere artikelen over narratieve toekomstverbeelding, dit is een verbijzondering in geschreven vorm van de psychologische benadering rondom possible selves. Ze identificeert zes manieren om de toekomst te verbeelden in narratieve vorm: ‘retrospective evaluation’, ‘prospective orientation’, ‘expressive imagination of futured present’, ‘imagination and evaluation of the past’, ‘prospective intentional orientation’ en ‘present-oriented advisory letters’. Dit zijn allemaal andere manieren om na te denken over het verleden, het heden of de toekomst en daar iets uit te halen voor de toekomst. De constructie van toekomstige verhalen biedt inzicht in de betekenisgeving van de verteller in het heden. Op de manier dat herinnering betrekking heeft op een reconstructie van het verleden binnen het kader van het nu, is het verbeelden van de toekomst een constructie van de toekomst binnen het kader van het nu (Sools, Tromp & Mooren, 2015). Door te kijken naar de manier waarop mensen hun toekomst narratief vormgeven kan er inzicht verkregen worden in hoe duidelijk, belangrijk en tastbaar de toekomst voor ze is.
Show more

50 Read more

Empowerment in de gezondheidszorg: een kwalitatief onderzoek naar het begrip empowerment omtrent het PGB

Empowerment in de gezondheidszorg: een kwalitatief onderzoek naar het begrip empowerment omtrent het PGB

35 organisatie van het participatieproces. Met de representativiteit wordt bedoeld dat alle sociale groepen vertegenwoordigt moeten zijn, zodat politieke gelijkheid gewaarborgd is. Anders zou de geloofwaardigheid van het proces in het geding worden gebracht. Echter wordt de representativiteit door een aantal factoren bemoeilijkt. Zo is er een participatieparadox: het vergroten van de mogelijkheid om te participeren zorgt er niet voor dat meer mensen gaan participeren maar dat dezelfde mensen dit vaker doen. Volgens May (May, 2007) kunnen burgers op verschillende niveaus van betrokkenheid participeren. In zijn model “triangle of engagement” stelt hij, dat hoe hoger de mate van betrokkenheid vereist is des te minder mensen bereid zijn of in staat zijn om de verbintenis aan te gaan (May, 2007). Op het hoge en intensieve niveau van participatie neemt dus alleen een kleine groep deel aan het proces. Dit is ook het argument van de tegenstanders van burgerparticipatie. Zij beweren dat participatie alleen leidt tot een herhaling van de mening van de “usual supects” (Dreijerink, 2008). Voor een representatieve groep is het echter noodzakelijk dat er burgers zijn die willen participeren. Uit het onderzoek van May (May, 2007) blijkt dat driekwart van de ondervraagde burgers iets te zeggen wilde hebben over hoe het land bestuurd wordt, echter was er maar één op de zeven politiek actief. Burgers zijn gemakkelijker bereid om in besluitvormingsprocessen te participeren voor hun eigen belangen. Wanneer mensen denken dat ze nadelen ondervinden van bepaalde plannen komen mensen snel in actie (Dreijerink, 2008). Dit is echter niet het geval wanneer de nadelen ten koste gaan van anderen.
Show more

64 Read more

Een kwalitatief onderzoek naar de preventie van eetstoornissen in de topsport

Een kwalitatief onderzoek naar de preventie van eetstoornissen in de topsport

In dit onderzoek werd tijdens het beantwoorden van de eerste onderzoeksvraag gebruik gemaakt van een literatuurstudie. Daaruit bleek dat topsporters een risicogroep vormen voor het ontwikkelen van een eetstoornis doordat zij vaak eigenschappen bezitten die ook veel voorkomend zijn bij patiënten met een eetstoornis. Daarbij horen onder andere perfectionisme, prestatiegerichtheid en het hebben van een laag zelfbeeld (Noordenbos &Vandereycken, 2005). Uit literatuur blijkt dat vooral bepaalde soorten eetstoornissen bij topsporters voorkomen, zoals Anorexia Athletica (Thompson & Sherman, 1993; Reel, 2013). Coaches blijken een belangrijke rol te spelen in het leven van een topsporter en bij het al dan niet ontwikkelen van een eetstoornis bij hun sporttalent. Zij kunnen invloed uitoefenen op de gedachten en overtuigingen van een atleet ten opzichte van het gewicht, lichaamsvorm en voeding. Coachingstijlen feedback rondom voeding en eetgedrag bleek een belangrijke voorspeller in de vraag of een atleet al dan niet een eetstoornis ontwikkelt (Vanderlinden, 2005). Daarbij richt een positieve coachingstijl zich vooral op een persoonlijke, zorgzame manier van coachen omtrent voeding en gewicht. De negatieve coachingstijl houdt zich daarentegen meer bezig met gewichtsbeheersing en prestaties (Biesecker & Martz, 1999).
Show more

93 Read more

Geimplementeerde curriculum Engels in het eerste leerjaar van de middelbare school SMK Kelana Jaya in Maleisie : een kwalitatief onderzoek

Geimplementeerde curriculum Engels in het eerste leerjaar van de middelbare school SMK Kelana Jaya in Maleisie : een kwalitatief onderzoek

Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat het uitgevoerde curriculum op een aantal punten afwijkt van trends op het gebied van Engels als moderne vreemde taal en ook op een aantal punten afwijkt van het beoogde curriculum. Het belangrijkste punt van frictie ligt in het type leerproces en de gekozen werkvormen. Het type leerproces dat wordt nagestreefd bepaalt mede de gekozen werkvorm (Lowyck & Verloop, 1995). De trends en het beoogde curriculum zijn beide voorstander van een autonome focus tijdens het leerproces. Waarbij zelfstandigheid, jezelf leren leren, kritisch inzicht, werken in groepsverband en het opdoen van vaardigheden belangrijke waarden zijn. Terwijl de docenten Engels het leerproces van klassikaal lesgeven preveren, waarbij doceren en uitleg geven voorop staan (op die manier een juiste overdracht van een stabiel kennisbestand). Voor Nederlandse begrippen geven de docenten zeer traditioneel les. De gekozen werkvorm wordt echter ook bepaald door andere factoren. Lowyck & Verloop (1995) geven te kennen dat de fysieke omgeving (materiele voorwaarden, organisatorische voorwaarden en financiële middelen) een rol speelt in de keuze van werkvorm. Zo kan zelfstandig werken slechts georganiseerd worden in een omgeving met voldoende informatiebronnen en leermateriaal. Daarnaast bestaat er ook een verband tussen de omvang van de groep en de keuze van werkvormen. Coöperatief leren kan nauwelijks plaatsvinden in heel grote groepen (Lowyck & Verloop, 1995).
Show more

13 Read more

Freemium: Take it or leave it : een kwalitatief onderzoek naar de factoren die een rol spelen in het succes van het nieuwe marketinginstrument Freemium

Freemium: Take it or leave it : een kwalitatief onderzoek naar de factoren die een rol spelen in het succes van het nieuwe marketinginstrument Freemium

Door de komst van internet, e-mail, blogs en de mobiele telefoon worden bedrijven gedwongen steeds nieuwe marketinginstrumenten te ontwikkelen. Het is interessant te weten welke factoren bijdragen aan het succes van nieuwe marketinginstrumenten. Scharl, Dickinger en Murphy (2004) hebben het Model of successful sms advertising opgesteld, dat aangeeft welke factoren bijdragen aan het succes van de dienst sms. Binnen dit onderzoek wordt onderzocht welke factoren bijdragen aan het succes van een nieuw marketinginstrument, genaamd Freemium. Dit is een paneel dat via een bluetooth functie de interactie aangaat met de consument. Er zijn 4 oriënterende interviews, een focusgroep met 9 personen en 10 gebruikerstesten ingezet om te onderzoeken welke factoren de doelgroep belangrijk vindt voor het succes van Freemium. Uit de resultaten komt naar voren dat de volgende factoren een rol spelen: de boodschap, het medium, de attitude, de inspanning versus de opbrengst, de invloed van vrienden en de bekendheid van de dienst. Het model van Scharl, Dickinger en Murphy (2004) is toepasbaar voor Freemium, mits daar de factor bekendheid aan toe wordt gevoegd.
Show more

71 Read more

Show all 1622 documents...