• No results found

Kroniek van de Intellectuele Eigendom (2012)

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2020

Share "Kroniek van de Intellectuele Eigendom (2012)"

Copied!
9
0
0

Loading.... (view fulltext now)

Full text

(1)

Kroniek van de

Intellectuele Eigendom

Dirk Visser

1

Filteren, blokkeren en afsluiten. Uploaden en downloaden. Afvullen, navullen en hervullen. Tablet-computers,

bh’s met extra bandjes en altijd weer die spijkerbroeken en die kinderstoelen. Sleutelwoorden, kleuterfoto’s,

flippo’s en de geïnformeerde gebruiker. Het merkenrecht is al volledig Europees. Het auteursrecht zit in een

Europese stroomversnelling. Het modellenrecht kreeg zijn eerste uitspraken van het Europese Hof. In het

octrooirecht discussieert men over de vestigingsplaats van een gemeenschappelijk octrooigerecht en over

eer-lijk, redelijk en niet-discriminerend licentiëren. De geschriftenbescherming lijkt nu echt verleden tijd.

Auteur

1. Prof. mr. D.J.G. Visser is hoogleraar IE in Leiden, advocaat te Amsterdam en mede-werker van dit blad. De auteur is dank verschuldigd aan Moïra Truijens, advocaat te Amsterdam en aan Tim Iserief, juridisch medewerker te Amsterdam. Bij de recente rechtspraak staan verwijzingen naar de websites ieforum.nl (IEF) en boek9.nl (B9).

Noten

2. Zie bijvoorbeeld de brief van minister Verhagen (EL&I) en staatssecretaris Teeven (VenJ) aan de Tweede Kamer over het voor-alsnog niet ondertekenen van het Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA) totdat vaststaat dat het verdrag in lijn is met de grondrechten in Nederland d.d. 24 februari 2012. Zie verder boek9.nl, ieforum.

nl en allerhande internet-nieuwsmedia, zoek op ACTA.

3. Motie ingediend door PVV, D66, Groen-Links en PvdA, Kamerstukken II 2011/12, 29 838, nr. 33 (Auteursrechtbeleid). 4. Rb. Den Haag 11 januari 2012, LJN

BV0549, IEF 10763, B9 10644 (BREIN vs. Ziggo & XS4All).

5. HvJ EU 24 november 2011, C-70/10, IEF

10551, B9 10452 (Scarlet vs. Sabam) en HvJ EU 16 februari 2012, C-360/10, IEF

10920 B9 10804 (Sabam vs. Netlog). 6. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, BIE

2011, p. 334, IEF 9932, B9 9922, IER

2011/58, BIE 2011, nr. 107 (L’Oréal vs. eBay).

Handhaving op internet

Iedereen in de politiek en daarbuiten lijkt intussen een

uitgesproken mening te hebben over de onwenselijkheid

van handhaving van auteursrechten op internet, omdat

dit een onaanvaardbare beperking van privacy,

uitingsvrij-heid, ‘netneutraliteit’ en ‘het vrije en open internet’ tot

gevolg zou hebben.

2

Bij de bestrijding van kinderporno,

terrorisme, haat zaaiende imams, virussen en spam ligt

dat anders. Handhaving van intellectuele

eigendomsrech-ten is bij bepaalde groepen zo impopulair dat er zelfs een

‘one issue’ politieke partij voor is, de Piratenpartij, die in

het parlement van Berlijn vijftien zetels kreeg. In

Neder-land werd door de Tweede Kamer een motie aangenomen

tegen een verbod op illegaal downloaden.

3

De handhaving van IE-rechten op internet blijft ook

in de rechtspraak een belangrijk thema. Omdat het

aan-pakken van individuele gebruikers of individuele

(buiten-landse of anonieme) aanbieders vaak onmogelijk of

onwenselijk is, ligt de nadruk op de verantwoordelijkheid

van commerciële tussenpersonen. Moet een

accessprovi-der een buitenlandse website blokkeren, nadat die website

hier en in eigen land al is verboden wegens

betrokken-heid bij grootschalige auteursrechtinbreuk? Ja, oordeelt

Rechtbank Den Haag, want dat is proportioneel.

4

Mag een

algemeen preventief filtergebod aan een internetprovider

of aan de exploitant van een sociaalnetwerksite worden

opgelegd? Nee, dat gaat te ver, oordeelt het Europese Hof.

Dat is in strijd met de privacy, de informatievrijheid en de

vrijheid van ondernemerschap.

5

Die laatste ‘vrijheid’ is een

nieuw grondrecht in de discussie, dat te vinden is in art.

16 van het Europese handvest. Naast privacy en vrijheid

van meningsuiting betrekt het Hof de vrijheid van

inter-netondernemerschap in de afweging: van een

interneton-dernemer mag niet het onmogelijke gevraagd worden.

eBay

Is eBay aansprakelijk voor het feit dat individuele

gebrui-kers inbreukmakende spullen verkopen via haar

internet-veilingsite? Alleen als zij een ‘actieve rol’ speelt bij dat

ille-gale aanbod, aldus het Europese Hof.

6

Wanneer van een

‘actieve rol’ sprake is, blijft onduidelijk. Lidstaten moeten

‘ervoor zorgen dat de op het gebied van de

intellectuele-eigendomsrechten bevoegde nationale rechterlijke

instan-ties de beheerder van een elektronische marktplaats

kun-nen gelasten om maatregelen te treffen die niet alleen

bijdragen tot het doen eindigen van de door de gebruikers

De ‘vrijheid van ondernemerschap’,

te vinden in art. 16 van het

(2)

van die marktplaats gepleegde inbreuken op die rechten,

maar ook tot het voorkomen van nieuwe inbreuken van

die aard. Deze bevelen moeten doeltreffend, evenredig en

afschrikkend zijn en mogen geen belemmeringen voor

legitiem handelsverkeer scheppen’.

Wat dit nu precies betekent, is nog niet duidelijk. Het

is ook niet eenvoudig: Inbreuken ‘doen eindigen’ behoeft

een ‘beheerder’ pas te doen nadat de inbreuk is

geconsta-teerd. Dat kan bijvoorbeeld door zogenaamde ‘Notice and

Take Down’ (NTD)-procedures, waarbij je bij grootschalige

en diverse inbreuken altijd achter de feiten aan loopt. ‘[H]et

voorkomen van nieuwe inbreuken van die aard’ waar het

Hof het ook over heeft, vereist onvermijdelijk preventief

toezicht in de vorm van filteren (van aanbod of van

inter-netverkeer), blokkeren (van bepaalde of IP-nummers) en

afsluiten (van aanbieders of gebruikers). En bevelen met die

strekking moeten ‘doeltreffend, evenredig en afschrikkend

zijn en mogen geen belemmeringen voor legitiem

handels-verkeer scheppen’. Algemene filterverplichtingen van alle

verkeer van alle gebruikers onbeperkt in de tijd en op eigen

kosten vond het Hof dus duidelijk te ver gaan. Hoe en of

nieuwe inbreuken wel of niet effectief en evenredig

kun-nen worden bestreden via filtering of ander preventief

toe-zicht is een onderwerp van felle discussie.

7

Wél duidelijk is dat particulieren die incidenteel een

namaakmerkproduct via eBay of marktplaats verkopen

volgens het Europese Hof het merk niet gebruiken ‘in het

economisch verkeer’ (in het Engels: ‘in the course of

tra-de’) en daarom geen merkinbreuk plegen.

8

Dat geldt

ver-moedelijk weer níet voor een (fysiek) namaakproduct

waarmee het auteursrecht wordt geschonden. Het

auteursrechtelijk openbaarmakings- en distributierecht

kent geen beperking tot het ‘handelsverkeer’. Bij digitale

verspreiding bestaat een dergelijke beperking in het

auteursrecht ook niet. Want hoewel downloaden voor

pri-végebruik uit illegale bron in Nederland (momenteel) lijkt

toegestaan, is het ook zonder winstoogmerk uploaden van

auteursrechtelijk beschermd werk verboden. De impact

van het uploaden dat gevolgd kan worden door talloze

malen downloaden is natuurlijk ook heel anders dan die

van de verkoop van een nepparfum of nepkledingstuk via

internet. Het onderscheid tussen digitale piraterij en

ille-gale fysieke nepartikelen zal overigens verder vervagen.

3D-printers zijn in aantocht waardoor de legale en illegale

digitale verspreiding zich zal kunnen gaan uitbreiden

naar zelf thuis in 3D te printen gebruiksvoorwerpen.

Krantenartikelen op websites

Eén vorm van handhaving van auteursrecht op internet

lijkt de laatste tijd opvallend succesvol, helaas niet tegen

piraterij, maar tegen bedrijven en organisaties die nieuws

(vaak over zichzelf) op hun websites plaatsen. Een BV,

sinds kort genaamd Auxen, voorheen Cozzmoss,

vertegen-woordigt een groot aantal kranten en zoekt het internet

af naar krantenartikelen die zonder toestemming op

web-sites staan. De betreffende webweb-sites worden gesommeerd

de artikelen te verwijderen en een schadevergoeding te

betalen van enkele honderden of duizenden euro’s.

Regel-matig wordt er geprocedeerd, vaak, maar niet altijd, met

succes.

9

Het bestaan van (het risico van) de volledige

pro-ceskostenveroordeling in IE-zaken maakt dat veruit de

meeste website-eigenaren vrijwillig betalen. Door een

arrest van Hof Leeuwarden is de (gratis) auteursrechtelijke

persexceptie via de mogelijkheid van een

auteursrecht-voorbehoud grotendeels buiten werking gesteld.

10

Daar-door heeft Auxen vs. Cozzmoss het nog gemakkelijker bij

haar lucratieve speur- en handhavingswerk dat niet op

ieders sympathie kan rekenen, maar wel effectief lijkt. In

dit verband is het ook nuttig om te wijzen op een vonnis

waarin ABN AMRO werd veroordeeld tot een

schadever-goeding nader op te maken bij staat, wegens het intern

doorsturen aan elf (maar waarschijnlijk veel meer)

colle-ga’s van een digitale nieuwsbrief.

11

Dergelijk intern

door-sturen van digitale nieuwsbrieven is auteursrechtelijk en

meestal contractueel verboden. Het gebeurt natuurlijk in

de praktijk massaal en is moeilijk te controleren, maar er

zit dus een risico aan. Ook bij foto’s die op internet

wor-den gezet lijkt sprake van een lucratieve

handhavings-praktijk, dankzij de (dreiging van) volledige

proceskosten-veroordeling. De schadevergoeding die in rechte wordt

toegewezen blijft dan beperkt tot een paar honderd euro,

maar met een volledige proceskostenveroordeling van een

paar duizend euro wordt het toch interessant of

gevaar-lijk.

12

De dreiging hiervan leidt tot talloze schikkingen die

zich aan de openbare waarneming onttrekken.

Adwords

Ook bij de legale handel speelt het internet de hoofdrol.

Vorig jaar was er in deze kroniek veel aandacht voor de

zogenaamde Google Adwords, de sleutelwoorden die

adverteerders bij Google kopen, waardoor hun

adverten-ties worden getoond wanneer een gebruiker van de

zoek-machine een zoekwoord invoert. Deze Adwords blijven de

gemoederen in het merkenrecht bezighouden.

In de eerder hierboven al genoemde zaak L’Oréal vs.

eBay was ook aan de orde of veilingsite eBay reclame mag

maken voor haar eigen veilingsite door middel van

Adwords die overeenstemmen met bekende merken die via

haar veilingsite worden verkocht. In de zaak Interflora vs.

Marks & Spencer was de vraag aan de orde of een

concur-rent het merk ‘Interflora’ als Adword mag gebruiken om de

aandacht te vestigen op advertenties voor zijn eigen

bloe-menbezorgservice.

13

Het Hof van Justitie blijft van mening

dat er wat betreft merken als Adwords veel mag. De

hoofd-regel is dat gebruik van andermans merk als Adword niet

mag als het misleidend is of kan zijn voor de gemiddelde

internetgebruiker. En die gemiddelde internetgebruiker

wordt daarbij geacht goed op de hoogte te zijn van hoe

Google werkt, wat advertenties zijn en wat niet. Het Hof in

Luxemburg laat op dit vlak momenteel duidelijk de vrije

mededinging prevaleren boven het belang om bezwaar te

maken tegen aanhaken en verwateren van merken. De

Intellectuele eigendom

(3)

Geldige reden

In de

Interflora

-zaak geeft het Hof ook voor het eerst

invulling aan de ‘geldige reden’ waardoor gebruik van

andermans merk geoorloofd kan zijn. Via een Adword

laten weten dat je een vergelijkbaar product aanbiedt kan

zo’n geldige reden opleveren.

15

Inmiddels stelde de Hoge

Raad in een niet-Adword-gerelateerde zaak een

prejudicië-le vraag over de betekenis van ‘geldige reden’ wanneer een

horecagelegenheid (The Bulldog) zijn naam gaat

gebrui-ken voor een energiedrank en die naam gelijgebrui-kenis

ver-toont met die van een andere energiedrank (Red Bull).

16

Afvullen van blikjes

Bij de handhaving van het merkenrecht buiten internet

lijkt de Google-Adword-rechtspraak effect te hebben

gehad op een uitspraak over het in Nederland in

opdracht van een derde met energiedrank afvullen van

voor buiten de EU bestemde inbreukmakende blikjes.

17

Het Hof van Justitie was van oordeel dat zo’n afvuller zelf

het inbreukmakende merk niet in merkenrechtelijke zin

‘gebruikt’. Hij handelt slechts in opdracht van een derde

en hij zorgt ‘uitsluitend voor de technische

voorzienin-gen die nodig zijn voor het gebruik daarvan door die

der-de’. Het Hof verwijst daarbij naar de positie van

zoekma-chine-exploitant Google ten aanzien van het gebruik van

Adwords. Een dergelijke kwalificatie is natuurlijk wel

ver-dedigbaar, maar vanuit het oogpunt van effectieve

hand-having van IE-rechten, bij voorkeur bij de bron, is het wat

minder gelukkig. De bewuste opdrachtgever tot dit

lou-ter technisch navullen, de firma Smart Drinks Ltd.,

bevindt zich namelijk op de Britse Maagdeneilanden. Het

wordt dus erg aantrekkelijk op een dergelijk

meteorolo-gisch en juridisch aantrekkelijk exotisch eiland een

‘opdrachtgever’ neer te zetten, waarna het ‘afvullen’ van

inbreukmakende verpakkingen bestemd voor buiten de

EU zonder problemen in de EU kan plaatsvinden.

Navullen van flessen

Het navullen van daartoe bestemde gasflessen is wat het

Hof van Justitie betreft in beginsel ook toegestaan.

18

Het

Benelux Gerechtshof was in het verleden van oordeel dat

het navullen van merkgasflessen merkenrechtelijke juist

de fles onoordeelkundig of met het verkeerde gas door

een derde was nagevuld. In een Deense zaak oordeelt het

Europese Hof nu echter dat de (waarschijnlijk zeer

stevi-ge) gasflessen die door de firma Kosan Gas voorzien van

hun merk leeg of gevuld op de markt werden gebracht

door concurrent Viking Gas mochten worden nagevuld.

Met de verkoop van de flessen had de merkhouder ‘de

eco-nomische waarde van de flessen gerealiseerd’ en was zijn

merkrecht daarmee uitgeput. Navullen mag dan, mits er

duidelijk op gezet wordt dat de fles is nagevuld.

20

En nu

maar hopen dat ze niet ontploffen.

Hervullen van fusten

Wat niet mag is andermans bierfusten hervullen met

eigen bier en ze dan verkopen waarbij je net doet of het

originele bier erin zit of als je weet dat de afnemer het in

zijn café gaat tappen en net gaat doen alsof dit het

origi-nele bier is. Het eerste is merkinbreuk en het tweede is

onrechtmatig volgens de Amsterdamse

Voorzieningen-rechter.

21

Bierbrouwer Olm deed dit met Heineken-fusten

en cafés die zich contractueel gebonden hebben om

Hei-neken te schenken en gebruikmaken van een HeiHei-neken-

Heineken-kelderbierinstallatie en allerlei Heineken-artikelen

(uit-hangborden, glazen, viltjes enz.). Olm ontkende de gang

van zaken grotendeels, maar verklaringen van

ex-werk-nemers en ‘observaties’ door een onderzoeksbureau van

de levering van Heinekenfusten ‘in witte bestelbussen

zonder opschrift’ aan de caféhouders overtuigden de

Voorzieningenrechter. Bovendien bleven de fusten

eigen-dom van Heineken waardoor de nieuwe

Viking vs. Kosan

-7. Zie bijvoorbeeld de noot van Koelman onder L’Oréal vs. eBay in BIE 2011, p. 347, gevolgd door een naschrift van T. Cohen Jehoram, een reactie van Koelman en een dupliek van T. Cohen Jehoram. 8. HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, BIE

2011, p. 334, IEF 9932, B9 9922, IER

2011/58 (L’Oréal vs. eBay). 9. Zie de rechtspraak op ieforum.nl en boek9.nl, zoek op ‘cozzmoss’. 10. Hof Leeuwarden 26 juli 2011, LJN

BR3119, IEF 10002, B9 9976 (NDP vs. Flevoland).

11. Rb. Amsterdam 26 oktober 2011, LJN

BU6269, IEF 10590, B9 10477 (EIG vs. ABNAMRO).

12. Zie bijvoorbeeld: Rb. Amsterdam 29 februari 2012, IEF 10982, B9 10869 (W vs. S).

13. HvJ EU 22 september 2011, C-323/09,

BIE 2011, p.389, IEF 10209, B9 10161, IER

2011/71/BIE 2011, nr. 116 (Interflora vs. Marks & Spencer).

14. Hof Den Haag 22 november 2011, LJN

BU6275, IEF 10536 B9 1044, IER 2011/19/

BIE 2012, nr. 8 (Tempur vs. Medicomfort).

15. Zie ook: Van der Kooij, ‘Het Interflora-arrest en de geldige reden’, BIE 2011, p. 360. 16. HR 3 februari 2011, LJN BU4915, IEF

10862, B9 10750 (Leidseplein Beheer vs. Red Bull; The Bulldog vs. Red Bull), HvJ EU zaaknr. C-65/12.

17. HvJ EU 15 december 2011, C-119/10,

IEF 10674, B9 10558 (Winters vs. Red Bull).

18. HvJ EU, 14 juli 2011, C-46/10, IEF

9944, B9 9934, IER 2011/69/BIE 2011, nr. 86 (Viking Ga vs. Kosan Gas). 19. BenGH 30 september 1993, NJ

1993/454 m.nt. DWFV, BIE 1994, p. 161 m.nt. JHS (Shell vs. Walhout). 20. Zie uitgebreid: Steinhauser, ‘Het na- of hervullen en inwisselen van gemerkte ver-pakkingen’, BIE 2011, p. 248. 21. Rb. Amsterdam (vzr.) 18 augustus 2011, LJN BR5357, IEF 10087, B9 10042,

IER 2011/70, BIE 2011, nr. 104 (Heineken/ Olm).

Het onderscheid tussen digitale

piraterij en illegale fysieke

(4)

rechtspraak van het Hof van Justitie ook niet van

toepas-sing was.

Namaakgoederen

Voor de bestrijding van piraterij buiten internet was

ver-der het arrest van het Hof van Justitie in zaken van

Phi-lips en Nokia tegen Chinese namaak een tegenvaller.

22

Namaakgoederen kunnen op grond van de

piraterijveror-dening (via de zogenaamde ‘vervaardigingsfi ctie’) alleen

in beslag worden genomen als kan worden aangetoond

dat ze bestemd zijn voor verhandeling binnen de EU. Zo

niet, dan niet.

Lijkt het te veel?

Los van de piraterij en de echte namaakhandel op

inter-net speelt bij de intellectuele eigendom natuurlijk ook

vaak de ‘lijkt het te veel’-vraag, volgens mij de ‘kernvraag’

van de IE. Volgens collega Brinkhof is dit een

onverant-woorde simplifi catie van de complexe overeenstemings-

en beschermingsomvangvragen die elk binnen hun eigen

context moeten worden beantwoord.

23

Lijkt de Galaxy tabletcomputer van Samsung te veel op de

iPad van Apple? Nee, vond het Haagse gerechtshof,

24

want

er bestonden al vergelijkbare producten en veel van de

vormgeving is technisch bepaald en kan daarom niet via

het modellenrecht worden gemonopoliseerd.

Lijken de bh’s met extra bandjes van Sapph te veel op

ver-gelijkbare, zeer bekende bh’s van Marlies Dekkers? Ja, de

meeste wel, oordeelt Rechtbank Utrecht, want Marlies

Dekkers heeft met de wijze van vormgeving van de

band-jes boven de cups een oorspronkelijke invulling gegeven

aan het idee of de stijl van het hanteren van bandjes

boven de cups, zodat haar bh’s bandjes bevatten die min of

meer de bovenlijn van de cups volgen.

25

Die bandjes zijn

op zich overbodig en dus niet technisch bepaald en

vor-men een auteursrechtelijk beschermde intellectuele

schepping. Er volgt een algemeen verbod, maar wel

beperkt tot het auteursrecht op bepaalde bh’s.

Intellectuele eigendom

Lijken de ‘meegroeikinderstoelen’ van verschillende

fabri-kanten te veel op de bekende Tripp Trapp-stoel van

ont-werper Peter Opsvik? De rechterlijke oordelen lopen zeer

uiteen, ten aanzien van dezelfde en verschillende

‘namaak’ Tripp Trapp-stoelen. De ene rechter ziet vooral

een technisch bepaalde stoel in ‘sobere Scandinavische

stijl’, waarin alleen de cursieve L auteursrechtelijk

beschermd is. De andere rechter ziet ook een zwevend

effect dat niet (alleen) technisch, maar ook esthetisch is.

26

(5)

Bij de bescherming van vormgeving en voor de IE in het

algemeen is van belang te melden dat recent zijn

versche-nen een nieuwe druk van het

Kort begrip van het

intellec-tuele eigendomsrecht

29

en gloednieuw

Industriële

eigen-dom Deel 3 Vormen, namen en reclame.

30

Beide boeken

zijn zeer nuttig voor de praktijk en het onderwijs.

De maatman in het modellenrecht

Het Hof van Justitie deed in 2011 zijn eerste uitspraak

over de inbreukcriteria in het modellenrecht.

31

In het

modellenrecht gaat het er om of er wel of ‘geen andere

algemene indruk’ bij de ‘geïnformeerde gebruiker’ wordt

gewekt. Het Hof heeft zich nu uitgesproken over die

‘geïnformeerde gebruiker’. Die blijkt wat minder

deskun-dig dan de ‘gemiddelde vakman’ in het octrooirecht,

maar deskundiger dan de ‘gemiddeld geïnformeerde,

omzichtige en oplettende gewone consument’ uit het

merkenrecht en het reclamerecht. Een ‘geïnformeerde

gebruiker’ is ‘een gebruiker die niet slechts gemiddeld,

maar in hoge mate aandachtig is, hetzij door zijn

per-soonlijke ervaring, hetzij door zijn uitgebreide kennis

van de betrokken sector.’ Dat leidt er toe ‘dat de

geïnfor-meerde gebruiker in casu een kind van ongeveer vijf à

tien jaar oud kan zijn óf de marketingdirecteur van een

onderneming die voortbrengselen vervaardigt waarvoor

reclame wordt gemaakt door [flippo’s

32

] aan te bieden’. De

overeenstemmingsvraag in het modellenrecht moet dus

Wat aan deze uitspraak verder opvalt, is dat het Hof

toe-staat dat het uiterlijk van de door de

modelrechthebben-de ‘daadwerkelijk verhanmodelrechthebben-delmodelrechthebben-de momodelrechthebben-dellen’ bij modelrechthebben-de

overeen-stemmingsvraag mag worden betrokken. Dat is van

belang wanneer, zoals in casu, die

daadwerkelijk

verhan-delde

modellen verschillen van de

ingeschreven

model-len. Dit roept nogal wat kritische vragen op ten aanzien

van de registerduidelijkheid en de rechtszekerheid. Wat

moet er nu worden vergeleken? Kan de rechthebbende

de beschermingsomvang van zijn modelrecht vergroten

door een gewijzigd model te gaan gebruiken? Ten slotte

valt op dat het Hof spreekt over een ‘onvolmaakt

herin-neringsbeeld’ dat bij de beoordeling een rol mag spelen.

Dat is opmerkelijk omdat dit suggereert dat er een

ele-ment van

verwarringsgevaar

in het modelrechtelijk

inbreukcriterium zou zitten. En dat is weer anathema

voor de fijnproevers, want verwarring is iets uit het

mer-kenrecht! Verwarring is ook niet relevant in het

auteurs-recht, maar weer wel bij de verwarringwekkende

onrecht-matige stijlnabootsing.

33

Er is inmiddels ook een tweede uitspraak van het

Hof van Justitie over modelinbreuk.

34

Daarin wordt

geoor-deeld dat ‘de intentie en het gedrag’ van de gedaagde geen

verschil maakt bij de beoordeling van de inbreukvraag. In

casu had de gedaagde zelf een modelregistratie verricht

nadat

zij wegens inbreuk op een ouder model was

aange-sproken. De stelling dat in een dergelijke situatie eerst de

nieuwe modelregistratie nietig verklaard moet worden,

werd ook verworpen.

Motiveren in merkenzaken

Een handleiding voor het motiveren van een beslissing

in een eenvoudige IE-zaak kan helpen in het oerwoud

van steeds iets wijzigende beschermings- en

inbreukcri-22. HvJ EU 1 december 2011, C-446/09 en C-495/09, IEF 10604, B9 10487, BIE 2012, nr. 2 (Philips/Lucheng resp. Nokia/Com-missioners).

23. D.J.G. Visser, Motiveren in IE-zaken, deLex 2011. Zie voor een kritische bespre-king: Brinkhof, ‘Over motiveren in IE-zaken, de kernvraag en basisemoties’, BIE 2011, p. 284. Repliek Visser in BIE 2011, p. 320. 24. Hof ’s-Gravenhage 24 januari 2012,

LJN BV1612, IEF 10819, B9 10698, IER

2012/10 (Apple/Samsung). 25. Rb. Utrecht 25 mei 2011, IEF 9700,

B9 9716 (Marlies Dekkers vs. Sapph). 26. Hof Amsterdam 15 maart 2011, LJN

BQ3808, IEF 9475 B9 10669 (H3 vs. Stok-ke), Hof Den Haag 31 mei 2011, LJN

BQ6773 IEF 9740, IER 2012/3/ (Hauck vs. Stokke), Hof Amsterdam 17 januari 2012,

IEF 10797/B9 10669 (Stokke vs. Jamak). Zie voor eerdere rechtspraak: D.J.G. Visser,

Motiveren in IE-zaken, deLex 2011. 27. Hof Den Haag 19 april 2011, LJN

BQ2113, IEF 9654, B9 10158, IER 2011/54 (H&M vs. G-Star),

Hof Den Haag 13 september 2011, LJN BS

8925, IEF 10171, B9 10120, IER 2012/4,

BIE 2012 nr. 5 (Benetton vs. G-Star), HR 2 september 2011, LJN BQ3894,

B9 10086 (G-Star vs. Bestseller). 28. Zie over wezenlijke waarde ook: Gerecht EU 6 oktober 2011, T-508/08 IEF

103007, B9 10237 (Bang & Olufsen) en HR 23 december 2011, LJN BT8460, IEF

10714, B9 10596 (Trianon vs. Revillon), vragen van uitleg aan HvJ EU (C-2/12). 29. Gielen (red.), 10e druk, Kluwer (eind) 2011 (760 p., € 64).

30. Van Nispen, Huydecoper & Cohen

Jehoram, 1e druk, Kluwer: maart 2012 (464 p., € 69)

31. HvJ EU 20 oktober 2011, C-281/10, IEF

10374, B9 10301/BIE 2012, nr. 3 (PepsiCo vs. Grupo Promer Mon Graphic) 32. http://nl.wikipedia.org/wiki/Flippo. 33. Hof Den Bosch 15 november 2011, LJN

BU4770, IEF 10502, B9 10431 (Duijsens vs. Broeren).

34. HvJ EU 16 februari 2012, C-488/10, IEF

10919 B9 10807 (Celaya Emparanza y Galdos International vs. Proyectos Integra-les de Balizamiento).

(6)

Intellectuele eigendom

teria,

35

maar is ook snel weer verouderd. In het

merken-recht lijkt de Hoge Raad recent te hebben beslist in de

eerder genoemde

The Bulldog vs. Red Bull

-zaak dat

altijd

zowel de visuele als de auditieve en de begripsmatige

overeenstemming door de feitenrechter besproken

moe-ten worden, omdat deze elkaar kunnen ‘compenseren’.

36

Dat wil zeggen dat een hoge mate van overeenstemming

op het ene vlak teniet gedaan kan worden door een

dui-delijk verschil op een ander vlak. Deze leer is afkomstig

uit het

Picasso vs. Picaro

-arrest van het Hof van Justitie:

37

de overeenstemming tussen deze twee merken (Picasso

en Picaro voor auto’s) werd gecompenseerd door het

dui-delijk begripsmatig verschil. Eerder oordeelde het Hof

van Justitie in de zaak

Lloyd vs. Loints

38

dat enkele

audi-tieve overeenstemming voldoende kan zijn om

merkin-breuk aan te nemen. Nu lijkt de Hoge Raad van oordeel

dat de feitenrechter in ieder geval moet onderzoeken of

van Picasso/Picaro-achtige compensatie sprake is. In het

merkenrecht is verder van belang dat een inbreukverbod

ten aanzien van een Gemeenschapsmerk territoriaal

beperkt kan worden als er, bijvoorbeeld om taalkundige

redenen, in bepaalde delen van de EU geen sprake is van

verwarringsgevaar.

39

Europees auteursrecht

Zoals vorig jaar aangekondigd waren er het afgelopen jaar

veel uitspraken over het Europese auteursrecht. Het object

van auteursrechtelijke bescherming blijkt (definitief)

geharmoniseerd en over het openbaarmakings- en

ver-veelvoudigingsbegrip komt steeds meer rechtspraak.

Eva Maria Painer is een Oostenrijkse fotograaf. Zij

heeft jaren geleden foto’s gemaakt van de kleuter

Natascha Kampusch. Dat meisje werd zoals bekend later

jarenlang ontvoerd en misbruikt. Toen zij weer vrij was

gekomen, maar er nog geen foto’s van haar beschikbaar

waren, drukten verschillende Oostenrijkse en Duitse

kranten foto’s af van Natascha Kampusch als kleuter,

gemaakt door mevrouw Painer. Er werden ook

‘montage-foto’s’ afgedrukt waarop de kleuterfoto’s met de computer

‘ouder’ waren gemaakt. Mevrouw Painer eiste vervolgens

van deze kranten schadevergoeding wegens

auteurs-rechtinbreuk en het weglaten van haar naam bij de

foto’s. De kranten beriepen zich op het citaatrecht en op

de opsporingsexceptie. De eerste vraag die door het

Oos-tenrijkse Oberste Gerichtshof werd gesteld aan het

Euro-pese Hof betrof de auteursrechtelijke bescherming en

beschermingsomvang van portretfoto’s. Zijn portretfoto’s

wel auteursrechtelijk beschermd? En hoe ruim is de

beschermingsomvang? Hierbij moet bedacht worden dat

in Oostenrijk en Duitsland van oudsher voor dergelijke

foto’s het beperkte regime van de

Lichtbilder-bescher-ming gold, een beperkt auteursrecht, enigszins

vergelijk-baar met onze geschriftenbescherming. Deze

Lichtbilder-bescherming voor minder creatieve foto’s was geringer in

omvang en korter in duur.

Het Hof van Justitie maakt daar korte metten mee. Het

Hof oordeelt dat een portretfoto in aanmerking komt

voor auteursrechtelijke bescherming wanneer een

derge-lijke foto ‘een intellectuele schepping van de auteur is die

de persoonlijkheid van deze laatste weerspiegelt en tot

uiting komt door de vrije creatieve keuzen van die auteur

bij de totstandkoming van die foto’. Wanneer is

vastge-steld dat de betrokken portretfoto de hoedanigheid heeft

van een werk, geniet dit een bescherming die niet

gerin-ger is dan die waarvoor ieder ander werk, een fotografisch

werk daaronder begrepen, in aanmerking komt’.

40

De kans bestaat dat er nu mensen zijn die gaan

beto-gen dat hieruit volgt dat aan alle minder creatieve

(bij-voorbeeld technisch bepaalde, of in een gebruikelijke stijl

gemaakte) werken in concrete gevallen geen beperktere

beschermingsomvang meer mag worden toegekend. Ik

denk niet dat die conclusie juist is. Volgens mij heeft het

Hof alleen afgerekend met een apart (wettelijk) regime

voor portretfoto’s en andere ‘Lichtbilder’. Mijns inziens

heeft het Hof geen uitspraak gedaan over de

bescher-mingsomvang in de praktijk van zeer creatieve en minder

creatieve werken. Maar helemaal duidelijk staat het er

niet, dus reken maar dat advocaten gaan betogen dat

ieder werk, hoe ‘zwak’ ook, nu recht heeft op een ruime

beschermingsomvang.

Verder sprak het Hof zich in deze zaak streng uit over

het vereiste van naamsvermelding bij citaten en oordeelde

het dat de opsporingsexceptie alleen toekomt aan de

over-heid (de opsporingsautoriteiten) en niet aan de media.

Op het gebied van het openbaarmakingsrecht

oor-deelde het Europese Hof dat de openbaarmaking van

live

muziek ter plaatse

, zoals in een circus, niet Europees

geharmoniseerd is,

41

maar alle andere openbaarmakingen

wel. Het vertonen van beelden van voetbalwedstrijden in

De opsporingsexceptie komt

(7)

mer van de tandarts weer niet.

Het parallel importeren

van smartcards uit andere Europese landen om via

abon-neetelevisie voetbal te kijken is wél toegestaan. Een

ver-bod daarop is namelijk in strijd met het vrije verkeer van

diensten in Europa.

46

Thuiskopieheffing

Verder besliste het Hof in Luxemburg dat een

filmregis-seur zelf recht heeft op thuiskopievergoeding en dat een

dergelijk recht niet van rechtswege of op grond van een

vermoeden van overdracht bij de filmproducent mag

lig-gen. Vermoedelijk betekent dit ook dat ook het

Nederland-se werkgeversauteursrecht moet wijken voor dergelijke

vergoedingsaanspraken van werknemers. Die

Thuiskopie-vergoeding moet ook betaald worden door buitenlandse

bedrijven die via internet aan Nederlandse consumenten

leveren.

47

Op nationaal niveau is het lot van de

thuiskopie-vergoeding onduidelijk. Staatsecretaris Teeven wil de

hef-fing afschaffen en tegelijk kopiëren (downloaden) voor

eigen gebruik uit illegale bron verbieden. Dat plan is zelfs

een van de door hem gepresenteerde ‘speerpunten’.

48

Voor

dat verbieden van downloaden uit illegale bron is echter

mogelijk geen Kamermeerderheid te vinden. Maar zonder

dat verbod is afschaffing van de Thuiskopieheffing

ver-moedelijk niet mogelijk en is waarschijnlijk zelfs

uitbrei-ding naar andere dragers of apparaten (mp3-spelers en

harddiskrecorders) nodig.

Andere speerpunten

Andere, minder omstreden auteursrechtelijke

speerpun-ten van de Nederlandse regering zijn de uitbreiding en

verzwaring van het toezicht op collectief beheer, de

introductie van auteurscontractenrecht, kort gezegd ter

bescherming van de auteur tegen de uitgever en een

zogenoemde ‘fair use’-beperking.

49

Uitbreiding van het

toezicht

50

is vooral een reactie op klachten over

ondoor-zichtigheid en te hoge tarieven bij Buma en aanverwante

organisaties.

51

Of meer toezicht gaat helpen moet

wor-den afgewacht. Over auteurscontractenrecht wordt al

weer een aantal jaren touw getrokken, maar het ziet er

naar uit dat een wetsvoorstel daarover zeer binnenkort

naar de kamer gaat. (De vakbonden van) auteurs van

artiesten stellen zich er veel van voor.

52

In de volgende

kroniek is er vermoedelijk meer over te melden. Het

laat-ste speerpunt is dat Nederland graag een flexibele fair

use-beperking wil naast de bestaande beperkingen en

daar in Europa voor wil gaan lobbyen.

53

Dat wil

Neder-land al jaren, maar er is in Europa vooralsnog bij lange

na geen meerderheid voor.

Verlenging naburige rechten

Een verlenging van de naburige rechten van uitvoerende

kunstenaars en platenproducenten wilde Nederland juist

niet. Maar na een intensieve lobby door de

muziekindus-trie was daar in Europa wel een meerderheid voor.

54

Zon-der enig bewezen rechtseconomische noodzaak of

maat-schappelijke winst moet dit recht voor 1 november 2013

worden verlengd van vijftig naar zeventig jaar na eerste

openbaarmaking. Nederland wilde het niet en de meeste

wetenschappers zijn er boos over, vooral omdat het een

symbool is van de voortdurende uitbreiding van

IE-rech-ten. Maar het is ook geen onzin om te vinden dat het

sneu en niet eerlijk is dat de rechten van oudere

uitvoe-rende kunstenaars nog tijdens hun leven in het publiek

domein vallen, waardoor zij er niets meer aan verdienen.

Vooral als men bedenkt dat de rechten van auteurs tot

zeventig jaar na hun dood beschermd zijn, waardoor

kin-deren en kleinkinkin-deren er nog van kunnen genieten.

35. D.J.G. Visser, Motiveren in IE-zaken, deLex 2011. Zie voor een kritische bespre-king: Brinkhof, ‘Over motiveren in IE-zaken, de kernvraag en basisemoties’, BIE 2011, p. 284. Repliek Visser in BIE 2011, p. 320. 36. HR 3 februari 2012, LJN BU4915, IEF

10862, B9 10750 (Leidseplein beheer vs. Red Bull) Inmiddels bij HvJ EU, zaak C-65/12.

37. HvJ EG 12 januari 2006, C-361/04, IEF

1477 (Erven Picasso vs. DaimlerChrysler; Picasso vs. Picaro).

38. HvJ EG 22 juni 1999, C-342/97, NJ

2000, 375 m.nt. DWFV, IER 1999/48 (Lloyd vs. Klijssen; Lloyd vs. Loint’s). 39. HvJ EU 12 april 2011, C-235/09, IEF

9546, B9 9548, IER 2011/57/BIE 2011, nr.

56 (DHL vs. Chronopost).

40. HvJ EU 1 december 2011, C-145/10,

IEF 10606, B9 10488 (Eva Maria Painer). 41. HvJ EU 24 november 2011, C-283/10,

IEF 10550, B9 10453 (Circul Globus Bucu-reti).

42. HvJ EU 4 oktober 2011, C-403/08 en C-429/08, IEF 10278, B9 10218 (Premier League).

43. HvJ EU 13 oktober 2011, C-431/09 en C-432/09, IEF 10332, B9 10272 (Airfield vs. Canal Digital).

44. HvJ EU 15 maart 2012, C-162/10, IEF

11046, B9 10942 (Phonographic Perfor-mance vs. Ierland).

45. HvJ EU 15 maart 2012, C-135/10, IEF

11045, B9 10941 (SCF vs. Marco Del Corso).

rechten van oudere uitvoerende

kunstenaars nog tijdens hun

leven in het publiek domein vallen

46. HvJ EU 4 oktober 2011, C-403/08 en C-429/08, IEF 10278 (Premier League), zie ook: Van Ginneken en Chavannes, ‘De wet van Murphy’, Mediaforum 2011, p. 329. 47. HvJ EU 16 juni 2011, C-462/09, IEF

9791, B9 9803 (Thuiskopie vs. Opus). 48. Speerpunten-brief Auteursrecht 20©20 d.d. 11 april 2011, Kamerstukken II

2010/11, 29 838, nr. 29.

49. Speerpunten-brief Auteursrecht 20©20 d.d. 11 april 2011, Kamerstukken II 2010/11, 29 838, nr. 29. Aan deze brief lagen diverse rapporten en onderzoeken ten grondslag die in de volgende voetnoten worden genoemd. 50. Nota van wijziging bij wetsvoorstel tot wijziging van de wet toezicht collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en

nabu-rige rechten, Derde Nota van wijziging,

Kamerstukken II 2011/12, 31 766. 51. De Wisselwerking tussen Auteursrecht en Mededingingsrecht, Erasmus Universiteit mei 2010.

52. Wat er speelt. De positie van makers en uitvoerend kunstenaars in de digitale omgeving, SEO Economisch Onderzoek maart 2011.

53. Hugenholtz en Senftleben, Fair use in Europe. In search of flexibilities (IViR vs. VU), november 2011.

(8)

Intellectuele eigendom

Nijntje-parodieën

Het Amsterdamse hof oordeelde dat zeven

Nijntje-paro-dieën vanwege de humoristische bedoeling, het ontbreken

van concurrentiebedoelingen en het ontbreken van

ver-warringsgevaar zowel auteursrechtelijk als

merkenrechte-lijk toelaatbaar waren.

55

Een parodie kan vermoedelijk ook

te grof zijn, maar wanneer daarvan sprake is blijkt in deze

zaak niet. In het merkenrecht zit de beoordelingsmarge in

de ‘geldige reden’ van art. 2.20 lid 1 onderdeel d BVIE, in

het auteursrecht in ‘hetgeen naar de regels van het

maat-schappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is’ in

paro-die-art. 18b Aw. Het ontbreken van

concurrentiebedoelin-gen is in de praktijk mijns inziens de belangrijkste en

vaak de doorslaggevende factor. Het lastige is dat

handha-ven van auteursrechten op internet in het algemeen niet

erg populair is en dat het maken van bezwaar tegen een

mogelijk te grove parodie alleen maar nog meer

parodie-en oproept. Kunstparodie-enaar Dick Bruna heeft getracht zijn

stelling ‘Nijntje is van de kinderen, daar moet je afblijven’

in rechte erkend te krijgen. Dat is dapper en het is

jam-merlijk mislukt. Arme Nijntje is aan de internetheidenen

overgeleverd.

Octrooi(ge)recht

‘Er moet zo snel mogelijk een akkoord komen over één

gemeenschappelijk Europees octrooi en één

octrooige-recht. Dit komt de Europese economie ten goede.’ aldus

minister Verhagen eind januari 2012.

56

Helemaal waar,

alleen dat zeggen we al vijftig jaar.

57

‘Octrooien aanvragen

en verdedigen is in de EU nu nog tien keer zo duur als in

de VS en Japan. Vorig jaar bereikte Nederland met een

groep van 25 EU-landen een principeakkoord over het

invoeren van één Europees octrooi. Dankzij dat akkoord

hoeft een octrooi nog maar in één taal te worden vertaald.

(…) Het Europees octrooibureau zorgt ervoor dat bedrijven

met één aanvraag een octrooi in verschillende Europese

landen kunnen krijgen. Het heeft verschillende

vestigin-gen in Europa en het hoofdkantoor staat in München. Van

de 6 000 mensen werken er 2 600 in Rijswijk. Uit

onafhan-kelijk onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van de

Euro-pese instelling in Nederland in totaal zo’n 5 500

arbeids-plaatsen oplevert en een toegevoegde waarde van € 560

miljoen per jaar.’

58

Om deze laatste reden is Nederland

extra enthousiast over het Europese octrooi. De

vesti-gingsplaats van het toekomstige Gemeenschappelijk

octrooigerecht heeft uiteraard ook interessante

economi-sche voordelen voor het gastland daarvan. Vandaar dat

men daar nu ruzie over maakt in Europa.

Een nieuwe trend in 2011 is de beperking van de

handha-vingsmogelijkheden voor houders van octrooien die

onderdeel uitmaken van een bepaalde technische

‘stan-daard’. Een voorbeeld van zo’n standaard is het

GSM-net-werk,

59

welke is ontstaan door brancheoverleg bij het

Europees Telecommunicatie en Standaardisatie Instituut

(ETSI). ETSI is een onafhankelijke

standaardiseringsorgani-satie voor de telecommunicatie-industrie in Europa.

60

Deelnemers zijn onder andere producenten van

telecom-municatieapparatuur (waaronder Apple, Nokia, Samsung,

LG, Sony, Motorola enz.) en leveranciers van

netwerkdien-sten. Gezamenlijk bepalen zij, om de onderlinge

operabili-teit te optimaliseren, welke techniek in de branche de

standaard wordt. Ook op andere technische gebieden

wor-den dergelijke afspraken gemaakt.

Deelnemers van deze standaardiseringorganisaties

spreken over het algemeen af dat, als een van hen een

octrooi heeft op de techniek die tot standaard verkozen

wordt, hij de anderen altijd een

Fair Reasonable And Non

Discriminatory

(FRAND) licentie zal aanbieden.

In een van de zaken tussen Samsung en Apple,

61

was

ook sprake van een dergelijke afspraak. Partijen waren

echter nog niet tot overeenstemming gekomen over de

voorwaarden van de licentie en dus vroeg Samsung in

kort geding een inbreukverbod. De president besliste dat,

wanneer men afspreekt dat er sowieso een FRAND-licentie

gegeven zal worden, het vragen van een inbreukverbod

mogelijk gekwalificeerd kan worden als misbruik van

recht en wees het gevorderde verbod af.

Een vergelijkbare redenering hield de president in een

opheffingskortgeding naar aanleiding van een door LG

gelegd conservatoir beslag tot afgifte van

Playstations 3

van

Sony, die gebruikmaakte van bepaalde (eveneens

gestan-daardiseerde)

62

Blu-Ray-technologie.

63

Daarin overwoog de

president dat, wanneer de octrooihouder zich heeft

ver-plicht ‘hoe dan ook’ een FRAND-licentie te geven, van

inbreuk nooit sprake

kan

zijn. Evenmin achtte hij dat het

geval wanneer partijen nog in onderhandeling zijn over de

licentievoorwaarden. Het beslag werd aldus opgeheven.

Bedrijfsgeheimen

Internationaal wordt bescherming van bedrijfsgeheimen

vaak tot de intellectuele eigendom gerekend. Op grond van

art. 39 van het TRIPS-verdrag is Nederland verplicht

trouwelijke bedrijfsinformatie te beschermen. Of die

ver-dragsbepaling directe werking heeft is onduidelijk, maar

het Haagse hof oordeelde dat de strekking ervan in art.

6:162 BW is geïncorporeerd.

64

Dat is de facto al sinds 1919

(

Lindenbaum vs. Cohen

)

65

het geval. Den Hartog concludeert

dat in recente zaken

66

werkgevers vaak aan het kortste eind

trekken, vaak omdat het gestelde misbruik van

vertrouwe-lijke informatie niet kon worden bewezen. Daarnaast

mogen ex-werknemers hun algemene vakkennis blijven

gebruiken en is concurrentie uiteraard toegestaan.

(9)

eerlijkheids-onderbuik gevolgd

de zogenaamde geschriftenbescherming. Deze

bescher-ming van niet-creatieve, onpersoonlijke geschriften, die

dateert van vóór de dit jaar honderdjarige auteurswet, had

volgens velen afgeschaft moeten worden met de

introduc-tie van het databankenrecht derintroduc-tien jaar geleden. De

Nederlandse wetgever wilde de geschriftenbescherming

echter graag handhaven, vooral ten behoeve van het

omroepbladenmonopolie, dat zo belangrijk was voor de

publieke omroep.

67

Het Hof van Justitie heeft nu in de

zaak

Football Dataco

geoordeeld dat de databankrichtlijn

niet toestaat dat een gegevensverzameling die niet aan de

originaliteitscriteria voldoet voor auteursrechtelijke

bescherming in aanmerking komt.

68

In de

Football

Data-co

-zaak ging het om speelschema’s voor

voetbalwedstrij-den die volgens de Engelse rechter op grond van de ‘skill

and labour’-theorie in Engeland wel auteursrechtelijke

beschermd konden zijn. Daar heeft het Hof nu mee

afge-rekend: ‘de omstandigheid dat de samenstelling van de

databank, afgezien van het creëren van de gegevens die zij

bevat, aanzienlijke inspanningen en deskundigheid van

de maker vergt, [kan], in se geen grond opleveren voor de

auteursrechtelijke bescherming ervan (…), indien deze

inspanningen en deskundigheid niet gepaard zijn gegaan

met originaliteit bij de keuze en de rangschikking van die

gegevens’. Als helemaal geen (originaliteits)drempel wordt

opgeworpen, zoals bij geschriftenbescherming, is

auteurs-rechtelijke bescherming

a fortiori

niet mogelijk.

Het lijkt erop dat het Hof hiermee ook heeft

afgere-kend met de omstreden Technip-theorie van de Hoge

Raad

69

die inhield dat ook een ‘op

ervaring en analytisch

vermogen

berustende visie van de maker’ aanleiding kan

geven tot auteursrechtelijke bescherming van een

kine-tisch schema dat werd gebruikt in de petrochemische

industrie. Dergelijke bescherming van een

gegevensverza-meling met bij uitstek

technische knowhow

via de

achter-deur van het auteursrecht werd door velen systematisch

en principieel onwenselijk gevonden. Een ‘op ervaring en

analytisch vermogen berustende visie’ komt erg dicht bij

‘skill and labour’ en is als te lage en systematisch onjuiste

drempel voor auteursrechtelijke bescherming sinds ‘

Foot-ball Dataco

’ niet meer toelaatbaar. Dit blijkt ook uit de

volgende overweging van het Hof: ‘Wat de samenstelling

van een databank betreft, is aan dit

oorspronkelijkheids-criterium voldaan wanneer de maker ervan, bij de keuze

of de rangschikking van de gegevens van deze databank,

zijn creatieve vaardigheden op een originele manier tot

uiting heeft kunnen brengen door het maken van vrije en

creatieve keuzes’.

70

In de

Technip

-zaak ging het om keuzes

die technische voordelen boden en dus niet om ‘vrije en

creatieve keuzes’.

Misschien zou Nederland en/of Europa er toch

ver-standig aan doen om de bescherming van technische

knowhow als bedrijfsgeheim op grond van art. 39 TRIPs

daadwerkelijk te codificeren, te harmoniseren en wat uit

te bouwen. Want uiteindelijk heeft de Hoge Raad in de

Technip

-zaak gewoon zijn eerlijkheids-onderbuik gevolgd:

die waardevolle kinetische schema’s voor de

petrochemi-sche industrie waren ‘gepikt’ door een ex-werknemer.

55. Hof Amsterdam 13 september 2011,

LJN BS7825, IEF 10169, B9 10118 Media-forum 2012, p. 30, AMI 735.2012 (Mercis vs. Punt.nl).

56. Persbericht d.d. 30 januari 2012, http:// www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/intel-lectueel-eigendom/nieuws/2012/01/30/ een-europees-octrooi-stimulans-voor-euro-pese-economie.html.

57. In 1962 werd er al een concept voor een Community Patent Convention (CPC) afgeschoten. Zie voor een

rechtssociolo-gisch overzicht van de ontwikkelingen: Jettinghof, ‘The quest for a transnational patent system in Europe’, Recht der werke-lijkheid, 2011(32) 3, p. 52-65. 58. Persbericht d.d. 30 januari 2012, zie boven.

59. Global System for Mobile Communica-tions, maar oorspronkelijk Groupe Spécial Mobile.

60. http://www.etsi.org.

61. Hof ’s-Gravenhage 24 januari 2012, LJN BV 1612/IEF 10819, B9 10281 (Apple

vs. Samsung), Rb. ’s-Gravenhage 14 okto-ber 2011, LJN BT7610, IEF 10342, B9

10698, IER 2012/10 (Apple vs. Samsung). 62. http://blu-raydisc.com.

63. Rb. ’s-Gravenhage 10 maart 2011, IEF

9463 (Sony vs. LG).

64. Hof Den Haag 29 maart 2011, IEF

9507, BIE 2012, p. 364 m.nt. Den Hartog (GBT vs. Ajinomoto).

65. HR 31 januari 1919, NJ 1919/161 ( Lin-denbaum vs. Cohen).

66. Zie voor een overzicht: BIE 2012, p.

387-389.

67. Zie: Inleiding en parlementaire geschie-denis Databankenwet, BJU 1999, p. 132. 68. HvJ EU 1 maart 2012, C-604/10, IEF

10977, B9 10862 (Football Dataco). 69. HR 24 februari 2006, AMI 2006, p. 153 (Technip vs. Goosens), met zeer kritische noot Quaedvlieg.

70. HvJ EU 1 maart 2012, C-604/10, IEF

References

Related documents

Over the past 40 years, the municipalities have been the main promoters of sport development in several parts of the world. They were also crucial in the definition of sport

Source: Own construction based on data in appendix. and Area Share formula for 2010.. The relative weights are arbitrarily assigned to equal one-third for each of the

Lee, Hsu and Pan [16] studied the response of sharp-notched circular tubes under pure bending creep and pure bending relaxation Chung, Lee and Pan [17] investigated

It is found that the trend of adult participation in education is growing in the EU countries; on average, the share of women receiving second higher education exceeds

Business Strategy among exporting Manufacturing Companies in Malaysia in Business Strategy in Malaysian Companies. Asas Nadi

Key words: Fuzzy Metric Space, Property , Common Property ,Common Fixed point, Generalized Fuzzy contraction.. INTRODUCTION

Hence, considering the importance of this issue, this study was conducted in the year 2013 with the aim to determine the prevalence of social phobia among students

Given the four categories of concept transfer in CTH, it seems that conceptual transfer may lead to conceptual errors resulting from the tendency of ESL/EFL learners to